Poterne

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zuidoostelijke poterne in château Puilaurens.

Een poterne is een secundaire poort in een fort of vesting. Een poterne functioneert vaak als geheime toegangs- of uitvalspoort, maar kan ook een interne verbinding met andere delen van het vestingwerk bieden.[1]

Geschiedenis[bewerken]

Een poterne is, historisch gezien, een secundaire deur of poort, met name in een fortificatie, zoals een stadsmuur of vliesgevel van een kasteel. Poternes bevonden zich vaak op een verborgen locatie, zodat de bewoners onopvallend naar binnen of naar buiten konden komen.

In het geval van een belegering kan een poterne fungeren als een uitvalspoort, waardoor de verdedigers met relatief gemak een ​​uitval konden maken op de belegeraars. Soms is een poterne ingebed in de hoofdpoortdeur. In dit geval dient de poterne als loopdeur voor mensen (soms ook dieren), terwijl de eigenlijke poortdeur wordt gebruikt voor bijvoorbeeld wagens.

Tegenwoordig kent men nog steeds het principe van deze laatste vorm van een poterne, onder andere als loopdeur bij brandwerende poorten, industriële (rol)poorten en garagedeuren.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. website: coehoorn.nl