Poznań (stad)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Poznań
Stad in Polen Vlag van Polen
Vlag Wapen
Poznań (stad)
Poznań (stad)
Situering
Woiwodschap Groot-Polen
District stadsdistrict
Coördinaten 52° 24′ NB, 16° 55′ OL
Algemeen
Oppervlakte 261,91 km²
Inwoners (2014) 546.829 (2104 inw/km²)
Identificatiecode 30640
Portaal  Portaalicoon   Polen
De oude binnenstad van Poznań
Raadhuis van Poznań

Poznań ([ˈpɔznaɲ]? Geluidsfragment uitspraak (info / uitleg); Duits: Posen) is een stad in het westen van Polen. De stad ligt aan de rivier de Warta en telt 546.829 inwoners (2014), waarmee het de vijfde stad van het land is. In de wijde agglomeratie wonen ook nog eens een miljoen mensen. Poznań is de hoofdstad van het woiwodschap Groot-Polen en de voornaamste stad van de gelijknamige historische regio.

Poznań is een van de oudste steden van Polen. In de 10e en 11e eeuw was het ook een van de belangrijkste centra van de net opgerichte Poolse staat. De eerste Poolse koningen werden ook in de kathedraal van Poznań, die de oudste van Polen is, begraven. Het was ook de eerste hoofdstad van Polen samen met Gniezno in de 11e eeuw en opnieuw in de 13e eeuw.

Het is een belangrijke handels- en industriestad, die bekendstaat om haar jaarbeurzen. In 2008 vond de VN-klimaatconferentie plaats in de stad. In 2012 was Poznań een van de speelsteden voor het Europees Voetbalkampioenschap. Poznań is sedert 1518 door de bisschoppelijke academie Akademia Lubrańskiego een universiteitsstad en heeft een internationale luchthaven, de luchthaven Poznań-Henryk Wieniawski. Aan de 28 hogere scholen en universiteiten studeren 128,9 duizend studenten. Met 4,1% (13,5 duizend mensen) (2013) heeft de stad de laagste werkloosheid van Polen.

Geschiedenis[bewerken]

De regio van Poznań werd voor de 7e eeuw na Christus bewoond door de Germaanse stammen van de Boergondiërs en Vandalen. Daarna vestigde de West-Slavische stam van de Polanen zich er, naast hun nederzettingen in de streek rond Gniezno. Uit deze stam zou het hertogdom Polen van het geslacht van de Piasten voortkomen. De stad behoort tot de oudste steden van Polen. In de 10e eeuw werd in Poznań de eerste Poolse kathedraal gebouwd en de eerste vorsten van de Piastendynastie werden hier begraven. In 1253 werd Poznań een stad met Maagdenburger recht, en Duitse handelslieden vestigden zich er. In de 16e eeuw beleefde de stad haar grootste bloei. In die tijd verdween een groot deel van de Duitstalige burgerij, vooral toen zij was overgegaan tot het lutheranisme en dit geloof aan het einde van de eeuw werd verboden. De Dertigjarige Oorlog en de Noordse Oorlog ontvolkten de stad nog meer. Sinds 1611 bezat het Jezuïetencollege in de stad het recht van promotie, terwijl de studenten van de bisschoppelijke Lubranski-Academie in Krakau aan de Jagiellonische Universiteit hun promotie en graad moesten bewijzen in een examen. Tussen 1719 en 1753 vestigden zich veel Duitse boeren en ambachtslieden uit het bisdom Bamberg zich rondom en in de stad en haar directe omgeving. Deze katholieke Bambrzy (Posener Bamberger) gingen grotendeels op in de Poolse katholieke meerderheid door assimilatie en onderlinge huwelijken, maar hun folklore en klederdracht worden tot vandaag in ere gehouden door de Poolse bevolking van de stad en haar omgeving.

De stad kwam bij de derde Poolse Deling (1793) als deel van Zuid-Pruisen bij Pruisen, maakte van 1807 tot 1813/1815 deel uit van het napoleontische Hertogdom Warschau en behoorde sinds 1815 weer tot Pruisen als ambtelijk en militair centrum en hoofdstad van de provincie Posen, sinds 1871 tot 1919 een provincie van het Duitse Rijk. De bevolking van de stad was inmiddels voor bijna de helft Duitstalig geworden (45% in 1910). Aanvankelijk vormden de Joden een belangrijk deel van de Duistaligen, maar hun aantal nam van een tiende van de bevolking door emigratie sterk af. Vanuit de stad werkte een Ansiedlungskommission om het dalende aandeel Duitsers te compenseren met kolonisatieprogramma's. Grootgrondbezit werd daartoe opgekocht en verkaveld om Duitstalige boeren vast te houden die uit de provincie wilden emigreren, en boeren als nieuwe bewoners aan te werven uit andere delen van het Duitse en ook het toentertijd aangrenzende Russische Rijk. Conform het Verdrag van Versailles werd de stad in 1919 weer Pools, toen zij als Poznań aan de Republiek Polen toeviel, samen met het grootste deel van de gelijknamige Pruisische provincie. Het grootste deel van de Duitstaligen vertrok en de meeste roomskatholieke Duitsers, als regel tweetaligen, noemde zich voortaan Pool. In 1930 gaf zich nog maar 5% als Duitser op. Tijdens de nationaal-socialistische bezetting van Polen tussen 1939 en 1945 werd de provincie geannexeerd onder de naam Gau Wartheland en nam een deel van degenen die voor 1919 Duits staatsburger waren geweest, in verschillende ranggradaties de status van 'Duitser' aan.[1]. Zie ook Volksduitsers. Samen met de Rijksduitsers, die in dienst van de bezettingsautoriteit in het "Wartheland" gedetacheerd werden, kwamen zij op 28,3% (1 april 1944). Ondertussen kostte de nationaalsocialistische terreur vele Polen het leven. De Poolse maatschappelijke bovenlaag, voor zover niet vermoord of geïnterneerd, werd uitgewezen naar het Generaal-Gouvernement Warschau. De Duitsers werden op hun beurt na de invasie van het Rode Leger vanaf 1945 verdreven, voor zover zij al niet gevlucht waren. Zie ook Verdrijving van Duitsers na de Tweede Wereldoorlog.

Bronnen met betrekking tot de Pruisisch-Duitse periode[bewerken]

  • M. Broszat, Nationalsozialistische Polenpolitik 1939-1945, Frankfurt 1965
  • R. Baier, Der Deutsche Osten als soziale Frage, Keulen-Wenen 1980
  • R. Blanke, Orphans of Versailles, The Germans of Western Poland 1918-1939, Lexington 1993
  • L. Belzyt, Sprachliche Minderheiten im preußischen Staat 1815–1914. Marburg 1998 (diss.)
  • B. Breslauer, Die Abwanderung der Juden aus der Provinz Posen, Berlijn 1909 (download)

De onlusten van 1956[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Protesten in Poznań in 1956 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 28 juni 1956 vonden hier de eerste protesten plaats tegen het communistische regime in Polen. Arbeiders van de Jozef Stalinfabrieken begonnen de opstand, die spoedig keihard werd neergeslagen. Officiële bronnen spreken over 74 doden, waaronder een jongen van 12 jaar oud. Het werkelijke dodental wordt over het algemeen aanzienlijk hoger geschat. Bijna duizend mensen raakten gewond. Deze protesten zouden een maand later een van de aanleidingen voor de Hongaarse Opstand vormen.

Bezienswaardigheden en cultuur[bewerken]

Poznań is rijk aan monumenten, die vooral zich in de Oude Stad bevinden en op Ostrow Tumski, het eiland van de kathedraal. Er is ook een Koninklijk-Keizerlijke Route opgesteld die toeristen langs de belangrijkste monumenten leidt. in de stad zijn 25 musea. Zo is er het Nationaal Museum met kunst op Plac Wolnosci. Op de Oude Markt is er een militair museum, een archeologisch museum, een museum van muziekinstrumenten en ook het Raadhuis heeft een museum over de stad. Op de citadel zijn verschillende oorlogsmusea te vinden.

Archeologisch onderzoek heeft het belang voor de Poolse staat in de 11e eeuw van Ostrow Tumski getoond. Het eiland wordt ook een van de mogelijke plaatsen genoemd waar de eerste Poolse koning Mieszko I het christelijke geloof aannam. In de kathedraal is vooral de Gouden Kapel indrukwekkend, die een monument en begraafplaats vormt voor de eerste twee koningen van Polen. Ook de Poolse paus Johannes Paulus II benadrukte ooit bij zijn bezoek aan de kathedraal: "Polen begon hier." De rest van het kathedraaleiland bestaat onder andere uit het Bisschoppelijk Paleis, een museum met religieuze kunst en huizen van geestelijken alsook andere kerken. In 2014 zal een interactief museum over het kathedraaleiland worden geopend. In 2012 werd al een archeologisch reservaat geopend.

Inwoners van de stad zoeken hun rust vaak aan het kunstmatig meer Malta in het oosten van de stad, gebouwd in 1952. Aan de ene kant zijn er skischansen en sleeën, aan de andere kant moderne thermen en zwembaden. Op het meer zelf kan geroeid worden. Het Maltameer doet ook vaak dienst als kwalificatieplaats voor diverse roeidisciplines voor Olympische Spelen of andere grote wedstrijden. Dit hele recreatiedistrict is uniek in Polen, en misschien zelfs in Europa. Jaarlijks eind juni en begin juli is er ook een groots theaterfestival.

Op 11 november vieren de inwoners de straat van de heilige Sint-Maarten met een grote parade met Sint-Maarten aan het hoofd. Op deze dag staan overal bakkers met de speciale Sint-Maarten gebakjes.

De stad telt vele restaurants en cafés, die vooral rond de Oude Markt te vinden zijn.

Verkeer en vervoer[bewerken]

Poznań is gelegen aan de autosnelweg van Berlijn naar Warschau.

De stad is verder een belangrijk spoorwegknooppunt in dit deel van Polen. De Eurocity tussen Berlijn en Warschau stopt er meerdere malen per dag. Ook zijn er rechtstreekse verbindingen met andere Poolse steden als Gdańsk, Wrocław en Krakau.

De luchthaven Poznań-Henryk Wieniawski ligt vijf kilometer ten westen van het stadscentrum en ontving in 2012 anderhalf miljoen reizigers.

De stad beschikt over een uitgebreid tramnet. Sinds de jaren negentig is het wagenpark gemoderniseerd met nieuw materieel, maar ook met trams overgenomen uit Amsterdam en Frankfurt am Main.

Zie: Tram van Poznań voor een weergave van het trambedrijf in de stad.

Sport en recreatie[bewerken]

Tribune aan het Maltameer

Geboren in Poznań/Posen[bewerken]

Stedenbanden[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Stand 1. April 1944 323.747 Einwohner, davon 71,1 % Polen; 28,3 % Deutsche; 0,6 % andere.