President van Turkije

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De president van Turkije (Cumhurbaşkanı) is het staatshoofd van de Republiek Turkije. In deze hoedanigheid vertegenwoordigt hij de Republiek van Turkije en de eenheid van de Turkse natie; hij zorgt voor de uitvoering van de Turkse grondwet en de georganiseerde en harmonieuze werking van de organen van de staat. De artikelen 101 tot 106 van de grondwet stellen alle eisen, verkiezing, taken en verantwoordelijkheden vast voor het ambt van de president. Het kantoor van de president van Turkije werd opgericht met de proclamatie van de Republiek Turkije op 29 oktober 1923. Het ambt wordt sinds 28 augustus 2014 bekleed door de 12e president, Recep Tayyip Erdoğan.

Kwalificaties[bewerken]

Politiek in Turkije

Wapen van Turkije

Dit artikel maakt deel uit van de serie:
Politiek en overheid in
Turkije


Portaal  Portaalicoon  Politiek
Portaal  Portaalicoon  Turkije

Om de president van Turkije te worden moet de kandidaat aan de volgende eisen voldoen:

  • Het hoger onderwijs hebben voltooid,
  • Ten minste veertig jaar zijn,
  • Lid zijn van de Grote Nationale Assemblee of een burger van Turkije die geschikt is als afgevaardigde.

De toekomstige president moet, indien aanwezig, zijn betrekkingen met zijn politieke partij en zijn status als lid van het Turkse parlement opzeggen.

Oud kiesstelsel[bewerken]

De verkiezing van de president moest 30 dagen voor de ambtstermijn van de zittende president afliep beginnen of 10 dagen na het presidentschap openstaand was, en moest binnen 30 dagen na het begin van de verkiezing afgerond waren. Kandidaten moesten worden opgegeven aan het bureau van het parlement binnen de eerste 10 dagen van deze periode en de verkiezingen moesten afgerond zijn binnen de resterende 20 dagen. Als het parlement niet in een vergadering beraadslaagde, moesten zij onmiddellijk opgeroepen worden te voldoen.

Een schriftelijk voorstel, die goedgekeurd was door ten minste een vijfde van het totale aantal leden van het parlement, was vereist als een kandidaat van buiten het parlement in aanmerking wilt komen voor het presidentschap.

De president werd vroeger gekozen door een meerderheid van twee derde (66,7%) van het totaal aantal leden van het Turkse parlement (550 leden) bij een geheime stemming. Als een meerderheid van twee derde van het totale aantal niet kon worden verkregen in de eerste twee stemronden, werd een derde stemronde gehouden. De kandidaat die toen de helft van de stemmen (51%) kreeg werd verkozen tot president. Een vierde stemronde werd gehouden als geen enkele kandidaat de helft van de stemmen kreeg in de derde stemronde. De vierde stemming werd gehouden tussen de twee kandidaten die het grootste aantal stemmen in de derde stemronde kreeg, indien de president in deze stemronde niet werd gekozen met een meerderheid van het totale aantal, werd onmiddellijk een nieuwe algemene verkiezingen uitgeschreven door het parlement.

Dit systeem zorgde ervoor dat de presidentsverkiezingen moeizaam verliepen, onder andere door een quorum van 367 parlementsleden (66,7%) dat vereist werd. Na een boycot van de oppositiepartijen bij de verkiezingen van Abdullah Gül in 2007 werd het quorum net niet gehaald. Dit leidde tot de ontbinding van de regering en werden er nieuwe verkiezingen uitgeschreven. Dit was voor de regeringspartij de aanleiding om het systeem te veranderen. Via een referendum in eind 2007 wordt de president tegenwoordig rechtstreeks gekozen door het volk. Bijna zeventig procent van de stemmers waren voorstanders van de constitutionele veranderingen.

Nieuw kiesstelsel[bewerken]

Na het referendum in 2007 is het kiessysteem voor presidenten ingrijpend veranderd. De verkiezing van de president moet 60 dagen voor de ambtstermijn van de zittende president afloopt beginnen of gelijk de volgende dag als het presidentschap openstaand is.

Een schriftelijk voorstel van minstens 20 parlementariërs (van de 550) is vereist als een kandidaat van binnen of buiten het parlement in aanmerking wilt komen voor het presidentschap. De presidentskandidaten mogen geen geld krijgen van de schatkist voor de verkiezingscampagne. De kandidaten krijgen bij de Turkse publieke omroep TRT de mogelijkheid voor propaganda. De Turkse Kiescommissie (YSK) zorgt ervoor dat de beginsel van onpartijdigheid en gelijkheid in acht genomen wordt.

Wanneer een presidentskandidaat niet de meerderheid van de geldige stemmen binnenhaalt, zal er een nieuwe stemronde volgen met de twee kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald. In deze stemronde heeft de presidentskandidaat ook een meerderheid van de stemmen nodig. De president wordt verkozen voor vijf jaar en krijgt een mogelijkheid voor een tweede termijn.

Ambtstermijn[bewerken]

De presidentiële vlag van Turkije. De 16 sterren symboliseren de 16 Turkse staten in de geschiedenis.

In januari 2012 is een nieuwe wet aangenomen waarin de ambtstermijn van de president is verlengd van 5 jaar naar 7 jaar. De wet is aangevochten door de oppositie die de ambtstermijn terug wilde brengen naar 5 jaar, maar in juni 2012 verwierp het constitutionele hof in Turkije de bezwaren. [1]De president mag slechts eenmaal worden herkozen, voor een tweede termijn.

De ambtstermijn van de zittende president wordt verlengd tot dat een nieuwe president wordt gekozen.

Op de veronderstelling op het presidentschap, neemt de president de volgende eed af voor het parlement:

"In mijn hoedanigheid als president van de Republiek, zweer ik het op mijn eer en goede naam voor de grote Turkse natie en voor de geschiedenis van de bescherming van het bestaan en de onafhankelijkheid van de staat, de ondeelbare integriteit van land en volk, en de soevereiniteit van de natie zonder beperking of voorwaarde; zich te houden aan de grondwet, de rechtsstaat, democratie, de principes en de hervormingen van Atatürk, en het principe van een seculiere republiek, niet af te wijken van het ideaal dat allen geniet van de mensenrechten en fundamentele vrijheden in vrede, voorspoed en in een geest van nationale solidariteit en rechtvaardigheid; te behouden en versterken van de glorie en de eer van de Republiek Turkije en te werken met al mijn kracht om met onpartijdigheid uit te voeren van de functies die ik heb aangenomen."

Verantwoording en niet-aansprakelijkheid[bewerken]

Alle presidentiële decreten, behalve die welke de president bevoegd is vast te stellen op zijn eigen zonder de handtekening van de premier en de minister betreft, in overeenstemming met de bepalingen van de grondwet en andere wetten moeten worden ondertekend door de minister-president en de betrokken ministers. De premier en de ministers zijn verantwoordelijk voor deze decreten. De besluiten en beschikkingen, ondertekend door de president op eigen initiatieven kunnen geen beroep worden aangetekend tegen de aan een gerechtelijke instantie, met inbegrip van het Turkse Grondwettelijk Hof. De president kan alleen worden veroordeeld vanwege hoog verraad op voorstel van ten minste een derde van het totale aantal van de leden van het parlement, en door het besluit van ten minste driekwart van het totale aantal van de leden.

Waarnemend president[bewerken]

In het geval van een tijdelijke afwezigheid van de president op grond van ziekte, reizen in het buitenland of soortgelijke omstandigheden, fungeert de voorzitter van het parlement als waarnemend president en beoefent de bevoegdheden van de president tot de president opnieuw beschikbaar is voor zijn functies. In het geval waarbij het presidentschap disponibel is als gevolg van overlijden of ontslag of om enige andere reden vervult de parlementsvoorzitter deze functie tot de verkiezing van een nieuwe president.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties