Primo Levi

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Primo Levi

Primo Levi (Turijn, 31 juli 191911 april 1987) was een Joods-Italiaanse schrijver van korte verhalen, romans en gedichten. Hij was ook scheikundige en één van de zeldzame overlevenden van Auschwitz.

Leven[bewerken]

Levi was afkomstig uit een Joods middenklassegezin. Van een baby die vaak ziek was, groeide hij uit tot een frivole en slimme kleuter. Zijn ouders kregen twee jaar na zijn geboorte nog een tweede kind, Anna Maria, met wie hij zijn leven lang een warme band zou hebben. In zijn eerste schooljaren was Primo een geliefd kind. Dit veranderde naarmate hij ouder werd. Zijn kleine postuur, intelligentie en hekel aan sport waren enkele oorzaken waardoor Primo gepest werd. Bovendien keken klasgenoten op hem neer, omdat de familie Levi van Joodse afkomst was. Hoewel het gezin volledig geassimileerd was en de joodse wetten niet werden nageleefd – slechts de joodse feesten werden gevierd, niet uit religieuze overtuiging, maar om de familieband te versterken – werd Primo aangekeken op zijn Joodse achtergrond.

Als puber besloot Primo om chemicus te worden. Na de middelbare school ging hij scheikunde studeren aan de Universiteit van Turijn. Hij behaalde uitstekende resultaten, waardoor hij na zijn studie de kans kreeg om een proefschrift te schrijven. Doordat in het fascistische Italië de anti-Joodse sentimenten voortdurend sterker werden en vanaf 1938 antisemitische wetten van kracht werden, kreeg Levi na zijn promotie geen betrekking aan de universiteit. Ook buiten de academische wereld slaagde hij er niet in een baan te vinden. Dit maakte hem uiterst wanhopig. Al vanaf zijn kindertijd had hij met enige regelmaat met ernstige depressies te kampen. In psychisch opzicht was Levi verre van stabiel. Door het uitblijven van een vaste aanstelling werd hij wanhopig en verhevigde zijn depressie. Tegenover een vriend verklaarde hij zelfmoord te hebben overwogen. Uiteindelijk kon hij onder een valse naam aan de slag in een klein laboratorium.

In 1939 ontdekte Levi zijn liefde voor wandelen in de bergen. Samen met zijn vriend Sandro Delmastro bracht hij veel weekends door in de bergen van Turijn. De fysieke inspanning, het risico en de strijd met de elementen die hier geleverd werd, waren voor hem een uitlaatklep voor alle frustraties in zijn leven. In juni 1940 verklaarde Italië de oorlog aan Groot-Brittannië en Frankrijk en de eerste luchtaanvallen op Turijn volgden al twee dagen later. Levi studeerde verder, maar kreeg een zware klap te verwerken toen bleek dat zijn vader darmkanker had.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Auschwitz.Birkenau.Fence

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam aan zijn werk in het laboratorium een einde. Levi moest onderduiken. In de zomer van 1942 raakte hij betrokken bij het verzet. In eerste instantie kreeg hij slechts kleine taken toebedeeld. Zo was hij belast met de taak om 'Viva la pace' ('Leve de vrede') op bankbiljetten te schrijven. Nadat Turijn een jaar later tot de Republiek van Salò, de fascistische Duitse marionettenstaat, ging behoren, sloot Levi zich aan bij een groep gewapende partizanen, Giustizia e Libertà, wat staat voor Recht en Vrijheid. De eenheid waar hij terecht kwam, kende een slechte strategie en organisatiestructuur. De groep bestond voornamelijk uit studenten, waarvan de meesten nog nooit een wapen hadden leren hanteren. Een infiltrant zorgde ervoor dat Levi’s afdeling werd opgepakt. Levi werd op 13 december 1943 gearresteerd. Nadat men achterhaalde dat Levi een Jood was werd hij naar het doorvoerkamp in Fossoli gebracht. Hiervandaan werd Levi op 22 februari 1944 als Jood en verzetsstrijder gedeporteerd naar Auschwitz, waar hij tewerkgesteld werd in de Buna-Werke van Auschwitz-Monowitz. Levi overleefde Auschwitz, als een van de vijf overlevenden van een groep van 650 Italiaanse Joden, omdat hij als scheikundige een zogenoemd 'bruikbare Jood' was.

Na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Over zijn tijd in het concentratiekamp schreef hij Se questo è un uomo (1947). Het boek werd echter pas in 1958 bekend, toen het opnieuw werd uitgegeven door een grotere uitgever. De eerste Nederlandse druk kwam uit in 1963 onder de titel "Eens was ik een mens" (Arbeiderspers). Een heruitgave in 1987 had de titel "Is dit een mens". Er is enig dispuut over de juistheid van de vertaling van de titel. "Als dit een mens is", vinden velen een betere vertaling. In "Is dit een mens" beschrijft Levi het leven in het kamp en hoe mensen zich gedragen onder extreme omstandigheden. De onderliggende vraag is voortdurend: is dit een mens? Die vraag geldt voor de onderdrukkers en de onderdrukten. De afstandelijke wijze waarop Levi het leven in Auschwitz beschrijft, maakte erg veel indruk. De gevangenen beseften dat de gebeurtenissen in de kampen te ongehoord waren om geloofd te kunnen worden. Levi beschrijft dat de gevangenen bijna allemaal geteisterd werden door een terugkerende nachtmerrie: dat ze thuiskwamen en de doorstane verschrikkingen aan iemand die hun lief was vertelden, opgelucht en hartstochtelijk, maar dat er niet naar hen werd geluisterd. De aangesprokene keerde zich in deze droom zelfs af en liep weg.

In 1963 volgt het boek La Tregua, in het Nederlands in 1966 vertaald als Het oponthoud en in 1988 in een nieuwe vertaling uitgebracht onder de titel Het respijt. La Tregua werd in 1997 verfilmd door Francesco Rosi. In de film speelt John Turturro de rol van Primo Levi. In Het Respijt beschrijft Levi zijn terugtocht van Auschwitz naar Turijn na de bevrijding van het kamp. Het zou een lange reis worden met vele ontberingen. Op 19 oktober 1945 - na een reis van negen maanden - arriveert Levi in Turijn.

De Trilogie over zijn oorlogsherinneringen wordt afgesloten met het boek I sommersi e i salvati. Dit boek verscheen in Italië in 1986 en werd in 1991 in het Nederlands vertaald onder de titel De verdronkenen en de geredden. Het boek is een bundeling van essays waarbij de vraag 'Wie overleefde en waarom?' centraal staat. Ook 'slachtofferschap' en 'schaamte' spelen een belangrijke rol in de bundel. Levi spreekt vaak over de 'schaamte slachtoffer te zijn geweest.'

Naast de drie oorlogsboeken, gebundeld onder de titel "De getuigenissen" schreef Levi nog tal van andere verhalen, gedichten en essays.

Verdacht overlijden[bewerken]

Levi overleed op 67-jarige leeftijd. Hij kwam ten val in een trappenhuis en viel enkele verdiepingen naar beneden. Over de manier waarop Levi stierf zijn de meningen verdeeld. Was het een ongeluk? Of was het zelfmoord? Levi-vertaler Reinier Speelman houdt het op een noodlottige val, anderen menen dat Levi is gesprongen omdat hij zijn herinneringen niet meer aankon. Bovendien, zo stelt zijn vriend Ferdinando Camon, had hij zijn levenswerk met I sommersi en i salvati voltooid.

Overig prozawerk[bewerken]

  • Storie naturali (1966, onder het pseudoniem Damiano Malabaila)
  • Vizio di forma (1971)
  • Il sistema periodico (1975, in 1987 in het Nederlands vertaald onder de titel 'Het periodiek systeem')
  • La chiave a stella (1978, vertaald onder de titel 'De kruissleutel')
  • Lilit e altri racconti (1981, vertaling: 'Lilith: verhalen')
  • La ricerca delle radici (1981)
  • Se non ora, quando? (1982, vertaling: 'Zo niet nu, wanneer dan?')
  • Alle verhalen. Amsterdam: Meulenhoff, 2000

Secundaire literatuur[bewerken]

  • Primo Levi. Themanummer Bzzlletin (literair magazine), nr. 194, maart 1992.

Bronnen[bewerken]

Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) vertaald vanaf de Engelstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.


GEERT MAK. In Europa. Reizen door de twintigste eeuw. Atlas, Antwerpen, 2004.