Prins Carnaval

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Prins Dionysos met gevolg tijdens de Brakkensliert, Breda, 22 februari 2009

Prins Carnaval (of vaak de Prins) is een gekozen ceremoniemeester, die voorafgaand aan en tijdens carnaval een belangrijke rol speelt binnen de plaats of carnavalsvereniging waar hij prins van is. Vanwege de betekenis van het getal 11 als het gekkengetal wordt de nieuwe Prins in een aantal plaatsen op of rond 11 november (de elfde van de elfde) gekozen. Meestal is het iemand die in het verleden al actief in het plaatselijke carnavalsleven is geweest.

Organisatie[bewerken]

In principe heeft iedere carnavalsvereniging of plaats waar carnaval gevierd wordt een eigen Prins. Tot aan het moment van de officiële bekendmaking (proclamatie) is dit het grootste geheim van de stad. Het is een sport geworden onder de bevolking om vooraf te raden en te gokken wie de nieuwe Prins gaat worden. De Prins wordt bijgestaan door de Raad van Elf, maar vaak ook door een Prinses, een hofnar, een minister, een of meer adjudanten en/of hofdames. In Limburgse dorpen en steden wordt ieder jaar een nieuwe Prins gekozen, maar in Noord-Brabant gebeurt het ook wel eens dat iemand meerdere jaren de rol van Prins vervult.

Tradities[bewerken]

Sleuteloverdracht[bewerken]

In verschillende plaatsen draagt de burgemeester, in de week voor carnaval, met een vrolijke doch officiële plechtigheid het bestuur van de stad over aan de Prins, waarbij de sleutel van de stad wordt overhandigd. Die sleutel kan een grote houten sleutel zijn, bij voorkeur verguld, maar het is ook wel eens een fietssleuteltje. Op Aswoensdag brengt de Prins de sleutel weer terug.

Naamgeving[bewerken]

De naam van de Prins is in de meeste plaatsen de eigen naam of een verbastering van degene die de rol van Prins vervult, gevolgd door een volgnummer in Romeinse cijfers.

Het is mogelijk dat een carnavalsprins wordt aangeduid als de eerste, bijvoorbeeld Prins Erik I. Bij echte vorsten is dat niet gebruikelijk: men spreekt pas van Beatrix I als er een tweede Beatrix is.

In sommige plaatsen in Noord-Brabant is het traditie dat de Prins elk jaar dezelfde naam aanneemt. Zo is men in Oosterhout al aan Mienus XII (de twaalfde) toe en Oeteldonk heeft al 25 keer Prins Amadeiro gehad. In Dongen blijven de meeste Prinsen meerdere jaren zitten, maar neemt de nieuwe Prins de naam Andreo aan, gevolgd door het volgnummer, dat gelijk is aan van het aantal jaar dat de Carnavalsstichting bestaat. Zodoende draagt de huidige Prins de naam Andreo XLVIII (de achtenveertigste).

Prinsenfoto[bewerken]

Met name in Limburg is het gebruikelijk dat er een staatsfoto van de Prins of het Prinsenpaar (Prins met Prinses, Hofnar etc.) gemaakt wordt, die op grote posters wordt uitgedeeld in de stad of het dorp, zodat iedereen die niet bij de bekendmaking aanwezig was weet wie de Prins is.

Kostuum[bewerken]

Het kostuum of pak van de Prins kan verschillend zijn. Aan het lijf draagt hij bijvoorbeeld een jasje in rood, groen of blauw, afgewerkt met zilver goud en/of diamantjes. Daar overheen wordt een bijpassende cape gedragen. Als broek een korte broek in dezelfde stijl als het jasje en de cape en daaronder een witte maillot. Het kan ook dat de Prins een rokkostuum draagt (zwart jasje en zwarte lange broek). Dit dan wel zonder cape. Een combinatie is ook mogelijk.

Wel draagt elke Prins een zogenoemde muts of 'steek' waarop enkele fazantenveren op zijn bevestigd. In zijn handen houdt hij de scepter van de vereniging en rond zijn nek draagt hij een speciale prinsenmedaille.

Jeugdprins[bewerken]

Naast de (volwassen) Prins, hebben veel plaatsen ook een aparte Jeugdprins of Jeugdprinsenpaar. Deze Jeugdprins is tijdens de carnavalsdagen de heerser van alle kinderen in de betreffende plaats.

Kosten[bewerken]

Van een carnavalsprins wordt verwacht dat hij geregeld een rondje geeft. Dat kan een kostbare grap worden: soms geeft een Prins er een jaarinkomen aan uit. Daarnaast betaalt de Prins ook vaak mee aan de carnavalswagen (die voor hem geheim blijft tot de optocht), het snoep dat tijdens de optocht wordt uitgegooid en zijn kostuum.