Prinsbisdom Luik

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Dit artikel betreft het staatkundige prinsbisdom Luik tot 1795. Zie ook het kerkelijke bisdom Luik.
Principauté de Liège
Prinsbisdom Luik
Fürstbistum Lüttich
Vorstbisdom van het Heilige Roomse Rijk
980 – 1795 Eerste Franse Republiek 
Wapen van het prinsbisdom Luik
Kaart
Het prinsbisdom Luik omstreeks 1350.
Het prinsbisdom Luik omstreeks 1350.
Algemene gegevens
Hoofdstad Luik
Oppervlakte ± 8000 km2
Talen Frans, Nederlands, Waals, Duits
Religie(s) Rooms-katholiek
Regering
Regeringsvorm Prinsbisdom
Staatshoofd Prins-bisschop
Geschiedenis
- Ontstaan 980
- Annexatie door Frankrijk 1795
Luik in de tweede helft van de 14e eeuw.

Het prinsbisdom Luik was oorspronkelijk een bisdom waarover bisschop Notger in 980 van keizer Otto II van het Heilige Roomse Rijk de heerlijke rechten kreeg en dus naast de geestelijke macht ook de wereldlijke macht kon uitoefenen. Vanaf dat ogenblik werd een deel van het bisdom Luik een prinsbisdom en genoot het immuniteit onder bescherming van de keizer. Het was de facto een semi-zelfstandig land geworden.

De stad Luik werd in bloed gesticht. De bisschop van Maastricht, Lambertus bezat een landhuis in het kleine plaatsje Luik, hoogstwaarschijnlijk een verbouwde Romeinse villa. Op 17 september van een onbekend jaar (696, 700 of 705), werd hij vermoord door de mannen van een zekere Dodon, leden van een rivaliserende familie. Zijn lichaam werd naar Maastricht overgebracht.

Al snel werden wonderen toegeschreven aan het huis, en het werd een bedevaartsoord. In 714 haalde zijn opvolger Hubertus de relikwieën van Lambert terug naar Luik en wijdde een kerk aan hem. Een stad groeide eromheen. In 722 besloot Sint-Hubertus zich in Luik te vestigen, maar niets gaf aan dat hij dit de nieuwe bisschopszetel wilde maken. Toch zal dit er de consequentie van zijn geweest.

De vroege middeleeuwen[bewerken]

In 742 werd Karel de Grote in de omgeving van Luik geboren. In 817 liet de kaart van Walcand en de lijst van prins-bisschoppen van Luik zien dat het bisdom al Tongeren, Maastricht, Hoei, Dinant, Ciney en de abdij van Saint-Hubert in bezit had. De Noormannen verwoestten het gebied in 820 voor de eerste keer. Met het Verdrag van Verdun van 843 werd Luik deel van Lotharingen. Het werd in 985 door keizer Otto II uitgebreid met het graafschap Hoei. Het domein van Theux werd in 898 door Zwentibold, koning van Lotharingen, aan de bisschop van Luik geschonken. In de twaalfde eeuw werd deze heerlijkheid het markgraafschap Franchimont. Het hertogdom Bouillon werd in 1096 gekocht van Godfried V (Godfried van Bouillon) en bleef (een apart) deel van het prinsdom tot 1678.

Het graafschap Loon[bewerken]

In 1366 annexeerde Jan van Arkel het graafschap Loon na de dood van Diederik van Heinsberg, maar toch behield het graafschap een grote autonomie. Zo kon de prins-bisschop niet zomaar belastingen innen of verhogen, en moest hij bij zijn aantreden de oude privileges van Loon erkennen.

Bourgondische tijd[bewerken]

De Bourgondiërs slaagden er in om prins-bisschoppen te installeren die hen goed gezind waren (zie Lodewijk van Bourbon). De opeenvolgende conflicten, de Luikse Oorlogen, leidden onder meer tot de Slag bij Montenaken en de Slag bij Brustem. Bij het tot stand komen van de Vrede van Sint-Truiden werd Luik een Bourgondisch protectoraat. Karel de Stoute brandde de stad in 1468 plat na een nieuwe opstand en een groot deel van de bevolking werd uitgemoord. Maria van Bourgondië verzaakte op 19 maart 1477 aan al haar rechten op het prinsbisdom.

Het prinsbisdom besloot in 1492 de neutraliteit uit te roepen en zich niet meer in te laten met de strijd tussen Frankrijk en Bourgondië. Deze staten beloofden een non-interventie-politiek, vrije handelsbetrekkingen en bij passage al het nodige te kopen en te betalen. Everhard van der Marck sloot wel een verbond met keizer Karel V, maar de Luikenaars dwongen zijn opvolger Gerard van Groesbeek dit verbond op te zeggen.

Het graafschap Horn kwam in 1568, na de onthoofding van Filips van Montmorency, aan de prins-bisschop van Luik, maar het bleef een zelfstandig leen.

Van prinsbisdom naar bisdom[bewerken]

Luik behoorde dus niet tot de Zeventien Provinciën, noch tot de Spaanse en Oostenrijkse Nederlanden; wel wordt het meestal tot de Zuidelijke Nederlanden gerekend. Hoewel het prinsbisdom deel uitmaakte van de Nederrijns-Westfaalse Kreits binnen het Heilige Roomse Rijk, bleef het tot de Franse annexatie in 1795 een min of meer onafhankelijke staat. De prins-bisschop was er als rijksvorst lid van de Rijksdag.

In 1789 kwamen de Luikenaars, in de maalstroom van de Franse Revolutie, in opstand tegen hun prins-bisschop. De Luikse Revolutie eiste gelijkaardige hervormingen als in Frankrijk. Tegelijk kwamen de Oostenrijkse Nederlanden in opstand tegen de Habsburgse heerser en stichtten de Verenigde Nederlandse Staten, waarmee de Luikse republiek een verbond sloot. Maar de nieuwe keizer herstelde niet alleen het gezag in zijn Zuidelijke Nederlanden; hij zette ook de prins-bisschop, Cesar van Hoensbroeck, terug op zijn post.

In 1795 was het uit met het prinsbisdom. Een eerste Franse annexatie op 8 mei 1793 hield geen stand. De Franse Nationale Conventie annexeerde op 1 oktober het gebied, en herschikte het in een aantal departementen: Nedermaas (Loon), Ourthe (Luik en het prinsdom Stavelot-Malmedy), en Samber en Maas (Dinant en omgeving).

In 1801 werd het bisdom Luik heropgericht, nu als geestelijk bisdom Luik.

Zie ook[bewerken]