Privégebruik auto

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Privégebruik auto is een Nederlandse forfaitaire regeling voor de ondernemer of werknemer die een auto (personenauto of bestelbus) van de zaak ook privé mag gebruiken. Er hoeven hierdoor privé geen uitgaven voor de auto te worden gemaakt. Hierdoor wordt een voordeel behaald ten opzichte van iemand met een privé-auto. In de omzetbelasting, inkomstenbelasting en loonbelasting wordt dit voordeel belast.

Privégebruik auto voor de ondernemer[bewerken]

Een ondernemer bepaalt bij de aanschaf van een auto of deze tot het ondernemers- of privé-vermogen behoort. Deze afweging moet voor zowel de omzetbelasting als de inkomstenbelasting afzonderlijk gemaakt worden. Dit wordt ook wel vermogensetikettering genoemd. Privégebruik auto is alleen van toepassing op de ondernemer die zijn auto als ondernemingsvermogen heeft geëtiketteerd en deze ook privé gebruikt.

In de inkomstenbelasting[bewerken]

Als een ondernemer op jaarbasis meer dan 500 kilometer aan privé-kilometers maakt in een tot zijn ondernemersvermogen behorende auto moet een percentage van de cataloguswaarde van de auto bij de belastbare winst worden opgeteld (bijtelling of onttrekking). Dit bedrag is nooit hoger dan de autokosten plus afschrijving van deze auto. De hoogte van de bijtelling is afhankelijk van het soort motor, de zuinigheid en de leeftijd van de auto.

De Wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en enige andere wetten (Wet uitwerking autobrief) bepaalt voor een aantal jaren de zuinigheidsgrenzen en de percentages. Per 1 juli 2012:

Motor met compressieontsteking (dieselmotor)

CO2-uitstoot per kilometer Minder dan 15 jaar geleden in gebruik genomen meer dan 15 jaar geleden in gebruik genomen
meer dan 114 gram 25% 35%
tussen de 92 en 114 gram 20% 30%
minder dan 92 gram 14% 24%

Motor zonder compressieontsteking (andere motor)

CO2-uitstoot per kilometer Minder dan 15 jaar geleden in gebruik genomen meer dan 15 jaar geleden in gebruik genomen
meer dan 132 gram 25% 35%
tussen de 102 en 132 gram 20% 30%
meer dan 0 en minder dan 102 gram 14% 24%
0 gram (tot 1 januari 2015) nihil 10%

De bijtelling blijft achterwege als er op jaarbasis minder dan 500 kilometer aan privé-kilometers met de auto wordt gereden. Het is aan de ondernemer om aan te tonen (vrije bewijsleer) dat dit het geval is, bijvoorbeeld door een sluitende rittenregistratie bij te houden. Voor de ondernemer wordt het woon-werkverkeer als zakelijke kilometers gerekend.

Wijzigingen 2014[bewerken]

Op 1 januari 2014 worden de CO2-grenzen om in aanmerking te komen voor een lager bijtellingspercentage aangescherpt[1]. Voor bijvoorbeeld de, meest populaire, 14 procent categorie zijn de grenzen voor een dieselauto naar beneden bijgesteld naar maximaal 85 g/km CO2 en een benzine-auto naar maximaal 88 g/km - ten opzichte van 88 en 95 g/km in 2013. Daarnaast moet er nu ook voor nul-emissieauto's (in de praktijk elektrische auto's) 4% worden bijgeteld en is het percentage voor auto's met een zeer lage emissie (minder dan 50 g/km) verhoogd naar 7%.[2]

In de omzetbelasting[bewerken]

Sinds 1 juli 2011 is in de omzetbelasting voor de auto, als deel uitmakend van het ondernemersvermogen geëtiketteerd, een nieuwe regel van toepassing. De rechtbank van Haarlem heeft op 16 juni 2011 geoordeeld dat de btw-heffing over het privégebruik oneerlijke behandeling inhoudt.[3] De oneerlijkheid komt doordat ondernemers met een zuinige auto minder omzetbelasting verschuldigd waren dan diegenen met een minder zuinige auto. In de nieuwe regeling wordt niet langer omzetbelasting over het privégebruik van de auto geheven.

De btw (voorbelasting) op de aanschaf, onderhoud en gebruik van deze auto mag worden afgetrokken. Dit geldt ook voor een leaseauto. Over het werkelijke privégebruik is btw verschuldigd. Om dit te kunnen berekenen moet een sluitende kilometeradministratie worden bijgehouden. De verschuldigde omzetbelasting wordt berekend door middel van de herzieningsregeling voor roerende goederen[4]. In het kort komt de herzieningsregeling er op neer dat na aanschaf van de auto jaarlijks wordt bepaald hoe hoog het privégebruik is ten opzicht van het zakelijk gebruik. Over het privé-deel moet de ondernemer vervolgens 21% btw afdragen. Als de ondernemer geen kilometeradministratie wil bijhouden kan gekozen worden voor een forfaitair privégebruik van 2,7% van de catalogusprijs van de auto. De catalogusprijs is inclusief btw en bpm. In dit geval draagt de ondernemer jaarlijks 2,7% van de catalogusprijs aan btw af. Als de auto vijf (5) jaar in gebruik is, draagt de ondernemer jaarlijks 1,5% BTW af over de catalogusprijs (in plaats van 2,7%)

Tot 1 juli 2011 werd voor de verschuldigde omzetbelasting aangesloten op het privégebruik in de inkomstenbelasting. Voor de omzetbelasting was een percentage van 12% van de onttrekking in de inkomstenbelasting verschuldigd.

Kritiek[bewerken]

Er is ook kritiek op de huidige bijtellingsregeling. Zo bleek uit onderzoek van TNO dat auto's waar voor 7% bijtelling geldt in de praktijk helemaal niet zuiniger zijn dan auto's in de 14% categorie. Dit komt ook omdat de regeling gericht is op automobilisten die een auto van de zaak rijden en dus zelf de brandstof niet betalen, waardoor ze minder geneigd zijn om de auto optimaal te gebruiken. Bij PHEVs is er weinig stimulans om de accu via het stopcontact op te laden, bij groen gas om om te rijden naar een speciaal tankstation.[5]

Privégebruik auto voor de werkgever[bewerken]

Als een werknemer in een auto van de werkgever rijdt dan kan de 'regeling privégebruik auto van de werkgever' van toepassing zijn. Het privégebruik wordt in de loonbelasting bij de werknemer belast. De werkgever is over het privégebruik omzetbelasting verschuldigd.

In de loonbelasting[bewerken]

Een werknemer die ook voor privé-doeleinden in een auto van de zaak rijdt wordt hierover via de loonbelasting belast. Indien aangetoond kan worden (door bijvoorbeeld een sluitende rittenadministratie) dat de werknemer op jaarbasis minder dan 500 privé-kilometers in deze auto rijdt, blijft de bijtelling achterwege. De werkgever telt elk loontijdvak een evenredig deel van het voordeel bij. Het voordeel is net als in de inkomstenbelasting een percentage van de cataloguswaarde van de auto. De bijtellingspercentages zijn gelijk aan die zoals gehanteerd in de bijtelling in de inkomstenbelasting (zie boven).

Als de werknemer een eigen bijdrage aan de werkgever betaalt wordt deze van de bijtelling afgetrokken. De bijtelling kan nooit lager zijn dan nul. Is het werkelijke privégebruik hoger dan de forfaitaire bijtelling dan geldt het werkelijk privégebruik. Deze situatie treedt op als de auto maar weinig voor zakelijke ritten wordt gebruikt.

In bepaalde gevallen zijn afwijkende regels van toepassing.[6] Het gaat hier onder andere om:

  • de vereenvoudigde rittenregistratie voor rijinstructeurs
  • de toepassing van eindheffing bij gebruik bestelauto door meerdere personen
  • de 'Handreiking privégebruik auto voor de autobranche'
  • de bestelauto is (bijna) uitsluitend geschikt voor vervoer van goederen
  • bijzondere auto's.

In de omzetbelasting[bewerken]

Gebruikt een werknemer de auto van de zaak ook voor privé-doeleinden, dan zijn voor de omzetbelasting dezelfde regels als die voor de ondernemer van toepassing.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties