Private banking
Private banking is de term voor de financiële dienstverlening van banken aan welgestelde particulieren. Om voor private banking in aanmerking te komen moet een klant ongeveer één miljoen euro vrij besteedbaar hebben, hoewel enkele banken deze grens verlaagd hebben. De term private slaat op de persoonlijke benadering die gepaard gaat met private banking, in tegenstelling tot de massamarkt van gewoon consumentenbankieren (retail banking).
Dienstverlening [bewerken]
De private banking afdeling richt zich op vermogensbeheer zoals sparen en beleggen, maar ook op kwesties omtrent erfenissen en belastingen. Het is gebruikelijk dat klanten contact hebben met een vast contactpersoon. Hoe exclusiever de bank, hoe exclusiever de relatie met de klant. De grens voor het in aanmerking komen voor private banking wordt niet altijd naar buiten toe gecommuniceerd.
Volgens Scorpio Partnership's Annual Private Banking Benchmark over 2006 heeft het Zwitserse UBS de grootste private banking afdeling ter wereld gemeten naar beheerd vermogen. Op nummer twee staat Citigroup gevolgd door Merrill Lynch. Deze drie banken hebben elk meer dan 1.000 miljard dollar aan beheerd particulier vermogen.[1] Private banking in Nederland en België is traditioneel een werkterrein van kleine exclusieve banken zoals Bank Degroof, Staalbankiers, Van Lanschot Bankiers, Schretlen & Co, Theodoor Gilissen Bankiers en Bank Insinger de Beaufort. Daarnaast heeft het private banking bedieningsconcept een vlucht genomen binnen de Nederlandse grootbanken. Zo bieden onder meer ABN AMRO, ING en Rabobank producten en diensten voor vermogende particulieren.
| Bronnen, noten en/of referenties |