ProDG

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pro deutschsprachige Gemeinschaft
(ProDG)
Prodg.png
Algemene gegevens
Partijvoorzitter Oliver Paasch
Actief in Dgbelgiens.svg Duitstalige Gemeenschap
Hoofdkantoor Kaperberg 6
4700 Eupen
Vlag van België België
Kleuren oranje, blauw
Fractieleiders
Fractieleider Duitstalige Gemeenschapsraad Alfons Velz
Mandaten
Zetels Duitstalige Gemeenschapsraad
Ideologie / Geschiedenis
Ideologie regionalisme
federalisme
pro-Europees[1], christendemocratie (oorspronkelijk)
Opgericht 1971
Voormalige namen CUW, PDB, PJU-PDB
Verwante organisaties
Europese organisatie stichtend lid EVA
Media
Website prodg.be
Portaal  Portaalicoon   Politiek
België

ProDG (Pro deutschsprachige Gemeinschaft) is een regionalistische partij die opkomt voor de Duitstaligen in de Oostkantons in Wallonië in België. De partij zetelt in de gemeenschapsraad van de Duitstalige Gemeenschap te Eupen en heeft sinds 2009 twee ministers in de Duitstalige Gemeenschapsregering: Harald Mollers en Oliver Paasch.

Geschiedenis[bewerken]

In 1971 scheurt de Christliche Wählerunion (CUW) zich af van de Christlich Soziale Partei (CSP). Bij de nationale verkiezingen van hetzelfde jaar haalt unie meteen 20% van de stemmen. Door het succes maken ook politici uit andere partijen dan de CSP de overstap naar de nieuwe partij. Vrij snel wordt de naam omgevormd van CUW tot PDB: de Partei der deutschsprachigen Belgier. De partij zal een belangrijke rol spelen in de eis om meer autonomie voor de Duitstalige Gemeenschap. De PDB onderhoudt contacten met de Vlaamse politiek en in het bijzonder met de Volksunie. Op Europees vlak participeert de PDB aan de oprichting van de Europese Vrije Alliantie (EVA).[2]

Eind de jaren 1980 wordt de PDB in diskrediet gebracht. De partij zou geld hebben aangenomen van de Hermann-Niermann-Stiftung, een organisatie die etnische (vooral Duitstalige) minderheden ondersteunt, vooral in Elzas-Lotharingen, Südtirol, maar ook in de Oostkantons. In 1987 geeft de PDB toe ook geld te hebben aangenomen van de Niermann-Stiftung. De stichting wordt via een connectie met neonazi Norbert Burger echter in verband gebracht met het rechtsextremisme, wat, althans volgens enkele journalisten, ook de PDB zou linken met laatstgenoemde stroming. Na een proces wegens smaad, opgestart door enkele betrokkenen, en een ontslag als gevolg daarvan, besluit het Duitstalige Gemeenschapsparlement in 1997 een onderzoek in te stellen. De verbinding met extreem-rechts valt volgens die commissie niet te bewijzen. De PDB en Lorenz Paasch, PDB-politicus en voorzitter van de Niermann-Stiftung (en vader van huidig partijvoorzitter Oliver), kan niets ten laste worden gelegd.[3]

In 2003 gaat de PDB samen met de PJU, wat staat voor Parteiloos - Jugendliche - Unabhängige. Voortaan spreekt men over de PJU-PDB. De PJU is een politieke beweging, ontstaan in de jaren 1990 in de context van het Agustaschandaal en de affaire Dutroux. Aanvankelijk onder de naam Juropa (Jung Europa) streeft men naar een nieuwe politieke cultuur en samenwerking binnen het Euregio-verband. De verkiezingen van 2004 brengen winst voor de nieuw opgerichte coalitie die nu toetreedt tot de regering van minister-president Karl-Heinz Lambertz (SP), verder samengesteld uit leden van de SP en de PFF.

Twee jaar later ziet het er evenwel minder goed uit voor de PJU-PDB: bij de gemeenteraadsverkiezingen verliest de partij haar vertegenwoordiging in de Eupense gemeenteraad. De Duitstalige Gemeenschap beschikt intussen over verregaande autonomie en het lijkt erop dat de voornaamste doelen van de PDB zijn verwezenlijkt. Een vernieuwingsoperatie dringt zich aldus op.[4] Die operatie leidt in 2008 tot een nieuwe naam: ProDG. De partij wordt nu voorgesteld als Die unabhängige Kraft für Ostbelgien. De verkiezingen van 2009 brengen meer succes: de partij wint bijna 6%. ProDG blijft deel uit maken van de gemeenschapsregering-Lambertz, waarvoor ze twee ministers mag leveren: partijvoorzitter Oliver Paasch en Harald Mollers.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Selm Wenselaers, De laatste Belgen, Antwerpen-Amsterdam (Meulenhoff-Manteau), 2008, 148.
  2. Wenselaers, De laatste Belgen, 147-148.
  3. Wenselaers, De laatste Belgen, 133-135.
  4. Wenselaers, De laatste Belgen, 148-149.