Procol Harum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Procol Harum
Procol Harum in bezetting 2004
Procol Harum in bezetting 2004
Achtergrondinformatie
Jaren actief 1967 - 1977
1991 - heden
Oorsprong Londen, Engeland
Genre(s) Progressieve rock
Psychedelische rock
Label(s) Regal Zonophone Records
Reprise Records (US)
A&M Records
Chrysalis Records
Deram Records
Huidige leden Gary Brooker
Geoff Dunn
Matt Pegg
Josh Phillips
Geoff Whitehorn
Keith Reid
Ex-leden Dave Ball
Dave Bronze
Mark Brzezicki
Alan Cartwright
Chris Copping
Matthew Fisher
Mick Grabham
Bobby Harrison
David Knights
Dee Murray
Ray Royer
Pete Solley
Don Snow
Robin Trower
B.J. Wilson
(en) Allmusic-profiel
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Procol Harum is een Britse band die in 1967[1] werd gevormd. De band is vooral bekend van hun nummer 1-hits A Whiter Shade of Pale en Homburg. De band wordt gezien als een van de wegbereiders van het genre progressieve rock. De samenstelling van de band is in de loop der tijd veelvuldig gewijzigd. De enige constante leden zijn zanger/pianist Gary Brooker en tekstschrijver Keith Reid.

Biografie[bewerken]

De wortels van Procol Harum lagen in een live band genaamd 'The Paramounts', die door Gary Brooker en Robin Trower werd geleid, populaire artiesten in het begin van de jaren 60. Zij sloten in 1963 een contract af bij Parlophone en brachten de single Poison Ivy uit, die een gematigd succes was in Groot-Brittannië. Zij konden dit succes echter niet vasthouden en de band viel in 1966 uiteen. Brooker ging werken als liedjesschrijver en kwam hierbij in aanraking met tekstschrijver Keith Reid, met wie hij een aantal nummers schreef. Om deze nummers uit te voeren, werd een nieuwe band opgericht, 'Pinewoods' geheten, met daarin naast Brooker onder anderen organist Matthew Fisher en bassist Dave Knights. Met deze band werd het nummer A Whiter Shade of Pale opgenomen. Nog voordat dit nummer uitkwam, werd de naam van de band veranderd in Procol Harum. Het was hun manager die het idee kreeg om de band naar de kat van een vriend te noemen.

A Whiter Shade of Pale werd een enorm succes en is één van de weinige nummers die tot twee keer toe de nummer 1-positie in de hitparade behaalden. Het nummer wordt algemeen beschouwd als één van de grootste popklassiekers. Voor de melodie werd er gebruikgemaakt van (een deel van) Bachs Ouverture nr. 3 in D, BWV 1068. De samenstelling van de band werd gewijzigd door twee leden te vervangen door oud-Paramounts Robin Trower (gitaar) en B.J. Wilson (drums). Een eerste album werd opgenomen, eenvoudig Procol Harum geheten. Ook verscheen een tweede single, Homburg, dat weliswaar minder succes had dan de voorganger, maar wel weer de 1ste plaats behaalde in de hitparade. Latere singles hadden vaak weinig succes maar de lp's vonden hun weg naar een groot en trouw publiek, echter vooral in het buitenland, met name in Nederland. Op de volgende albums, Shine on Brightly en A Salty Dog werd de op het eerste album ingeslagen weg verder gevolgd, steeds met compositorische bijdragen van Brooker, Fisher en Trower. Daarna verliet Matthew Fisher de band om te worden vervangen door Chris Copping, waarmee alle oud-leden van de Paramounts weer herenigd waren. In deze bezetting werd het album Home opgenomen, min of meer een conceptalbum rond het thema de dood. Na het volgende album, Broken Barricades uit 1971, verliet ook Trower de groep. Hiermee bleef Brooker als enige componist over.

In de jaren zeventig bleef Procol Harum populair. De band ging ondanks een constant wijzigende bezetting door met het maken van muziek. Zij waren een van de eerste groepen die succes had met een symfonieorkest. Zo wordt in november 1971 een zeer succesvol live album opgenomen 'Live In Concert with the Edmonton Symphony Orchestra' waarbij Robin Trower is vervangen door David Ball. Tevens heeft bassist Alan Cartwright zich dan bij de groep gevoegd. Saillant detail is dat alle bandleden inmiddels in loondienst zijn van Brooker en Reid. In 1973 wordt het album Grand Hotel opgenomen en uitgebracht. Reeds tijdens de opnames van dit album verlaat David Ball de groep en wordt vervangen door gitarist Mick Grabham, afkomstig van de groep 'Cochise'. Ook de fotosessie voor de klaphoes van Grand Hotel is al achter de rug als Mick Grabham zich bij de groep voegt. Om de fotosessie niet opnieuw te hoeven doen, wordt bij de reeds gemaakte foto's het hoofd van Mick Grabham op het onderlichaam van David Ball gemonteerd. Grand Hotel mag wel worden beschouwd als het meest symfonische album dat de groep tot dan toe heeft uitgebracht De lp ging vergezeld van een los boekje met liedteksten, dat bovendien was voorzien van tekeningen van kunstenaar Spencer Zahn. Volgens sommigen is Grand Hotel een conceptalbum, maar voor zover bekend is daar door Brooker en Reid nooit zekerheid over verstrekt. Op 'Fires (Which Burnt Brightly)' van het genoemde album is gastvocaliste Christianne Legrand van de a capella groep The Swingle Singers te horen. Het majestueuse titelnummer van Grand Hotel wordt een bescheiden hit en staat jaarlijks nog steeds in de Nederlandse Top 2000.

In 1974 wordt er opnieuw een album opgenomen in dezelfde bezetting en Exotic Birds & Fruit verschijnt in datzelfde jaar. Net als op Grand Hotel wordt er ook hier gekozen voor een samenwerking met producer Chris Thomas. Op de hoes prijkt een schilderij van de Hongaars/Engelse schilder Jacob Bogdani waarvan de afbeelding perfect aansluit bij de titel van het album. Exotic Birds & Fruit wijkt in zoverre af van Grand Hotel dat het album niet meer zo symfonisch klinkt maar meer als 'rock'-album, hetgeen, zoals later bleek, ook de insteek is geweest. Van dit album zijn geen hits afkomstig en in het algemeen is het wat zwakker dan zijn voorganger al staan er een aantal klassiekers op, zoals 'Nothing but the Truth' en 'Beyond the Pale'.

In september 1975 verschijnt het wat matte Procol's Ninth; het laatste album dat in de huidige bezetting wordt opgenomen. Het album doet niet zo erg veel, al staat er wel één hit op: 'Pandora's Box'. Voor het eerst tijdens het bestaan van de groep, staat op het album ook een cover, nl. 'Eight Days a Week' van The Beatles. Ook 'I Keep Forgetting' dat niet door Brooker/Reid geschreven is maar door de producenten van het album Jerry Leiber en Mike Stoller. De hoes van Procol's Ninth bestaat uit een groepsfoto van de band met van elk bandlid een handtekening.

In 1977 verschijnt het laatste album van Procol Harum, Something Magic genaamd. Met Something Magic slaat de band weer een beetje het pad in van de symfonische rock maar het genre lijkt op sterven na dood. De opkomst van de punk is hier deels debet aan. Bassist Alan Cartwright heeft de groep inmiddels verlaten waarna Chris Copping zijn rol overneemt als bassist. Als nieuwe toetsenist wordt Pete Solley aangetrokken welke het vertrouwde Hammond-geluid van de groep verruilt voor synthesizers. De tweede lp-kant van het album bevat een allegorisch beeldverhaal: 'The Worm and the Tree' dat voor de verandering niet door Brooker wordt gezongen maar wordt gesproken, hetgeen de groep door de meeste fans niet in dank wordt afgenomen en er ook toe leidt dat dit album opnieuw minder goed verkoopt dan zijn voorganger. Enkele sterke nummers die op de eerste lp-kant staan kunnen dit helaas niet goedmaken. Het nummer 'Wizard Man' wordt op single uitgebracht maar doet niet erg veel. Nadat Something Magic is uitgekomen, geeft Chris Copping aan de band te willen verlaten. Niet lang daarna valt de band uiteen (1977), al wordt de groep vijf maanden later herenigd voor een eenmalig optreden. Brooker begint vervolgens een solocarrière en oogst succes met zijn eerste album No More Fear of Flying waarbij de tekst van de titeltrack door Keith Reid wordt geschreven en voornamelijk in Nederland een hit wordt.

In 1991 wordt Procol Harum heropgericht. De band bestaat nu uit Brooker, Trower, Fisher en drummer Mark Brzezicki. Oud-drummer B.J. Wilson is het jaar daarvoor overleden. Na de opname van het album The Prodigal Stranger valt ook deze bezetting uiteen. Pas in 2003 verschijnt het meest recente album The Well's on Fire, waarop ook Fisher weer te horen is. Na dit album stapt Fisher echter weer op. In november 2006 stapte hij naar de rechter om zijn deel in de rechten op A Whiter Shade of Pale op te eisen. Hij krijgt vervolgens 40% van de credits toegekend, omdat de rechter het met hem eens is dat zijn orgelspel een wezenlijk onderdeel van de song is. In april 2008 wordt deze beslissing in hoger beroep weer teruggedraaid en krijgt Brooker weer de volledige rechten. Een van de redenen was dat Fisher pas na 30 jaar om deze royalty's vroeg. In 2010 maakt Fisher op zijn website bekend dat hij een overeenkomst heeft gesloten met Onward Music Ltd, waarin alle juridische en financiële aangelegenheden met betrekking tot de rechtszaak op een bevredigende manier zijn opgelost.

Discografie[bewerken]

Lp's en cd's[bewerken]

Dvd-opnamen[bewerken]

Radio 2 Top 2000[bewerken]

Nummer met notering(en)
in de Radio 2 Top 2000
'99 '00 '01 '02 '03 '04 '05 '06 '07 '08 '09 '10 '11 '12 '13
A salty dog 755 838 1271 591 985 899 907 870 1113 914 1072 1260 1276 1077 1443
A whiter shade of pale 10 18 23 20 22 28 22 25 47 26 50 42 65 61 83
Conquistador 1072 1132 986 1147 972 1328 1220 1421 1821 1366 1499 1587 1707 1994 -
Grand hotel - 782 - 836 899 1200 818 888 1166 973 1319 1346 1301 1467 1640
Homburg 871 671 990 504 796 967 798 894 1138 881 1270 1290 1324 1531 1517

Externe links[bewerken]


  1. In de Melody Maker van mei 1967 wordt geschreven over “Procol Harum, formed only three months ago”. Zie www.procolharum.com.