Productieplatform

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een platform in de Noordzee
Olieplatform in de Golf van Mexico
11-09-fotofluege-cux-allg-25a.jpg

Een productieplatform is de stalen of betonnen constructie die meestal op de bodem van de zee verankerd is, van waaruit aardolie en/of aardgas gewonnen worden. Door het grote publiek wordt dit een booreiland genoemd, op een productieplatform wordt echter zelden geboord. Het is offshoretechniek.

Types[bewerken]

Er kunnen twee typen platforms worden onderscheiden:

  • vaste platforms, meestal in ondiep water:
    • Jackets, stalen constructies tot maximaal zo'n 400 meter waterdiepte
    • Compliant towers, stalen constructies tot maximaal zo'n 600 meter waterdiepte
    • Condeeps, betonnen constructies tot maximaal zo'n 300 meter waterdiepte
  • drijvende platforms, meestal in diepe wateren:
    • Tension-leg platforms, een verticaal gemeerd drijvend platform dat op zijn plek wordt gehouden met behulp van lange palen, diepste platform 1432 meter waterdiepte
    • half-afzinkbare platforms, half-afzinkbare schepen die worden afgemeerd aan zuigankers
    • FPSO's, Floating Production, Storage and Offloading Vessel, een speciaal soort schip (tot voor kort meestal een omgebouwde olietanker) dat boven een olieput ligt. De olie wordt meestal afgevoerd met shuttle-tankers.
    • Spar platforms, cilindervormige platforms die ook met zuigankers worden afgemeerd. Een bekend platform van dit type is de afgedankte Brent Spar. De diepste spar bevindt zich in een waterdiepte van 1710 meter

Hiernaast is er nog de Jack-up rig, een verplaatsbaar platform met 3 of 4 hydraulisch beweegbare poten dat tot circa 150 meter waterdiepte wordt gebruikt voor zowel het boren naar als de productie van olie en gas kan worden gebruikt.

De kleinere platforms worden well protectors of satellieten genoemd en zijn normaal gesproken onbemand. Er zijn wel noodfaciliteiten voor overnachtingen. Op een centrale plaats in een olie- of gasveld staat dan een groter platform waar de installaties voor olie- en gasbehandeling zijn, en waar ook hotelaccommodatie is voor de bemanning. Een redelijk gangbaar werkschema is twee weken op en twee weken af, met werkdagen van 12 uur per dag. Bevoorrading van deze platforms gebeurt per schip, maar de bemanning wordt afgelost per helikopter. Voor grotere werkzaamheden kan een booreiland of werkeiland naast een productieplatform geplaatst worden, waarop soms honderden extra mensen gehuisvest kunnen worden. Om de platforms te verankeren, wordt soms de Gravity Based Foundation techniek gebruikt.

Personeel[bewerken]

Aan boord zijn mensen met de volgende functies:

  • O.I.M. (Offshore Installation Manager), degene die de eindverantwoording heeftvoor alles wat er op het platform gebeurt. Omdat een platform vaak in internationale wateren ligt heeft deze dezelfde autoriteit als de kapitein van een schip op zee. Deze persoon wordt ook wel HMI (Hoofd Mijnbouw Installatie) genoemd
  • Kok en huishoudelijk personeel (Stewards).
  • Radio-operator die de communicatie verzorgt met helikopters en schepen, maar vaak ook de helikopterbezetting regelt en als receptionist functioneert (alleen aanwezig op de grotere platformen).
  • Procesoperators die in twee-ploegendienst werken.
  • Technici.
  • Kraandrijver die het laden van de bevoorradingsboot en het verplaatsen van zware spullen verzorgt.
  • Medic, een verpleegkundige die medische noodgevallen kan behandelen (alleen aan boord op platformen met een bezetting van meer dan 25 personen).
  • H.L.O. (Helicopter Landing Officer) die de helikopterbewegingen begeleidt, samen met een assistent die altijd aan het schuimkanon staat als een helikopter in de buurt is.
  • Brandploeg, voor noodgevallen.
  • M.O.B. (Man Over Board) team, dat snel met een rubberboot ingezet kan worden. Bij 'valgevaarlijk' werk wordt het team al bij voorbaat ingezet.

Op kleinere platforms worden deze functies gecombineerd, een minimale bezetting is ongeveer 5 man: kok, drie operators (waarvan één de OIM is) en een technicus. Omdat het aanwezig hebben van personeel een dure zaak is wordt ook geprobeerd zo veel mogelijk onbemand met afstandsbediening te opereren.

Veiligheid[bewerken]

Omdat olie en gas brandbaar en explosief zijn, en omdat de zee weinig mogelijkheden voor ontsnapping biedt zijn op productieplatforms strenge veiligheidsmaatregelen van kracht. Uit het onderzoek naar de ramp met het Piper Alpha platform, dat op 6 juli 1988 in brand vloog bleek dat deze regels hard nodig waren. De regels zijn voor een deel beschreven in de Mijnwet.
Een overzicht:

  • personeel moet regelmatig medisch gekeurd worden.
  • iedereen die langer dan 3 dagen op een platform verblijft moet een speciale training volgen, waarin veiligheid, overleven op zee, EHBO, brandbestrijding en ontsnappen uit zinkende helikopters in theorie en praktijk geoefend worden. Zo'n training duurt een week en moet iedere paar jaar herhaald worden. Veel maatschappijen stellen dergelijke trainingen verplicht voor iedereen die een platform bezoekt, en stellen soms ook speciale trainingen verplicht.
  • In de helikopter draagt iedereen een overlevingspak en zwemvest, voor vertrek wordt altijd een veiligheidsvideo vertoond.
  • Alle werkzaamheden aan boord worden gecoördineerd via een systeem van werkvergunningen.
  • Er is een absoluut alcoholverbod, en roken is zeer beperkt toegestaan.
  • Sommige maatschappijen verbieden zelfs het meenemen van zakmessen.

Bij sommige van deze maatregelen moet je bedenken dat zelfs een kleine verwonding de maatschappij op grote kosten kan jagen, een voortijdige helikoptervlucht en regelen van een vervangende werknemer kost al duizenden euros.

Voorkomen[bewerken]

In veel streken van de wereld vindt olie- en gaswinning plaats op het continentaal plat. De Noordzee staat vol met dergelijke platforms, andere streken zijn de Golf van Mexico, West- Afrika, Indonesische Archipel, Brazilië, Zuid-Afrika.

Trivia[bewerken]

  • Voor navigatiedoeleinden worden productieplatforms vaak voorzien van een radarbaken.
  • Alle platformen voorzien van een helikopter-dek hebben een eigen ICAO-code net als ieder vliegveld.

Zie ook[bewerken]