Profiles Symphoniques
| Profiles Symphoniques | ||||
| Componist | Kees Vlak | |||
| Soort compositie | suite | |||
| Gecomponeerd voor | harmonieorkest, fanfareorkest | |||
| Gecomponeerd in | 1979 | |||
| Première | 1979 | |||
| Opgedragen aan | Harmonieorkest Kunst na Arbeid Uithoorn o.l.v. Frans de Jong |
|||
| Duur | ± 16'00 minuten | |||
|
||||
Profiles Symphonique - des trois komponistes celèbres, sur le thème de "Trois jolis tambours" is een compositie voor harmonieorkest of fanfareorkest van de Nederlandse componist Kees Vlak.
Inhoud |
Geschiedenis[bewerken]
Het werk is van de componist opgedragen aan het Harmonieorkest Kunst na Arbeid (K.N.A.) Uithoorn onder leiding van Frans de Jong.
Muziek[bewerken]
Het aanleg van deze compositie heeft verschillende voorbeelden in de muziekgeschiedenis. Diverse componisten hebben de poging gemaakt een bekend volksliedje in de stijl van bekende oude meesters te componeren. Kees Vlak heeft bij deze poging - net zo als andere componisten voor hem ook - moeten bekennen, dat het met problemen verbonden is als men als componist probeert in de voetstappen van een meestercomponist te treden, omdat men spoedig merkt, dat het nooit helemaal kan lukken. De persoonlijkheid van een dergelijke meestercomponist zal meestal in een ander licht rukken en als diegene die het probeert te "imiteren" voelt zich intens gelukkig dat hij zelf zover gekomen is dat men de genialiteit van een meestercomponist tot zover kunt ontdekken.
In een dergelijke ervaring heeft de componist Kees Vlak besloten dit werk aan de publiciteit toe te vertrouwen. Als uitgangspunt nom hij het Nederlandse volksliedje Drie Schuintamboers (Trois jolis tambours). Dit lied heeft de componist voor zijn doel in twee motieven (motief A en motief B) ingedeeld.
Dit basisthema werd ingericht in de stijl van drie componisten namelijk: Wolfgang Amadeus Mozart, Felix Mendelssohn Bartholdy en Ludwig van Beethoven. Hoe dit tot de verschillende thema's is omgezet wordt u met bijgaande voorbeelden getoond.
Deel I. Mozart[bewerken]
Als structuur voor het eerste deel (Mozart) zou een sonatevorm het meest op zijn plaats zijn geweest. Maar, de componist heeft hier echter één thema als uitgangspunt genomen, dan lukt dat niet. Zeker niet in de stijl van Mozart. Ook de variatievorm vond de componist niet juist, omdat het een variatie in een variatie geworden was. In vergelijking met de sonatevorm heeft de componist het volgende gedaan:
| Sonatevorm | Beschrijving | Profiles Symphoniques: deel I: Mozart |
|---|---|---|
| 1. Expositie | Thema A (Tonica) Hoofdthema Thema B (Dominant) |
1. Introductie (vanuit de tonica naar de dominanttoonsoort) (van begin tot cijfer (1) Hoofdthema (in de dominant) (cijfer (1) tot (4) |
| 2. Doorwerking = fantasie over het hoofdthema + generale opmaat |
2. Idem (cijfer (4) tot (13) | |
| 3. Reprise | Thema A (Tonica) Thema B (Tonica) |
3. De introductie is nu vervallen Hoofdthema (in de tonica) (cijfer (13) tot slot) |
Deel 2: Mendelssohn Bartholdy[bewerken]
Deel 2 in de stijl van Mendelssohn Bartholdy (om de twijfels tussen Schubert en Mendelssohn Bartholdy weg te nemen, heeft de componist een bekend motiefje uit De Hebriden (Fingal's Grot), ouverture, op. 26 (1830-1832) er in geplaatst) is gewoon een enkelvoudige liedvorm met voor- en naspel.
Deel 3: Van Beethoven[bewerken]
Deel 3 is een scherzo in de stijl van Van Beethoven. Voor vele componisten is Beethoven een genie, dat in verschillende bereiken van de muziek baanbrekend werk verricht heeft. Zo ook voor Kees Vlak, die hem als "grote bouwmeester" met een enorm gevoel voor evenwicht beschouwd, en daarom heeft Vlak aan het slot de tonica nog ettelijke malen herhaalt. Het slot is niet spottend bedoeld, maar een gevoel van humor is wel op zijn plaats. Het geheel is eigenlijk een driedeligheid met een algemene opmaat voor de reprise plus een coda.
Orkestratie[bewerken]
Harmonieorkest[bewerken]
| Houtinstrumenten | Koperinstrumenten | Strijkinstrumenten | Slagwerk (Percussie) |
|---|---|---|---|
| piccolo in c | kornetten/trompetten I+II+III | contrabassen | pauken |
| dwarsfluiten I+II | hoorns I+II+III+IV | slagwerk I (grote trom, kleine trom) | |
| hobo's I+II | bariton (vioolsleutel) | slagwerk II (hangende bekkens, crashbekken) | |
| fagotten I+II | trombones I+II+III | slagwerk III (triangel) | |
| esklarinet | eufonium | ||
| klarinetten in bes solo+I+II+III | tuba's I+II | ||
| altklarinet | |||
| basklarinet | |||
| altsaxofoons I+II | |||
| tenorsaxofoon I+II | |||
| baritonsaxofoon |
Fanfareorkest[bewerken]
| Houtinstrumenten | Koperinstrumenten | Strijkinstrumenten | Slagwerk (Percussie) |
|---|---|---|---|
| sopraansaxofoons I+II | flügelhorn in es | contrabassen | pauken |
| altsaxofoons I+II | flügelhorn in bes solo+I+II+III | slagwerk I+II+III | |
| tenorsaxofoons I+II | trompetten I+II+III | ||
| baritonsaxofoon | hoorns I+II+III+IV | ||
| trombones I+II+III | |||
| bariton (vioolsleutel) | |||
| eufonium | |||
| tuba I in Es | |||
| tuba II in Bes |
Bronnen, noten en/of referenties
|







