Projectiemethode

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor projectiemethoden in de cartografie, zie kaartprojectie.
Een orthogonale projectie vanaf drie kanten, hetgeen een vooraanzicht, zijaanzicht en bovenaanzicht oplevert.

Een projectiemethode in het technisch tekenen is een methode om een ruimtelijk object op het platte vlak af te beelden met bepaalde aanzichten.

Overzicht[bewerken]

Bij het technisch tekenen worden projectiemethoden gebruikt om een ruimtelijk object op het platte vlak af te beelden. Bij de projectie worden de contouren van het object volgens bepaalde regels weergegeven. Elke projectiemethoden heeft bepaalde gemeenschappelijke en bepaalde eigen voorschriften. De hoofdgroepen van projecties zijn: [1]

  • De parallelprojecties of axonometrieën : Het te tekenen gebied wordt hierbij met evenwijdige lijnen geprojecteerd op het beeldoppervlak.
  • De convergerende projecties of perspectieven : Het te tekenen object wordt vanuit een gekozen standpunt op een beeldvlak geprojecteerd.

In het werktuigbouwkundig tekenen worden geen perspectiefprojecties gebruik, omdat zij niet eenvoudig zijn en omdat de afmetingen er moeilijk terug te vinden zijn.[2] Zij gebruiken alleen de parallelle projecties. In architectonische, stedenbouwkundige en landschapskundige vakgebieden worden beide gebruikt, waarbij het perspectief vooral wordt gebruikt om een totaalbeeld te geven.

Historie[bewerken]

De oudste projectiemethode, de plattegrond, was al bekend in de eerste beschavingen. Zo zijn er plattegronden van tempels overgeleverd uit bv. Mesopotamië en het Oude Egypte. Onbekend is echter of deze plattegronden als bouwtekening diende, en of de beginselen van projectie hierbij gedefinieerd waren. In de Klassieke oudheid hebben de Grieken het technisch tekenen beïnvloed door de ontwikkeling van de meetkunde en tekengereedschappen als de passers en de tekendriehoek.[3]

Perspectief tekenen, 16e eeuw.

Het perspectivische projectiemethode, kortweg het perspectief, is in de Renaissance ontwikkeld in de 15e eeuw door architecten als Brunelleschi, Leon Battista Alberti en verder ontwikkeld door kunstenaars als Leonardo da Vinci en Albrecht Dürer. Zo toont bijvoorbeeld een 16e-eeuwse houtsnede van Albrecht Dürer, zie figuur, een mechanische methode voor de reproductie van een correcte perspectief tekening. Het touw van het oogpunt tot aan de luit correspondeert met het verloop van de lichtstralen tussen dezelfde twee punten. Het raam toont het vastgesteld projectievlak, en de tekening in dit vlak is hier uitgeklapt om de perspectieftekening van de luit vol zichtbaar te maken.

In de 18e eeuw werkte Amédée-François Frézier (1682-1773) de orthogonale projectie uit tot een samenhangend systeem. Gaspard Monge (1746-1818) voegt de verschillende projectiemethoden bij elkaar als varianten op een constructiemethode, en ontwikkelde hieromtrent de beschrijvende meetkunde. Het lijnperspectief wordt hierbij een logisch onderdeel van de beschrijvende meetkunde. De verschillen tussen de projectiemethoden bestaan alleen in de eigenschappen van de projecterende lijnen: loodrecht op het projectievlak, scheefhoekig, met het centrum op oneindig of uit een eindig punt. [4]

In de 19de eeuw worden de projectiemethoden zo belangrijk dat op de technische scholen het technisch tekenen een apart studievak wordt. De machinebouw wordt dan veel belangrijker dan de architectuur. Door de ingewikkelder constructie en moeilijker maatvoering in de verkorting verliest perspectief hoe langer hoe meer terrein aan de axonometrie. In de bouwkunde blijft het vak voor de presentaties gehandhaafd.[4]

Met de opkomst van de standaardisatie en normalisatie in de 20ste eeuw worden de projectiemethoden vastgelegd in nationale en later internationale standaarden voor het technisch tekenen. Voorbeeld is de Duitse DIN 6 standaard over standaard over tekenen, projecties en aanzichten, voor het eerst geformuleerd in 1922. Deze standaard is in 1982 vervangen door de ISO 128 norm, waarbij de picturale representatie is vastgelegd in de "NEN-EN-ISO 5456 Technical drawings". Deze norm bespreekt de orthogonale projectie, de axonometrische projectie en de centrale projectie.

Parallelprojectie[bewerken]

Beginsel van de parallelprojectie.

Kenmerkend voor de parallelprojectie is dat het af te beelden object met evenwijdige lijnen op het beeldvlak wordt geprojecteerd. Dit kan worden opgedeeld in:[2]

Een andere opdeling is in:[1]

Natuurlijk perspectief[bewerken]

Beginsel van de perspectivische projectie.

Het natuurlijk perspectief geeft de meest getrouwe voorstelling van het af te beelden object. Alle verticale lijnen blijven loodrecht op de horizon en verkleinen naarmate zij verder van het gezichtspunt verwijderd zijn. De niet-verticale, evenwijdige lijnen van het object lopen in de afbeelding tezamen in één of meerdere verdwijnpunten.[2]

De gehanteerde projectievormen hierbij zijn:

Andere aanzichten[bewerken]

Naast de genoemde projectiemethoden zijn er andere specifieke aanzichten ontwikkeld. De bekendste zijn:

  • Cut-away view : een afbeelding van bv. een motorblok of ander auto- of motorfietsonderdeel waarvan een gedeelte is weggezaagd om een inzicht te krijgen in de inwendige techniek.
  • Doorsnede : De doorsnede van een driedimensionale voorwerp is de figuur die men krijgt door het voorwerp met een plat vlak te doorsnijden.
  • Exploded view : een technische tekening waarop een onderdeel, bijvoorbeeld het motorblok, zodanig getekend is dat het lijkt alsof de onderdelen van elkaar zijn getrokken, oftewel het blok is geëxplodeerd.
  • Ghost view : doorzichttekening van een machine, motor of motoronderdeel, waarbij de buitencontouren nog wel zichtbaar zijn, maar de belangrijkste inwendige onderdelen ook zijn ingetekend en soms zelfs ingekleurd.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b B. Leupen e.a. (2007). Ontwerp en analyse. 010 Publishers, 2007. ISBN 90-6450-558-6. p.210.
  2. a b c Marcel Ott (2004). Technisch tekenen houtbewerking Uitgeverij De Boeck, 2004 ISBN 90-260-3429-6 p.17
  3. Gary R. Bertoline et al. (2002) Technical Graphics Communication. McGraw-Hill Professional, 2002. ISBN 0-07-365598-8, p.12.
  4. a b De Geschiedenis van de Perspectief De zestiende eeuw en daarna . Bezien 5 Maart 2009.