Proprioceptie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Proprioceptie of positiezin (ook wel kinesthesie genoemd) is het vermogen van een organisme om de positie van het eigen lichaam en lichaamsdelen waar te nemen. Het woord proprioceptie komt van de Latijnse woorden proprius en perceptie (zelfwaarneming).

Het zintuig voor proprioceptie werd eind 19e eeuw ontdekt door Charles S. Sherrington.

Functie van proprioceptie[bewerken]

Prikkels uit het milieu worden door de zintuigcellen via de sensibele zenuwen naar het centrale zenuwstelsel (CZS) geleid (exteroceptieve prikkels). Als antwoord gaat van het CZS via motorische zenuwen een bevel uit naar de spieren. Voor controle en regeling van het antwoord van de spier gaat via sensibele zenuwen een terugkoppeling over de positie van de spier en omliggende onderdelen van het bewegingsapparaat naar het CZS (proprioceptieve prikkels).

Proprioceptieve waarneming verschaft het individu daarmee informatie over het eigen lichaam, zoals de stand, beweging en tonus van de ledematen, gewrichten en pezen, het gevoel van "zwaarte" in sommige lichaamsdelen, en vermoeidheid of alertheid van de spieren. Proprioceptieve waarneming speelt bijgevolg een belangrijke rol in de opbouw van het lichaamsbesef, en maakt terugkoppeling van de lichaamspositie naar het CZS mogelijk. Dit is zeer belangrijk voor een goede motoriek.

Om onderscheid te maken tussen sensibiliteit op externe en interne prikkels wordt gesproken van exteroceptieve en proprioceptieve sensibiliteit.

Receptoren van de proprioceptie[bewerken]

De signalen voor de proprioceptie komen uit verschillende soorten sensoren die overal in het bewegingsapparaat voorkmen. Ze liggen in de spieren en de bijbehorende fascies, spiertussenschotten en pezen, en verder in de gewrichtskapsels en de ligamenten. In de spieren zelf zijn deze zintuigcellen de Spierspoeltjes. In de andere weefsels komen vele soorten zintuigcellen voor, onder andere lichaampjes van Golgi maar ook vrije zenuwuiteinden.

De signalen van al deze sensoren worden voor een deel al direct in het ruggenmerg verwerkt en teruggekoppelt naar de verschillende betrokken spieren. Maar deze ruggenmergreflexen worden in grote mate door het CZS gemoduleert beïnvloedt. De sterkte van de reflexen wordt bij iedere goed beheerste beweging mee "voorgeprogrammeerd" in het ruggenmerg.

Verstoringen van de proprioceptie[bewerken]

Bij dronkenschap worden evenwicht en proprioceptie verstoord. Een van de standaardtestjes die de politie doet om te bepalen of iemand dronken is, is om iemand te vragen met gesloten ogen het puntje van zijn neus aan te raken ("vinger-neus proef"). Een mens bij wie de proprioceptie in orde is, maakt daarbij een fout van hoogstens twee centimeter.

Naast proprioceptie is de lichaamsgewaarwording afhankelijk van het evenwicht en het zicht. Wanneer een van deze drie uitvalt, kunnen de andere daarvoor compenseren. Bij volledig verlies van de proprioceptie is dat echter erg lastig. Oliver Sacks beschrijft in zijn boek De man die zijn vrouw voor een hoed hield een uniek geval van een vrouw die door een zenuwontsteking haar volledige proprioceptie kwijt was geraakt. Ze kon weer leren lopen door van haar evenwichtsgevoel en ogen gebruik te maken, maar haar bewegingen bleven onhandig.

De Amerikaan Ian Waterman raakte op jonge leeftijd zijn proprioceptie kwijt. In interviews legt hij uit welke gewoonlijk normale handelingen hij niet kan uitvoeren, bijvoorbeeld iets uit zijn broekzak pakken.[1]

Een (tijdelijk) verminderde proprioceptie kan ook veroorzaakt worden door het innemen van te veel vitamine B6 (pyridoxine).

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties