Proskynesis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Proskynesis (Grieks: προσκύνησις) of Proskynese verwijst naar de traditionele Perzische handeling waarbij men zich knielt of buigt voor een persoon van hogere sociale rang. In de Oosters-orthodoxe Kerk wordt de term proskynesis theologisch gebruikt om de verering aan te geven die men heeft voor iconen en relikwieën van de heiligen; in tegenstelling tot latria, een aanbidding die te wijten is aan God alleen, en ook fysieke gebaren, zoals buigen of knielen (knieval in de Westerse kerk) vóór een altaar of pictogram.

Etymologie[bewerken]

Het Griekse woord προσκύνησις is afgeleid van het werkwoord προσκυνέω, proskyneo, dat is samengesteld uit de woorden πρός, pros (richting) en κυνέω, kyneo (kussen). Letterlijk betekent het toekussen. Het toekussen geldt als eerbetoon, zoals voor een heiligdom, een godheid of een persoon die hoger in de hiërarchie staat, zoals een machthebber. Het beschrijft ook een houding van onderwerping of aanbidding, met name richting een soevereine vorst, God of de goden. Ook in de Westerse cultuur wordt het gebruikt wanneer een persoon te ver van iemand anders af staat om deze persoon fysiek op de wang te kussen. Dan wordt de eigen hand aan de binnenkant van de palm gekust en deze vervolgens over de palm heengeblazen in de richting van de persoon die wordt 'toegekust'. Het betreft dan niet noodzakelijk iemand die hoger in de hiërarchie staat.

Gebruik[bewerken]

Volgens Herodotus schreef in zijn Histories, ontving een persoon van gelijk rang een kus op de lippen, iemand van een iets lager rang gaf een kus op de wang, en iemand van een zeer minderwaardige sociale status moest volledig buigen voor de andere persoon. Voor de Grieken leek het geven van proskynesis aan een sterveling een barbaarse en belachelijke gebruik. Ze hielden zulke inzendingen voor voor enkel de goden.

Perzië[bewerken]

Perzische koning (midden) met hovelingen. Rechts is een man afgebeeld die de koning toekust, met de hand aan de lippen. Bas-relief afkomstig uit Persepolis

Perzen kusten elkaar bij een begroeting. Ook de Perzische koning werd bij officiële ontvangsten begroet met een kus op zijn wang door zijn familieleden of hooggeplaatste edelen.De Perzische koning gold als een primus inter pares, een eerste onder zijn gelijken. Die gelijken waren familieleden die als gouverneur (satraap) delen van het Perzische rijk voor hem bestuurden. Zo'n kus op zijn wang was voor andere aanwezigen een teken dat de kusser in hoog aanzien stond bij zijn koning. Niet iedereen mocht de koning daadwerkelijk kussen en het toekussen was daarmee een logisch gebaar van begroeting voor hen die niet hoog genoeg in aanzien waren om daadwerkelijk de wangen van de koning te kussen.

Het is waarschijnlijk dat dit toekussen ook gebeurde aan de hoven van de satrapen van de provincies. Ook hier zouden personen die op audiëntie kwamen hun meerdere een kus toegeblazen hebben.

Griekenland[bewerken]

In Griekenland werd hetzelfde gebaar van een kushand toeblazen gebruikt door de Grieken, wanneer zij in een tempel de hal waarin het godenbeeld stond betraden. Zij bliezen dan het beeld van de god, bijvoorbeeld Zeus, een kushand toe als eerbiedige groet. Het was een gebaar gereserveerd voor een god, dus niet voor een mens en zeker niet als officiële groet tijdens een audiëntie met veel getuigen eromheen.

Bactra[bewerken]

In 333 v.Chr. hield Alexander de Grote te Bactra een audiëntie voor de Perzische edelen die sinds hij Darius III verdreven had als hun koning, nu trouw en eer aan hem verschuldigd waren.

De Perzen begroeten hun koning, Alexander, op de hen gebruikelijke wijze met een toegeblazen kus. Alexander kende inmiddels deze begroetingswijze en wilde om de gelijkheid tussen de Perzen en de Grieken onder zijn bewind uit te drukken, dat zijn Griekse edelen hem op dezelfde, voor de Perzen zo herkenbare, eerbiedige manier zouden begroeten. De Grieken begrepen dit verzoek niet. Voor hen was Alexander een van hen, zoals hij al zijn hele leven was geweest. Ze waren met hem opgegroeid en hadden samen met hem door Turkijë getrokken. Maar vooral begrepen ze het gebaar niet. Voor hen zag de begroeting eruit alsof Alexander als Groot-Koning van Perzië als god aanbeden werd.

Uit dit voorval en uit een ander belangrijk moment in Alexanders leven werd later geconcludeerd dat Alexander de Grote zichzelf als god zag. Maar deze theorie is gestoeld op culturele misverstanden en zegt niets over wat Alexander de Grote nu zelf dacht over zijn goddelijkheid.

Byzantijnse Rijk[bewerken]

In het Byzantijnse Rijk was de proskynese onderdeel van een ceremonie aan het hof tussen de 10e en 14e eeuw. Het was een eer om dit gebaar voor de keizer te mogen maken en het was alleen toegestaan aan de hoogste dienaren aan het hof. Het vormde als zodanig een onderdeel van een ritueel waarmee het gezag van de keizer werd bevestigd. Dergelijke proskyneses zijn vastgelegd op vele afbeeldingen uit die tijd.