Prostitutie in Frankrijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Zie voor de periode tot 1500: Geschiedenis van de prostitutie.

16e eeuw[bewerken]

In de 16e eeuw leiden religieuze hervorming en puritanisme, samen met angst voor zich verspreidende geslachtsziekten, in heel Rooms-katholiek en Protestants Europa tot fellere bestrijding van prostitutie (zie Geschiedenis van de prostitutie, Zestiende eeuw). In 1560 wordt in Frankrijk prostitutie verboden;[1] in en na dat jaar worden in Parijs bordelen gesloten.[2] Prostitutie wordt[3] vervolgd, maar niet altijd vasthoudend en streng.

17e eeuw[bewerken]

Prostitutie wordt[3] vervolgd, maar de vervolging is veelal milddadig: maatregelen worden vaak snel vergeten of helemaal niet toegepast. Prostitutie hoeft[3] zich slechts aan te passen aan veranderende omstandigheden, en zich heimelijker te ontwikkelen.

Transport van de prostituees naar het politiebureau. Étienne Jeaurat, olie op doek, 1755.

Lodewijk XIV verordonneert in 1658 vrouwen schuldig aan prostitutie of overspel op te sluiten in de Salpêtrière totdat ze naar het oordeel van priesters of nonnen berouw hebben.[3] In 1684 versoepelt[4] Frankrijk de wetten tegen prostitutie.

18e eeuw[bewerken]

In de 18e eeuw bloeien[4] de bordelen voor de rijken en machtigen, en is[4] er prostitutie voor alle rangen en standen op straten, boulevards, werven, in parken, galerieën, restaurants, theaters, herbergen, enzovoort. Ook in deze eeuw wordt[3] prostitutie in theorie wel bestreden, maar in de praktijk is die vervolging meestal mild.

Onder koning Lodewijk XV heeft[5] de politie opdracht elke maand honderden prostituees op te pakken, te laten onderzoeken op geslachtsziekten, en eventueel te verwijzen naar ziekenhuis, of gevangenis, of uit te wijzen. Lodewijk XVI (regerend 1774-’92) stelt[5] hoge straffen voor herbergiers en kamerverhuurders die prostituees gelegenheid geven hun beroep uit te oefenen, en laat razzia’s houden onder straatprostituees en hun klanten.

L' inspection médicale. Henri de Toulouse-Lautrec, circa 1894.

19e eeuw[bewerken]

In 1798 geeft de regering van de Eerste Franse Republiek aan artsen de opdracht[6] de Parijse prostituees te onderzoeken op ziektes die worden geassocieerd met prostitutie, zoals syfilis en gonorroe. Vanaf 1802 registreert[6] de politie de publieke prostituees en verplicht hen tot tweewekelijks medisch onderzoek. De prostituees ervaren[3] deze ‘medische visitatie’ door zonder uitzondering mannelijke artsen als vernederend, en verafschuwen die. Er ontstaat[6] een systeem van bordelen met vergunning, aangeduid met ‘maisons de tolérance’[7] of ‘maisons closes’.[8][9] In de nieuwe Franse strafwet[10] van 1810, de code pénal, is uitlokken of bevorderen van jeugdprostitutie verboden;[11] straatprostitutie blijft ook verboden.[12]

In 1840 telt[7] Parijs op een miljoen inwoners tweehonderd maisons de tolérance en 43.000 geregistreerde prostituees. Deze eeuw wordt in Frankrijk echter ook, zoals in meer landen, uit moreel oogpunt gestreden[9][13] tégen prostitutie en vóór ‘de goede zeden’; dit zal zich voortzetten in de 20e eeuw.

Negentiende-eeuwse bordelen zouden mooi beschreven zijn in de werken van Émile Zola.[14] Precies welk werk is nog onduidelijk; wellicht o.a. Le ventre de Paris (De buik van Parijs), over honger en overvloed tegen de achtergrond van de inmiddels verdwenen markthallen van het 1ste arrondissement.[14]

1900 - 1945[bewerken]

Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt[15] door de autoriteiten van de Derde Franse Republiek de prostitutie in de frontzones streng georganiseerd in bordelen, waaronder mobiele gemotoriseerde veldbordelen, om de verspreiding van geslachtsziektes, maar ook van oorlogsgeheimen, enigszins onder controle te houden. Tegelijkertijd echter wordt[9] de 19e-eeuwse moralistische strijd tegen prostitutie ook in de 20e eeuw voortgezet.

Tussen juni en september 1944 verdrijven de Vrije Fransen en de geallieerden de Duitse bezetters uit vrijwel heel Frankrijk, en nemen de Vrije Fransen ook het bestuur over in het vanuit Vichy geregeerde Vichy-Frankrijk. Vervolgens oordeelt dit nieuwe bewind in de departementen Savoie, Ardèche, Moselle en Oise diverse bordeelhouders schuldig[8][9] aan collaboratie met de Duitsers, en sluit in december ‘44 de betreffende bordelen. Op 13 december 1945 besluit[9] de meerderheid van de Parijse gemeenteraad, op voorstel van raadslid Marthe Richard, ook de 177[13] officiële bordelen in de hoofdstad te sluiten. Marthe Richard voert vervolgens een campagne[8][16] om landelijk de ongeveer 1500[13] bordelen te verbieden, vooral uit oogpunt van: “Morele reinheid! Zuivering … het kwaad bij de wortel uitrukken!”[16]

1946 tot heden[bewerken]

”Wet Marthe Richard”[bewerken]

Op 13 april 1946 neemt het parlement onder de Voorlopige Franse Regering[17] de zogenoemde “wet Marthe Richard”[18] aan, die in essentie het vandaag nog steeds geldende Franse prostitutiebeleid formuleert. Deze wet bepaalt:

  • (artikel 1) Alle – tot dan legale – bordelen worden verboden: Toutes les maisons de tolérance sont interdites (…).
  • (art. 2- 334) Wie (1) bewust de prostitutie van een ander, of het werven [le racolage] voor prostitutie assisteert, of (4) een ander, zelfs een daarmee instemmende volwassene, werft [embauche], verleidt of onderhoudt met het oog op de prostitutie, of (5) bemiddelt tussen prostituees/-és en prostitutieklanten, zal worden beschouwd als proxénète[19] en gestraft worden.
  • (art. 2- 335) Gestraft wordt wie een prostitutie-etablissement heeft of doet functioneren, of wie toestaat dat in een etablissement onder zijn beheer prostitutie bedreven wordt.
  • (art. 3) Gestraft wordt wie met gebaren, woorden, opschriften of welk middel dan ook publiekelijk bezig is of probeert te zijn met werven[20] [racolage] van personen met de bedoeling hen te verleiden tot losbandigheid.
  • (art. 5) De registers van prostituees zullen worden vernietigd al naarmate er een nationaal gezondheids- en sociaal register tot stand worde gebracht. De gedragsregels en verplichte medische controles voor prostituees worden afgeschaft.

Sindsdien zijn deze bepalingen, afgezien van herformuleringen, inhoudelijk nauwelijks gewijzigd. Vandaag (2012) verbiedt strafwet-artikel 225-5 het proxénétisme: iemand werven of ontvoeren voor prostitutie, etc., of de prostitutie van een ander helpen, assisteren of beschermen;[21] artikel 225-6 verbiedt, als “over één kam geschoren met proxénétisme”: bemiddelen tussen prostituee/-é en klant, etc;[21] artikel 225-10 verbiedt het hebben of beheren van een prostitutie-etablissement.[21]

Prostituees werkend in bestelbusjes, Lyon, 2006.

Algehele morele afwijzing van prostitutie[bewerken]

In 1960 ratificeert[13] de Vijfde Franse Republiek de “Conventie voor de onderdrukking van de handel in personen en de uitbuiting van de prostitutie van anderen”[22] van de VN uit 1949. Deze stelt dat “de prostitutie en het ermee gepaard gaande kwaad van de handel in personen (…) onverenigbaar zijn met de waardigheid en waarde van de menselijke persoon” en roept op “maatregelen te nemen of aan te moedigen ter voorkoming van prostitutie en voor de herscholing en herintreding in het arbeidsproces van de slachtoffers van de prostitutie”.

Verbod op racolage[bewerken]

Het verbod op racolage[23] uit 1946 (zie boven) wordt in 1958 herschreven.[24] In 1993 wordt de bepaling in artikel R625-8 opnieuw herschreven[25] als: “het feit van, door welk middel dan ook, publiekelijk bezig te zijn met racolage[23] van een ander met het doel hem/haar aan te zetten tot seksuele relaties, wordt bestraft met …”.

In 2003 wordt die opnieuw herschreven[26] in artikel 225-10-1 als: “het feit van, door welk middel dan ook, zelfs door een passieve houding, publiekelijk bezig te zijn met racolage[23] van een ander met het doel hem/haar aan te zetten tot seksuele relaties in ruil voor een betaling of een belofte van betaling, wordt bestraft met …”

In 2002, toen deze wetswijziging was aangekondigd, protesteerden[3] prostituees hiertegen. In 2004 uiten aids-bestrijders de kritiek[27] dat de regering met dit artikel “de prostitutie in zones van rechteloosheid en in verborgenheid terugdringt” en daarmee de strijd tegen aids bemoeilijkt. In 2007 vragen[28] organisaties van prostituees en solidaire organisaties nogmaals aan het parlement, wetsartikel 225-10-1 af te schaffen.

Prostitutiegebieden[bewerken]

Het toeristische red-light district van Parijs is Quartier Pigalle. De “drugshoeren” – woordkeuze van het deftige NRC Handelsblad – van Parijs zouden zich ophouden rond Porte de la Chapelle.[14]

In 2004 telde een Franse website[29] in Frankrijk 15.000 à 18.000 prostituees, waarvan twee derde buitenlandse, daarvan de meesten afkomstig uit oostelijk Europa, gevolgd door de prostituees uit Afrika ten zuiden van de Sahara.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. De Franse Wikipedia: Histoire de la prostitution, duidt dit verbod aan met ‘l’ordonnance de proscription’
  2. Bullough, pagina 131
  3. a b c d e f g Franse wiki: Histoire de la prostitution, versie 21 dec. 2008 of jan.'09.
  4. a b c Bullough, p.135-141
  5. a b Bassermann, pagina 311-313
  6. a b c Bullough p. 166-167
  7. a b Bassermann p. 327-28
  8. a b c Bassermann p. 363-64
  9. a b c d e Franse encyclopedie Encarta: loi Marthe Richard, gevonden 2 jan. 2009.
  10. Code pénal (Franse strafwet) van 1810. Gevonden 13 dec. 2008.
  11. Code pénal artikel 334: “Wie een vergrijp pleegt tegen de goede zeden door als gewoonte de losbandigheid [la débauche] of de corruptie [la corruption] van de jeugd onder de 21 jaar (…) uit te lokken, te bevorderen of te faciliteren, zal worden gestraft met (…) Indien de prostitutie [la prostitution] of de corruptie is uitgelokt, bevorderd of gefaciliteerd door hun vader, moeder, opvoeders (…) zal de straf (…).” (Zie Code pénal 1810.)
  12. Bullough p. 175 en 167
  13. a b c d Sénat – Les politiques publiques et la prostitution. Gevonden 3 jan. 2009.
  14. a b c NRC Handelsblad, 27 juni 2011.
  15. Bassermann p. 341-43
  16. a b Fast Cars Clean Bodies, boek van Kristin Ross, volgens Google uit 1996. Gevonden 12 jan. 2009.
  17. Franse wiki: Histoire de France, Le Gouvernement provisoire de la République française (1944-1946), versie 4-6-'09.
  18. Journal officiel de la république française, 14 Avril 1946
  19. ‘proxénète’, uit het Grieks: προξεν-έω [proxeneoo] = ‘iemand helpen, beschermen; iemand aan iets helpen, iets verschaffen, bezorgen’.
  20. … ceux qui, par gestes, paroles, écrits ou par tous autres moyens procéderaient publiquement, ou tenteraient publiquement de procéder au racolage de personnes de l’un ou de l’autre sexe en vue de les provoquer à la débauche.
  21. a b c Code pénal artikelen 225-5 t/m 225-12 (geldig op 2 dec. 2012), Légifrance.
  22. VN-Resolutie 317 (IV) uit 1949. Deze is niet rechtstreeks te linken. Klik achtereenvolgens: www.un.org → Welcome → documents → General Assembly, Resolutions; etc. Gevonden 3-1-2009. (N.b. De Franse tekst toont interessante verschillen: zie Cadre juridique, gevonden 3-1-2009.)
  23. a b c racolage, van het werkwoord racoler, is niet te vertalen. Oorspronkelijke betekenis: ‘opnieuw je armen om iemands nek gooien, opnieuw omhelzen’ (col = nek). Via ‘werven, rekruteren’ van bijvoorbeeld soldaten, leden, klanten, kiezers, werd het ook de term voor het ‘aanklampen’ van mensen door een prostituee, en voor het ‘tippelen’ van een prostituee. (Bron: een groot aantal woordenboeken.)
  24. Franse wiki: Histoire de la prostitution en France versie 12 maart 2010.
  25. “Le fait, par tout moyen, de procéder publiquement au racolage d'autrui en vue de l'inciter à des relations sexuelles est puni de l'amende prévue pour les contraventions de la 5e classe.” Bron: Légifrance (Franse overheid); wetsartikel R625-8 Gevonden 12 dec. 2008. Datum inwerkingtreding van dit wetsartikel 29 maart 1993, volgens Journal officiel de la République française, 30 maart 1993 Gevonden 10 feb. 2009.
  26. ”Le fait, par tout moyen, y compris par une attitude même passive, de procéder publiquement au racolage d'autrui en vue de l'inciter à des relations sexuelles en échange d'une rémunération ou d'une promesse de rémunération est puni de deux mois d'emprisonnement et de 3 750 Euros d'amende.” Zie Code pénal artikel 225-10-1, zoals geldig op 13-1-2009. Gevonden 23 mei 2009
  27. Act-Up-Paris 15 mei 2004. Gevonden 10 feb. 2009
  28. Brief van 15 oktober 2007 van diverse organisaties aan het parlement Gevonden 14 jan 2009
  29. Afrika.com, 7 mei 2004 Gevonden 15-4-2009

Literatuur

  • Bassermann, Lujo – Betaalde liefde. Van staatsbordeel tot tippelverbod. (vert. van Das älteste Gewerbe. ) Bert Bakker, Den Haag; 1966. (Met weinig bronverwijzingen.)
  • Bullough, Vern L., Ph.D. – The History of Prostitution. New Hyde Park, New York; 1964. (Met uitgebreid notenapparaat.)