Prostitutie in Utrecht (stad)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit artikel gaat over prostitutie in de Nederlandse stad Utrecht.

Raamprostitutie[bewerken]

Woonboten met prostitutie aan het Zandpad

Zandpad[bewerken]

De raamprostitutie in Utrecht vond voornamelijk plaats langs de Vecht aan het Zandpad, ook wel Rode Brug genoemd naar een nabijgelegen ophaalbrug. De raamprostituees werkten er in woonboten. De ramen waren te zien vanuit de auto; het gebruik van de auto was hier populair onder prostitutieklanten.

Er waren 34 à 40 boten met prostitutievergunning, met in totaal 143 ‘ramen’ (werkplekken)[1]. Sinds 2001 was er een HAP, Huiskamer Aanloop Prostituees (zie hieronder paragraaf Tippelzone Europalaan), gevestigd in gebouw ‘De Brug’[1]. Sinds 2005 waren alle prostitutie-exploitanten verplicht continu toezicht te houden[2]. Op Zandpad had één exploitant tussen 22.00 uur en 4.00 uur twee surveillanten continu aanwezig die op straat toezicht hielden[3]; de andere exploitanten hadden gezamenlijk via een stichting, bedoeld alleen voor het toezicht, continue één toezichthouder die 24 uur per dag toezicht hield.[2].

In de zomer van 2013 is de prostitutie aan het Zandpad gestaakt, en zijn alle ramen gesloten, wegens verdenking van mensenhandel. De gemeente Utrecht heeft de vergunning van de exploitanten ingetrokken. Daarop volgend heeft het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht de huurovereenkomsten van de prostitutieboten aan het Zandpad opgezegd en wordt daar ook geen tijdelijke bedrijvigheid toegestaan. De gemeente Utrecht ziet om naar een nieuw terrein om prostituees en prostituanten te faciliteren.[4]

Intussen is in november 2013 een van de arken gezonken.[5]

Hardebollenstraat[bewerken]

In het centrum van Utrecht, in de Breedstraatbuurt, is ook een straatje waar raamprostitutie wordt bedreven, de Hardebollenstraat. Er waren hier tien prostitutiepanden met vergunning, alle van dezelfde exploitant. Ze bevatten in totaal 17 ramen[6]. Deze exploitant had 24 uur per dag een bewaker/toezichthouder aanwezig, deze zat op de eerste etage in een pand en liep ook door de straat, loste kleine kwesties zelf op en belde anders de politie.[6]

Sluiting na verdenking van mensenhandel[bewerken]

In 2013 werden alle seksboten aan het Zandpad en alle ramen op de Hardebollenstraat gesloten, nadat de gemeente de vergunning van de exploitanten had ingetrokken. De sluiting volgde op verdenking van mensenhandel.

Tippelzone Europalaan[bewerken]

Sinds 1986 functioneert een officiële tippelzone aan de Europalaan, op een ventweg aan de kant van een bedrijvengebied. Aan de overkant van de weg zijn plantsoenen en een woonwijk.

De tippelzone is officieel geopend van 19.00 uur ’s avonds tot 2.00 uur ’s nachts. De gemeente geeft maximaal 150 vergunningen uit aan prostituees om op de zone te mogen werken. Begin 2009 waren er 138 vergunningen uitgegeven[7]. De legale afwerkplekken van de zone bevinden zich langs de Kanaalweg aan de achterkant van hetzelfde bedrijventerrein[8][9].

Huiskamer Aanloop Prostituees (HAP)[bewerken]

Op de zone is sinds 1986 een Huiskamer Aanloop Prostituees (HAP)[10], tegenwoordig in een bus[11]. HAP is er voor hulpverlening en dienstverlening aan prostituees[10], dat wil zeggen: mogelijkheid om naar het toilet te gaan, eten of drinken of condooms te kopen, een praatje te maken, gratis medische hulp te ontvangen als enkele keren per week een arts aanwezig is[11]. Volgens sommige bronnen kan men in de HAP-bus ook een douche gebruiken en injectiespuiten ruilen[9]. De HAP-bus is geopend van 20.30 tot 1.30 uur[11] en wordt bemand door maatschappelijk werkers. Als echter één van de twee bemanners plotseling uitvalt blijft de bus, met slechts één bemanner, geheel gesloten.

Tippelen buiten de zone[bewerken]

Vermoedelijk wordt in geringe mate ook buiten de officiële zone getippeld, op locaties als de Muinck Keizerbrug, Baden-Powellweg, Vondellaan en Breedstraat[12], en op de tippelzone buiten openingstijden[13].

Overig[bewerken]

Er waren verder begin 2009 in de gemeente Utrecht, afgezien van de raamprostitutie, vijf bordelen (dat wil zeggen met horecavergunning) of privé-huizen (dat wil zeggen zonder horecavergunning) met prostitutievergunning[7] en naar schatting nog 32 prostitutiebedrijven zonder vergunning[14], en zo’n 200 à 300 thuiswerksters en escorts[14].

Geschiedenis[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Geschiedenis van de prostitutie in Nederland

Romeinse tijd[bewerken]

Bij restauratie in 2011 van het Paushuize aan de Nieuwegracht, nabij de plek waar destijds het Romeinse fort in het stadscentrum was, werden Romeinse voorwerpen aangetroffen, waaronder een scherf van een kruik, met daarop erotische afbeeldingen[15]. Een redacteur van een website (dnu.nu) concludeert daaruit, dat zich op die plek Romeinse bordelen hebben bevonden. Een website van (professionele) historici noemt die gevolgtrekking uit één scherf echter nogal ongefundeerd[16].

Middeleeuwen en Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden[bewerken]

Aan het eind van de middeleeuwen deed de Utrechtse Raad, die zichzelf tot taak stelde in de stad het algemeen belang te bevorderen, veelvuldig inspanningen de prostitutie te reguleren. Prostitutie was niet verboden, tenzij het te openlijk of op kerkhoven plaatsvond. Via verordeningen werd bepaald dat prostitutie uitsluitend mocht plaatsvinden in de achterafstegen bij de stadsmuur.[17]

De koppelaarster, schilderij van de Utrechtse kunstenaar Gerard van Honthorst uit 1625.

In het laatste kwart van de 16e eeuw, toen Utrecht onder invloed kwam van protestantisme en deel werd van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, werd gepoogd de prostitutie te verbieden. Er werd wel tegen opgetreden, maar dit leidde niet tot veel resultaten. In de stad bleven prostituees, "hoerenwaarden", "ravothuizen" en koppelaarsters bestaan.[17]

Franse tijd[bewerken]

Na de inlijving door de Fransen rond 1800 werden in 1809 of 1810 alle oude gemeentelijke verordeningen afgeschaft, ook die betreffende prostitutie[18], en de prostitutie nam in Utrecht fors toe[17]. De rand van de huidige binnenstad, aan de stadswal, was een plaats waar zich prostituees en bordelen bevonden[17]. Bij de Zadelstraat waren erkende bordelen gevestigd[17]. De overheid probeerde bij de bordelen overlast te bestrijden en de gezondheidsrisico's onder controle te houden.[17] Er is geen aanwijzing, dat Utrecht, zoals sommige andere steden, tussen 1811 en 1890 ooit een officieel politiereglement had betreffende bordelen en prostituees.

Negentiende eeuw[bewerken]

Na het vertrek van de Fransen in 1813 wisten gemeenteambtenaren vaak niet, waaraan zij zich moesten houden[19]. Een Utrechtse directeur van politie vroeg zich in 1822 af, of hij, door een bordeelhoudster toe te staan een meisje van zestien jaar als prostituee op te nemen, gehandeld had tegen artikel 334 van het strafwetboek (code pénal)[20][21]. In Utrecht volgde geen verbod op prostitutie, hoewel sommige burgers zich beklaagden over het openlijke karakter ervan bij de Zadelstraat[17]. Prostitutie diende volgens de gemeente te blijven bestaan, met name voor jonge en ongetrouwde mannen, en dus niet verboden te worden[17]. In 1842 telde Utrecht veertien bordelen, sommige dure en grote, gericht op lieden uit de hogere stand; andere minder chic, voor de burgerman, zeelui en militairen[22].

Vanaf 1850 stelde de gemeente een systeem in werking waarbij prostituees zich zonder kosten vrijwillig konden laten onderzoeken op syfilis.[17] De Utrechtse hoogleraar in de heel- en verloskunde, L.C. van Goudoever, kreeg in 1858 toestemming van de burgemeester om prostituees te selecteren en onder medische controle te stellen, om daarmee voldoende gewillige patiëntes te hebben voor de klinische demonstraties tijdens zijn colleges[23]. Ergens tussen 1858 en 1878 wees de gemeenteraad een voorstel, om een politiereglement betreffende de bordelen en prostituees in te stellen, van de hand[23].

Vanaf 1860 lijkt de politie strenger tegen bordelen te zijn opgetreden, en de tolerantie van de overheid voor bordelen te zijn verminderd[22][24]. In 1885 waren er nog maar drie bordelen in de stad over[22]; het systeem uit 1805 voor gratis medische controle voor prostituees werd wegens gebrek aan animo stopgezet.[17] Tegen het eind van de 19e eeuw waren er meer bezwaren tegen de bordelen, van protestants-christelijken en buurtbewoners[17]. Het bordeel aan de Lollestraat (nu Nobeldwarsstraat) had echter een goede naam, en werd, zelfs na klachten van een achterbuur die niet op een bordeel wilde uitkijken, nadrukkelijk door de politie getolereerd[22]. In 1890 kwam er een 'Verordening tegen de openbare huizen van ontucht' (bordeelverbod)[25]. Veel effect had dat niet; de straffen waren laag, bordelen kregen een meer ondergronds karakter en het aantal bordelen nam vermoedelijk zelfs toe[17]. In 1911 volgde een landelijk bordeelverbod, dat de overheid de mogelijkheid gaf harder op te treden. [26][17] Op dat moment kende Utrecht echter nog maar één bordeel, het bovengenoemde bordeel in de Lollestraat[22].

Raamprostitutie[bewerken]

1911 – 1972[bewerken]

In 1935 werd raamprostitutie verboden: “het is verboden (…) op een van den openbaren weg zichtbare plaats iemand door woorden, gebaren of op eenige andere wijze tot het plegen van ontucht uit te lokken”[27]. Dit, omdat, naar mening van de politiechef, het tippelverbod (zie onder) te weinig effect had tegen vrouwen die voor hun eigen deur “het publiek uitnoodigend aanspreken, ja zelfs als het ware soms hun “koopwaar” opdringen”[28].

Kort na de bevrijding in 1945 vestigden prostituees zich in woonboten aan het Zandpad[29]. Hun aantal nam toe, en eind jaren veertig stelden Rijkswaterstaat en de gemeentelijke havendienst beperkingen aan aantal en ligging van deze boten[29].

In 1953 werden tippel- en raamprostitutieverbod inhoudelijk ongewijzigd opgenomen in de nieuwe Algemene Politieverordening onder artikel 31[30].

Eind jaren zestig vonden raam- en tippelprostitutie ook plaats rond de Voorstraat[29].

1973: officieel gedoogbeleid[bewerken]

In 1972-’73 stelden B en W dat in woonbuurten sprake was van “ernstige overlast van de prostitutie”. In met name de Vogelenbuurt zou overlast van raamprostitutie enerzijds bestaan uit verkeersoverlast tot ’s avonds laat[31] of diep in de nacht[32], anderzijds uit “bederven” van “het aanblik van de wijk” door de prostitutie op zich[31]. Daarop besloot de gemeenteraad op 10 mei 1973 APV artikel 31 te wijzigen zodat strafbaar werd “degene, van wie bekend is, dat deze prostitutie bedrijft” en die “zich op een van de openbare weg (…) af zichtbare plaats op zodanige wijze achter of in een raam bevindt dat redelijkerwijze kan worden aangenomen, dat deze zich daar ophoudt om tot ontucht uit te nodigen”, waarbij echter Burgemeester en Wethouders plaatsen konden aanwijzen waar dit verbod niet gold[33]. Direct hierna wezen B en W het Zandpad aan als plaats waar dit nieuwe verbod niet gold.

De redenering luidde: we erkennen “dat er een behoefte aan prostitutie is”[31]; enkele woonwijken ondervinden nu echter veel hinder van raamprostitutie[34]; langs het Zandpad langs de Vecht op woonboten is een plaats “waar prostitutie gedoogd kan worden”[31]; de voorgestelde wijziging van de APV “biedt de mogelijkheid de bestaande situatie op o.a. het Zandpad te "legaliseren"”[34].

Op onbekend moment na mei 1973 werd ook de Hardebollenstraat aangewezen als plaats waar het verbod op raamprostitutie niet gold[35]. In 1985 telde het Zandpad ongeveer 33 boten met prostituees[29].

2000: vergunningplicht seksinrichtingen[bewerken]

In juni 1997 werd, bovenop het al genoemde verbod op raamprostitutie, toegevoegd in APV-artikel 69 een verbod op in “een inrichting (…) gelegenheid geven prostitutie te plegen” of daar gelegenheid te geven “prostitutie uit te lokken”[36].

In januari 2000 stelden B en W voor, “de prostitutie via de APV te reguleren door voor seksinrichtingen en escortbedrijven een vergunningplicht in te stellen. Uitgangspunt (…) wordt het huidige aantal gedoogde inrichtingen”[37].

De APV bepaalde in 2000, dat onder ‘seksinrichting’ onder andere wordt verstaan een “voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin prostitutie plaatsvindt”; dat het verboden is zonder vergunning van het college van B en W een seksinrichting dan wel een escortbedrijf te exploiteren; en dat er aan ten hoogste 53 prostitutiebedrijven vergunning zal worden verleend, met maxima aan de aantallen werkruimten[37]. De exploitanten zijn sinds 2000 verplicht om bepaalde voorzieningen te realiseren in de werkruimtes-annex-legale-arbeidsplaatsen die ze verhuren; maar ze kunnen, binnen dit kunstmatige oligopolie, hun vraagprijs vrij bepalen[38].

2010: aanscherping beleid[bewerken]

In de Algemene Plaatselijke Verordening 2010[39] zijn de APV-artikelen uit 2000 ongewijzigd, echter genummerd als 3:1 en 3:2; per november 2010 werden ze genummerd als 3:1 en 3:4[40].

In juni 2010 nam de gemeenteraad beperkende maatregelen aan betreffende de raamprostitutie[41][40]. Redenen daarvoor waren, de volgens het stadsbestuur “structurele aanwezigheid van mensenhandel op het Zandpad”, en het feit dat volgens de gemeente in ‘strafzaak’ dan wel ‘strafrechtelijk onderzoek’ Sneep (2007) “mensenhandel was bewezen, ook op het Zandpad”[42].

Maatregelen:

  • Een raamprostituee moet geregistreerd staan bij de gemeente. Deze registratieprocedure moet minstens een week in beslag nemen.
  • Een raamprostituee moet een prostitutiekamer voor minimaal vier weken huren.
  • Een raamprostituee mag maximaal 12 uur per dag over een prostitutiekamer beschikken.

Rond die tijd lieten raamprostitutie-exploitanten aan de gemeente weten, geen ruimte meer te willen verhuren aan vrouwen jonger dan 21 jaar[43]. Dit had de instemming van burgemeester en wethouders; de gemeenteraad leek daarmee echter ontevreden te zijn[44].

In januari 2011 betoogde de grootste Utrechts raamprostitutie-exploitant voor de rechtbank, dat de registratieplicht voor prostituees er toe leidde dat prostituees uit de vergunde Utrechtse prostitutiesector vertrokken, naar andere gemeentes of naar "de illegale prostitutie"[45].

Tippelprostitutie[bewerken]

1900 – 1980[bewerken]

Straatprostitutie was in Utrecht een vanouds bekend verschijnsel[19]. In 1929 werd artikel 23bis in de Verordening Straatpolitie van kracht waarmee tippelprostitutie op speciaal aangewezen straten kon worden gehinderd[46]. Aanleiding was een brief van de Hoofdcommissaris van Politie aan de Burgemeester waarin hij schreef over klachten van burgers “over het zich ophouden van vrouwen van verdachte zeden” op bepaalde locaties, en geruchten dat “meermalen militairen (pas onder de wapenen gekomen) naar genoemde omgeving werden gelokt”[47]. In oktober 1929 wezen B en W negenentwintig straten aan waar het nieuwe tippelverbod zou gelden; daarna werd deze lijst van straten herhaaldelijk uitgebreid of gewijzigd, onder andere in 1933, ’35, maart ’40, 1948 en ’53[48].

In 1935 echter werd dit artikel 23bis zodanig gewijzigd, dat bovendien in het algemeen op of aan de openbare weg uitnodigen tot "ontucht" verboden was[27].

In 1953 werden tippel- en raamprostitutieverbod inhoudelijk ongewijzigd opgenomen in de nieuwe Algemene Politieverordening onder artikel 31[30].

Eind jaren zestig werd getippeld rond de Voorstraat[29].

1985-’86, instellen tippelzone[bewerken]

In de jaren 1980 liepen in Utrecht de tippelprostituees nog steeds in het stadscentrum[9]. Dat gaf, zegt een teamleider van V&D, veel overlast, de politie verjoeg de prostituees van de ene plek naar de andere wijk, en het was “een doffe ellende”[9].

In 1984-’85 creëerde de gemeenteraad in de APV de mogelijkheid van plaatselijke ongeldigheid van het verbod op tippelprostitutie. Tegelijkertijd werd de omschrijving van het misdrijf gewijzigd: het was voortaan aan personen van wie “kan worden aangenomen dat deze zich aan prostitutie overgeven, verboden op de openbare weg (…) iemand (…) tot ontucht uit te nodigen”, uitgezonderd op wegen die door B en W zijn aangewezen[49]. Vervolgens werd in 1985-’86 de Europalaan aangewezen als gebied waar het verbod op straatprostitutie niet gold, en stelde Utrecht daar in 1986 de officiële tippelzone in[50].

In 1999 was de zone ingeburgerd en werd er niet meer tegen geprotesteerd[9]. Ook hulpverleners vonden de zone toen een succes. De zone had ook elders in het land een goede reputatie en lokte daardoor vrouwen uit alle windstreken[9].

Toestroom van prostituees[bewerken]

In 2003 kwamen er per avond gemiddeld 47 prostituees in de hulpverleningsbus[51]. Na sluiting van de tippelzone in Amsterdam in december 2003 en strengere vergunningsregels op de zones in Den Haag en Rotterdam nam op de zone in Utrecht het aantal prostituees toe, afkomstig uit allerlei plaatsen[51][52][53].

Om deze toestroom te beperken 'controleerde' de politie begin 2004 'scherper bij degenen die de prostituees brengen en halen'[51]. In 2004 bleef het aantal prostituees stijgen, er ontstond volgens het gemeentebestuur overlast in de omgeving, en voor politie en hulpverlening werd de situatie minder ‘beheersbaar’.

Als volgende beperkingsmaatregel gaf Utrecht in september ’04 aan de vrouwen uit de regio Utrecht voorrang in de huiskamerbus[51]. Ook dit deed het aantal prostituees op ‘De Baan’ nauwelijks of niet dalen: het waren er in oktober gemiddeld 63, terwijl de gemeente streefde naar maximaal 50. In november ’04 overwoog Utrecht een pasjessysteem, en deed het een dringend beroep op de andere steden om hun zone open te houden of anderszins ‘hun verantwoordelijkheid te nemen’[51][9].

2005: invoering pasjessysteem[bewerken]

Per oktober 2005 werd de omschrijving van het misdrijf opnieuw gewijzigd: het woord ‘ontucht’ verdween uit de tekst. Voortaan was het aan een persoon van wie “kan worden aangenomen dat deze zich aan prostitutie overgeeft, verboden op de weg (…) iemand (…) tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken” uitgezonderd personen met een vergunning op door het college aangewezen wegen gedurende door het college vastgestelde tijden[54][55][50]. Hiermee werd dus inderdaad het pasjessysteem voor de prostituees op de tippelzone ingevoerd.

In augustus 2008 maakte de gemeente bekend dat ze, in verband met de bouw van een studentencomplex, begin 2009 de tippelzone met 130 meter wilde inkorten, en ter compensatie tippelen aan beide zijden van de weg wilde toestaan[56][57].

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Literatuur

Noten

  1. a b [rapp 1] (zie literatuur) pag. 16, 26; [rapp 2] (zie lit.) pag. 13.
  2. a b [rapp 1], pag. 40-41
  3. [rapp 2], pag. 30-31
  4. Nieuwe locatie voor raamprostitutie in Utrecht Utrecht, Gemeentelijke publicaties, 2 december 2013
  5. Ark van beoogd exploitant Marc Kramer aan Zandpad gezonken DUIC, 24november 2013
  6. a b [rapp 1], pag. 29 en 45
  7. a b [rapp 1], pagina 16-17
  8. [rapp 1] pag. 33, 35, 67
  9. a b c d e f g Tippelzones. Alleen buiten kantooruren geopend. NRC Handelsblad 15 okt. 1999. Geraadpleegd 18-3-’09.
  10. a b [rapp 2] pagina 13
  11. a b c [rapp 1] pag. 20-21, 49-50
  12. [rapp 1] pag. 28, 35
  13. [rapp 3], pag. 37
  14. a b [rapp 3] pag. 35 en 36
  15. Ton van den Berg, Paushuize bovenop Romeinse hoerenbuurt, in: De Nieuwe Utrechter, 15 december 2011. (geraadpleegd 16 november 2012)
  16. M.W.J de Bruijn, Paushuize in Utrecht. (geraadpleegd 16 november 2012)
  17. a b c d e f g h i j k l m R.E. de Bruin (red.) (2000), 'Een paradijs vol weelde'. Geschiedenis van de stad Utrecht, Matrijs, Utrecht, ISBN 9053451757
  18. Slobbe en Wildt schrijven: 1809, Stemvers schrijft: 1810.
  19. a b Volmuller (1966), pag. 26-30
  20. Code pénal artikel 334: “Wie een vergrijp pleegt tegen de goede zeden door als gewoonte de losbandigheid [la débauche] of de corruptie [la corruption] van de jeugd onder de 21 jaar (…) uit te lokken, te bevorderen of te faciliteren, zal worden gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar en een boete (…). Indien de prostitutie [la prostitution] of de corruptie is uitgelokt, bevorderd of gefaciliteerd door hun vader, moeder, opvoeders (…) zal de straf twee tot vijf jaar gevangenis zijn en (…)” (Zie Code pénal 1810.)
  21. Dit bericht over de Utrechte politiedirecteur in 1822 wordt vermeld door Volmuller (p. 27-28), verwijzend naar: Bergh, W. van den – De strijd tegen de prostitutie in Nederland. Den Haag, 1878.
  22. a b c d e Stemvers (1985), pag 67-70
  23. a b Stemvers (1985), pag. 48-51
  24. P.D.'t Hart (2005), Leven in Utrecht 1850-1914: groei naar een moderne stad, Het Utrechts Archief/ Uitgeverij Verloren, Hilversum, blz. 50.
  25. Besluit Utrechtse gemeenteraad 26 juni 1890, Verordening tegen de openbare huizen van ontucht: "Artikel 1. Het houden van een openbaar huis van ontucht is verboden. Artikel 2. Ieder, die een openbaar huis van ontucht houdt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes dagen. Art. 3. Onder houder van een openbaar huis van ontucht wordt verstaan hij, die daarin het bedrijf van bordeelhouder uitoefent of doet uitoefenen. Art. 4. Wie, zonder zelf dit bedrijf uit te oefenen, daartoe op eenige wijze als mededader zijne medewerking verleent, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes dagen. Art. 5. Deze verordening treedt in werking den 1sten November 1890." Bron: Het Utrechts Archief, bibliotheekmateriaal catalogusnummer VVO1 (Stedelijke publicaties 1886-1891.)
  26. Th.M. Wijntjes en D.J. Noordam, Het bemoeilijken van het kwaad. De prostitutie in Amersfoort tussen 1856 en 1911: van regulering tot bordeelverbod, in: R. van der Eerden et al. (red) (1997), Jaarboek Oud-Utrecht 1997, Casparie, Utrecht, blz. 231-260, ISBN 9071108155.
  27. a b Gewijzigd artikel 23bis in de Verordening Straatpolitie (besluit gemeenteraad 4 juli 1935): “Het is verboden: a.) op den openbaren weg of op een van den openbaren weg zichtbare plaats iemand door woorden, gebaren of op eenige andere wijze tot het plegen van ontucht uit te lokken; b.) zich op door Burgemeester en Wethouders aangewezen openbare wegen of gedeelten van deze wegen, gedurende de uren, door Burgemeester en Wethouders genoemd, op te houden, nadat door een ambtenaar van politie in het belang van de openbare orde of zedelijkheid gelast is zich te verwijderen.” (Bron: Het Utrechts Archief, Toegang 1007-3 (Gemeentebestuur van Utrecht 1813-1969), Inventarisnummer 19388 (Verordening Straatpolitie, 1933-1935).)
  28. Brief 1 november 1933 van Commissaris van Politie aan Hoofd-Commissaris van Politie. (Bron: Utrechts Archief 1007-3 / 19388 (zie vorige noot).)
  29. a b c d e Stemvers, pag. 149-150
  30. a b Artikel 31 in de Algemene Politieverordening (besluit gemeenteraad 23 juli 1953): “Het is verboden: a.) op de openbare weg of op een van de openbare weg af zichtbare plaats iemand door woorden, gebaren of op enige andere wijze tot het plegen van ontucht uit te lokken; b.) zich op die gedeelten van de openbare weg, welke door Burgemeester en Wethouders blijkens openbare kennisgeving zijn aangewezen, binnen de tijd, daarbij door hen bepaald, op te houden, nadat een ambtenaar van politie in het belang van de openbare orde of zedelijkheid de last heeft gegeven zich te verwijderen.” (Bron: Het Utrechts Archief, Toegang 1007-3 (Gemeentebestuur van Utrecht 1813-1969), Inventarisnummer 19392 (Verordening Straatpolitie en Algemene Politieverordening, juni 1953-juni 1955).)
  31. a b c d Interim-rapport van de werkgroep prostitutie-aangelegenheden (ingesteld door College van B en W, Utrecht), geaccordeerd door B en W op 25 april 1973.
  32. Gecombineerde vergadering raadscommissie Algemene en Bestuurlijke Zaken en Rechtskundige Commissie, 7 mei ’73.
  33. Raadsbesluit 10 mei 1973
  34. a b brief B en W aan gemeenteraad, 8 mei ‘73
  35. Het voorstel van B en W aan de gemeenteraad van 24 januari 2000 (vervallen bordeelverbod etc.) en [rapp 1] (zie literatuur) pagina’s 10,11,15,16 doen vermoeden dat deze aanwijzing in of voor 2000 gebeurde.
  36. Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht 1997, raadsbesluit van 26 juni 1997.
  37. a b Voorstel B en W aan Gemeenteraad, 24 januari 2000 (vervallen bordeelverbod etc.).
  38. Notitie ‘Aanpassing vergunningstelsel raamprostitutie Maart 2010’, college van B en W van Utrecht, pagina 6: “De overheid kan geen voorwaarden stellen aan de huurprijs voor [raamprostitutie]bedrijfsruimte.”
  39. APV 2010, Raadsbesluit 4 maart 2010, geldig 1-4-2010 tot 1-10-2010.
  40. a b Algemene Plaatselijke Verordening 2010 na wijziging ingaande per 1-11-2010.
  41. Notitie ‘Aanpassing vergunningstelsel raamprostitutie Maart 2010’; Raadsvoorstel 29 juni 2010: ’Aanpassing vergunningstelsel raamprostitutie’; Gemeenteblad Utrecht met wijzigingen APV per raadsbesluit 29 juni 2010. Geraadpleegd 26 oktober 2010.
  42. Notitie ‘Aanpassing vergunningstelsel raamprostitutie Maart 2010’, pagina 1.
  43. Notitie ‘Aanpassing vergunningstelsel raamprostitutie Maart 2010’
  44. NRC Handelsblad 26 juni 2010
  45. NRC Handelsblad 12 januari 2011.
  46. Artikel 23bis in de Verordening Straatpolitie (besluit gemeenteraad 30 mei 1929): “Het is aan een ieder verboden zich op door Burgemeester en Wethouders aangewezen openbare wegen op te houden, nadat een ambtenaar of beambte der gemeentepolitie in het belang der openbare orde of zedelijkheid hem gelast heeft zich te verwijderen”. (Bron: Het Utrechts Archief, Toegang 1007-3 (Gemeentebestuur van Utrecht 1813-1969), Inventarisnummer 19387 (Verordening Straatpolitie, 1925-1932).)
  47. Bron: Utrechts Archief 1007-3 / 19387 (zie vorige noot)
  48. Bron: Het Utrechts Archief, Toegang 1007-3 (Gemeentebestuur van Utrecht 1813-1969), Inventarisnummers 19388, 19391 (Verordening Straatpolitie en Algemene Politieverordening).
  49. Het verbod op straatprostitutie stond sinds raadsbesluit 7 juni 1973 in APV artikel 60; de hier genoemde wijziging werd vermoedelijk vastgesteld per raadsbesluit van 15 november 1984.
  50. a b ’Einde van de tippelzone?’ (artikel 14-9-2005 op website www.wereldomroep.nl; geraadpleegd 8-3-’09).
  51. a b c d e Persbericht gemeente Utrecht, 10 november 2004 Gevonden 18-3-’09.
  52. Tippelzones – De nieuwe gezichten krijgen de klanten. Artikel in Trouw, 2004/05. Geraadpleegd 6-3-’09.
  53. Niemand weet waar de prostituees van de Amsterdamse Theemsweg zijn gebleven. NRC Handelsblad 18 feb. 2005. Geraadpleegd 17-3-’09.
  54. Wijziging APV Utrecht, raadsbesluit 17 februari 2005; van kracht per 1 oktober ’05. Geraadpleegd 23 juli 2010.
  55. Vergunning nodig voor werken op Utrechtse tippelzone. Nu.nl, 14 sept. 2005. Geraadpleegd 19-3-’09.
  56. Tippelzone aan twee kanten Europalaan, Algemeen Dagblad 23 aug. 2008. Geraadpleegd 19-3-’09.
  57. Verplaatsing tippelzone, CDA Utrecht (stad), 20 aug. 2008. Geraadpleegd 19-3-09.