Protestliederen over de Vietnamoorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Protest tegen de Vietnamoorlog.
Cornelis Vreeswijk en Fred Åkerström bij een demonstratie in 1965.

De Vietnamoorlog vormde in de jaren zestig en zeventig voor muzikanten een bron van inspiratie. Deze oorlog leidde, net als de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, tot protestliederen.[1]

Ontwikkeling[bewerken]

De Amerikaanse invasie van Vietnam in het begin van de jaren zestig leidde tot massale protesten in onder meer de Verenigde Staten. Aanvankelijk gingen protestliederen, die men bij demonstraties zong, niet specifiek over deze oorlog. Het waren meestal oude folkliedjes, zoals "We Shall Overcome", die ook voor andere protesten gebruikt werden.[2] Bob Dylan, Phil Ochs en andere folkzangers schreven de eerste liedjes naar aanleiding van de Vietnamoorlog. Sinds de tweede helft van de jaren zestig kwamen ook in de genres rock en folkrock protestliedjes.

Een van de meest cynische liedjes over de Vietnamoorlog is "The I-Feel-Like-I'm-Fixin'-To-Die Rag" van Country Joe and the Fish met strofen als:

‘You can be the first one on your block
To have your boy come home in a box.’[3]

Ook buiten de VS werd geprotesteerd, bijvoorbeeld door Boudewijn de Groot met "Welterusten, meneer de president".

Sommige liedjes die de geschiedenis zijn ingegaan als protestliedjes tegen de Vietnamoorlog, waren helemaal niet als zodanig bedoeld. Een voorbeeld is "We Gotta Get out of This Place" van The Animals, waarin Eric Burdon zingt dat hij wil ontsnappen aan de grauwe armoede waarin hij met zijn familie leeft. De titel sprak echter tot de verbeelding van de soldaten in Vietnam. Hier wegkomen, dat was precies wat ze wilden. Het lied werd immens populair. Veel soldaten hadden het nummer op hun bandrecorder staan en het was vaak te beluisteren in de jukeboxen van Saigon.[4]

In andere liedjes werd juist steun betuigd aan de Vietnamoorlog. Een voorbeeld is "The Ballad of the Green Berets" van Barry Sadler (1940-1989), zelf een onderofficier in het Amerikaanse leger en gewond geraakt in Vietnam. De plaat haalde de eerste plaats in de Billboard Hot 100. Pat Boone zette in het sarcastische liedje "Wish You Were Here, Buddy" de soldaten die in Vietnam het vuile werk opknapten tegenover de hippies die in het veilige Amerika daartegen protesteerden.

Ten slotte waren er natuurlijk ook liedjes waarin de Vietnamoorlog alleen maar genoemd (of gesuggereerd) werd zonder dat daaraan een waardeoordeel werd verbonden. Een voorbeeld is "Long Live Our Love" van The Shangri-Las, waarin solozangeres Mary Weiss haar geliefde, die ‘overzee’ aan het vechten is, verzekert dat ze hem trouw blijft.

Er zijn betrekkelijk weinig hits over de Vietnamoorlog: van alle liedjes met een hitnotering in de Billboard Hot 100 in de periode 1965-1974 ging minder dan anderhalf procent over dit onderwerp.[5]

Lijst van liedjes[bewerken]

In deze lijst staan zowel protestliederen tegen de Vietnamoorlog als liedjes waarin de oorlog of de Amerikaanse soldaten werden opgehemeld.


Bewerk Deze lijst is incompleet. U wordt uitgenodigd op bewerken te klikken om de lijst uit te breiden.

Literatuur

  • Hillstrom, Kevin; Laurie Collier Hillstrom, The Vietnam Experience: A Concise Encyclopedia of American Literature, Songs, and Films, Greenwood Press, 1998
  • Perone, James, Songs of the Vietnam Conflict, Greenwood Press, 2001

Verwijzingen

  1. Schifferes, Steve (1 mei 2005). "Vietnam: The music of protest". BBC. Geraadpleegd op 5 oktober 2012.
  2. Perone 2001, p. 13.
  3. Tekst van de "I-Feel-Like-I'm-Fixin'-To-Die Rag".
  4. Hillstrom 1998, p. 294.
  5. Perone 2001, p. 14.
  6. a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z aa ab ac ad ae af ag ah ai aj Hillstrom 1998, p. 307.
  7. a b c d e f g h i j Hillstrom 1998, p. 308.
  8. Hillstrom 1998, p. 291.
  9. a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y Hillstrom 1998, p. 306.
  10. Hillstrom 1998, p. 25.
  11. Hillstrom 1998, p. 43.
  12. Perone 2001, p. 59-60.
  13. Hillstrom 1998, p. 194.
  14. Hillstrom 1998, p. 208.
  15. Hillstrom 1998, p. 217.