Proto-industrie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Met de term proto-industrie wordt een vorm van nijverheid aangeduid die plaatsvond voordat er van fabrieksmatige productie sprake was.

In West-Europa heeft de proto-industriële productiewijze nog bestaan tot in de beginjaren van de 20e eeuw, maar ze was toen al lang niet meer dominant.

Het betreft met name huisnijverheid die door in de landbouw werkzame personen werd bedreven naast hun agrarische werkzaamheden. Dit met het doel hun inkomsten enigszins te vergroten. Deze productie was dan marktgericht en niet voor eigen behoefte. Werden oorspronkelijk de waren op lokale markten afgezet, geleidelijk was er ook sprake van tussenpersonen die grondstoffen leverden en deze in bewerkte vorm weer terugkochten, de zogeheten fabrikeurs. De thuiswerker werd dan een stukloon uitbetaald.

Dit type huisnijverheid kon activiteiten als spinnen en weven omvatten, maar ook bijvoorbeeld het looien van leer, het vervaardigen van sigaren, en dergelijke.

Geleidelijk aan werden de bewerkingen, die vroeger door de thuiswerker werden verricht, gecentraliseerd. Dit proces vond plaats omdat:

  • De mechanisatie van de productie de behoefte deed ontstaan aan hoge investeringen en/of een centrale krachtbron.
  • Centralisatie kon leiden tot een hogere mate van arbeidsdeling en daarmee tot efficiëntere productie.

Op deze wijze vormden de thuiswerkers het reservoir aan arbeidskrachten voor de opkomende industriële productiewijze. Daarom werden bovengenoemde activiteiten proto-industriële activiteiten genoemd.

De proto-industriële productie dient niet verward te worden met de ambachtelijke productiewijze, hoewel ook deze een grote bijdrage aan de industrialisatie heeft geleverd. De ambachten immers waren tot aan de afschaffing van het Ancien Régime omstreeks 1794 streng gereglementeerd in gilden, terwijl de proto-industriële werkers daarbuiten stonden, en vaak eenvoudige werkzaamheden verrichtten. Na de afschaffing van het gildesysteem zijn een aantal ambachtelijke bedrijven eveneens uitgegroeid tot industriële ondernemingen.

Door economen wordt de proto-industriële activiteit verklaard door een model waarin de opbrengst van deze arbeid vanaf een bepaalde hoeveelheid bestede uren groter wordt dan het meerproduct dat men verwerft als men de overtollige uren aan extra agrarische activiteiten besteedt.