Protonpomp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een protonpomp,ook wel waterstofpomp, is een eiwit dat in het celmembraan voorkomt. De functie van een protonpomp is, via actief transport, protonen (H+-atomen) door te laten, waardoor ergens een verhoogde zuurgraad ontstaat. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de maag, waar maagwandcellen, met behulp van protonpompen, protonen uitscheiden en dus het milieu in de maag zuur houden.

De protonpomp (waterstofpomp) maakt gebruik van 2 transmembranaire proteïne. Het eerste pompt protonen actief uit de cel, het maakt hierbij gebruik van energierijke moleculen of energie resulterend uit de fotosynthese. Hierdoor is de concentratie van protonen hoger buiten de cel dan in de cel. Daardoor zullen de protonen door middel van diffusie trachten terug in de cel te geraken, maar de cel is echter impermeabel voor protonen.

Door middel van het tweede transmembranair proteïne zal er actief protonen in de cel gepompt worden. Deze worden gekoppeld aan de productie van ATP in de cel. Het nettoresultaat is het gebruik van energie voor de productie van ATP, een energiebron die de cel gebruikt voor verschillende cellulaire processen. De koppeling van de protonenpomp aan de ATP-synthese wordt chemiosmose genoemd en is verantwoordelijk voor de productie van bijna alle ATP-moleculen geoogst uit voedsel of fotosynthese.

De protonpomp kan door medicijnen worden stilgelegd, zie Protonpompremmer.