Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
|
||||||||||||||||||||||||||
De Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog werd in 1866 uitgevochten tussen Pruisen en Oostenrijk. Deze oorlog staat ook wel bekend als de Duitse Oorlog of Broederoorlog (Brüderkrieg).
[bewerk] Voorgeschiedenis
Nadat Napoleon Bonaparte in 1806 een einde had gemaakt aan het Heilige Roomse Rijk, werd in 1815 door het Congres van Wenen de Duitse Bond gevormd. Dit was een statenbond die min of meer het oude grondgebied van het Heilige Roomse Rijk omvatte. Binnen de Duitse Bond waren twee lidstaten dominant; Oostenrijk en Pruisen. Binnen de Duitse Bond is het vaak tot onenigheid gekomen tussen de twee dominerende lidstaten en de spanningen namen alleen maar toe nadat Otto von Bismarck in 1862 kanselier van Pruisen werd. Vanaf het begin af aan was Bismarck al een voorstander van een verenigd Duitsland onder leiding van Pruisen,waarbij de staten eigenlijk een groot deel onafhankelijk bleven.
In 1864 brak een oorlog uit tussen de Duitse Bond en Denemarken om de hertogdommen Sleeswijk en Holstein. Deze Duits-Deense Oorlog werd gewonnen door de Duitse Bond, maar leidde vervolgens tot oneinigheid tussen Pruisen en Oostenrijk over het bestuur van Sleeswijk en Holstein. Uiteindelijk werd door Bismarck een conflict uitgelokt dat leidde tot een oorlogsverklaring van Oostenrijk aan Pruisen.
[bewerk] Verloop van de Oorlog
Een groot deel van de Duitse staten stond in deze oorlog aan de kant van Oostenrijk. Enkele noordelijke Duitse staten en Italië vochten mee aan de kant van Pruisen. Door de alliantie met Pruisen aan te gaan hoopte de jonge Italiaanse eenheidsstaat op verwerving van Italiaans sprekende gebieden die nog onder Oostenrijkse heerschappij vielen.
Het zwaartepunt van de campagne lag in Bohemen. De Pruisische opperbevelhebber Helmuth von Moltke had de oorlog goed voorbereid en koos voor een directe aanval op Oostenrijk. Het Pruisische leger werd snel gemobiliseerd en trok Bohemen binnen. De twee legers ontmoetten elkaar in de Slag bij Königgrätz. Hoewel het Oostenrijkse leger in de meerderheid was vormde het geen partij voor het gedisciplineerde Pruisische leger dat bovendien over geavanceerder wapentuig beschikte. Na een verpletterende nederlaag geleden te hebben begon Oostenrijk al snel onderhandelingen voor vrede.
De overige deelstaten die aan Oostenrijkse kant vochten speelden verder een minder belangrijke rol in de strijd, en werden uiteindelijk allemaal door Pruisen overwonnen. Oostenrijk wist nog het Italiaanse leger te verslaan maar moest naar aanleiding van de nederlaag tegen Pruisen toch Venetië afstaan aan Italië.
[bewerk] Gevolgen van de oorlog
Om inmenging van Rusland of Frankrijk in het conflict met Oostenrijk te voorkomen was Bismarck ook gebaat bij een snelle vrede met Oostenrijk. De onderhandelingen leidden op 23 augustus 1866 tot het Verdrag van Praag waarbij de Duitse Bond werd ontbonden en de annexatie door Pruisen van Sleeswijk-Holstein, Hannover, Hessen-Kassel, Nassau en Frankfurt. In 1867 werd door Pruisen de Noord-Duitse Bond opgericht die uit alle Duitse staten behalve het groothertogdom Baden, de koninkrijken Beieren en Württemberg, het keizerrijk Oostenrijk en het vorstendom Liechtenstein bestond en voorafging aan het Duitse Keizerrijk van 1871.
| Sleeswijk-Holsteinse kwestie | |
| Betwiste gebieden | |
|---|---|
| Sleeswijk | Holstein | Lauenburg | |
| Oorlogen | |
| 1e Duits-Deense Oorlog (1848-1851) | 2e Duits-Deense Oorlog (1864) | Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog (1866) | |
| Vredes en verdragen | |
| Conventie van Londen (1852) | Vrede van Wenen (1864) | Verdrag van Gastein (1865) | Verdrag van Praag (1866) | |

