Psalm 32

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Psalm 32 is een veelgezongen psalm, volgens de overlevering opgesteld door koning David. Vooral het eerste vers wordt vaak gezongen. De psalm wordt vaak als bemoediging gebruikt voor tot God bekeerde mensen, die weten dat na dit moeitevolle leven een eeuwig leven wacht.

Berijmde Psalm[bewerken]

Hieronder wordt het eerste vers weergegeven, in de psalmberijming van 1773. De psalm is berijmd door Johannes Eusebius Voet.

Welzalig hij, wiens zonden zijn vergeven,
Die van de straf voor eeuwig is ontheven,
Wiens wanbedrijf , waardoor hij was bevlekt,
Voor 't heilig oog des HEEREN is bedekt.
Welzalig is de mens, wien 't mag gebeuren,
Dat God naar recht hem niet wil schuldig keuren,
En die in 't vroom en ongeveinsd gemoed;
Geen snood bedrog maar blank' oprechtheid voedt.

Externe links[bewerken]