Psilotum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Psilotum
Psilotum nudum
Psilotum nudum
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Clade: Tracheophyta
Clade: Euphyllophyta
Clade: Monilophyta
Klasse: Psilotopsida
Orde: Psilotales
Familie: Psilotaceae
Geslacht
Psilotum
Sw. (1802)
Psilotum nudum, habitus
Psilotum nudum, habitus
Afbeeldingen Psilotum op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Psilotum op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Psilotum is een geslacht van varens uit de familie Psilotaceae.

Het zijn zeer primitieve vaatplanten, waarvan het niet duidelijk is of zij als voorouders van de modernere vaatplanten beschouwd mogen worden, ofwel als een doodlopende tak van de evolutionaire boom.

Psilotum komt voor in droge subtropische en tropische gebieden in Amerika, Azië en de Stille Oceaan, met enkele geïsoleerde populaties in Zuidwest-Europa.

Naamgeving en etymologie[bewerken]

  • Synoniemen: Hoffmannia Willd. (1789), Bernhardia sect. Psilotum (Sw.) K.Mull. (1800), Tristeca Mirbel (1802)

De botanische naam Psilotum is afgeleid van het Oud-Griekse 'psilos' (naakt), naar de afwezigheid van allerlei organen die bij andere varens wel voorkomen.

Kenmerken[bewerken]

De sporofyten van Psilotum zijn middelgrote epifytische of terrestrische planten. Ze missen praktisch alle organen die andere varens wel bezitten. Ze hebben geen echte wortels, maar fijn vertakte ondergrondse stengels of rhizoïden, die water en voedselstoffen opnemen met behulp van een mycorrhiza, een symbiose van wortels en schimmels. Ze bezitten ook geen echte bladeren, maar enaties, kleine, schubachtige structuren zonder nerven. De plant bestaat dus in essentie uit vertakte stengels.

De sporendoosjes of sporangia zijn geel en bolvormig en staan in groepjes van twee of drie in de vorken van de stengel, gefuseerd in een synangium. De sporen zijn micoscopisch klein, niervormig en voorzien van een dik tapetum, dat de ontwikkelende spore van voedsel voorziet. Zodra de synangia rijp zijn, worden de sporen vrijgegeven en verspreid door de wind.

De gametofyten groeien ondergronds, zijn eveneens mycoheterotroof en lijken op een oïdestukje rhizp, maar produceren antheridia en archegonia.

Psilotum's bezitten slechts een gereduceerd vaatstelsel, bestaande uit buisvormige cellen die water door de plant transporteren, vergelijkbaar met het xyleem van de meer geëvolueerde vaatplanten. Met de bladeren ontbreekt ook het floëem, de vaatbundels die glucose, het eindproduct van de fotosynthese, van de bladeren naar de rest van de plant vervoert. Daarentegen bevatten alle stengels chlorofyl en dus de mogelijkheid om aan fotosynthese te doen.

Taxonomie[bewerken]

Er is lange tijd discussie geweest over juiste plaatsing van Psilotum en het zustergeslacht Tmesipteris, waarbij ze door sommige auteurs als echte varens beschouwd werden en door anderen als afstammelingen van de eerste vaatplanten. Psilotum vertoont sterke gelijkenissen met het geslacht Cooksonia uit het Siluur en met Rhynia uit het recentere Devoon, twee geslachten die in het verleden tot de klasse Psilophyta behoorden, zodat ook Psilotum tot die klasse werd gerekend.

In de recente taxonomische beschrijving van Smith et al. (2006), gebaseerd op DNA-onderzoek, worden beide geslachten echter als enige in een aparte orde Psilotales onder de klasse Psilotopsida geplaatst, als zustergroep van de andere varens [1].

Het geslacht telt slechts 2 soorten, die echter onderling hybridiseren.

Soorten[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties