Publius Valerius Publicola

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Publius Valerius Publicola (ook wel Poplicola) (gestorven in 503 v.Chr. of in 499 v.Chr.[1] ) was een consul in de eerste jaren van de Romeinse Republiek. Voor zijn bestaan zijn weinig bronnen te vinden en men veronderstelt daarom wel dat de gegevens over hem legenden zijn. Publius zou een bloedverwant van de laatste koning Tarquinius Superbus zijn geweest[2].

In 510 voor het begin van onze jaartelling vochten de Romeinen bij Rome met de Etrusken. Op het slagveld zou Publius, tweede consul, de leiding van de gesneuvelde Lucius Iunius Brutus over. Hij keerde als triomfator naar Rome terug en vestigde daarmee de traditie van de triomftocht door Rome.

De tegenstanders van Publius vreesden dat de bij het plebs zeer geliefde consul zich tot koning uit zou roepen maar daarvan zag Publius die in 509, 508, 507 en 504 tot consul werd gekozen[3] af. Men schrijft aan Publius' invloed de immigratie van tal van Sabijnen waaronder Attus Clausus stamvader der Claudii toe. Hij zou het ambt van questor hebben ingesteld.

In 503 voor het begin van onze jaartelling sneuvelde Publius Valerius Publicola volgens sommige bronnen in een gevecht met de Sabijnen. Livius laat hem in 499 sterven.

Rome eerde het geslacht der Valerianen met het alleenrecht op begrafenissen binnen de muren van de urbs.

Als toonbeeld van republikeinse standvastigheid werden Publius Valerius en zijn tijdgenoten de Europeanen ten tijde van de Franse Revolutie en de Bataafse Republiek ten voorbeeld gehouden.

In 1804 verscheen in de Bataafse Republiek een "Verzameling van brieven, gewisseld tusschen Valerius Publicola te Amsterdam en Caius Manlius te Utrecht". Dit werk was waarschijnlijk van de hand van Samuel Wiselius maar het pamflet werd aan Maria Aletta Hulshoff toegeschreven. Publius Valerius Publicola was als tijd- en bondgenoot van Lucius Junius Brutus een republikeins idool. Gnaeus Manlius, bijgenaamd "Cincinnatus", was Consul van Rome in 480 voor het begin van onze jaartelling. De brieven waren uiteraard gefingeerd en zij bevatten kritiek op de staatsinrichting van de Bataafse Republiek.

Literatuur[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Volgens Livius
  2. Plutarchus van Chaeronea.
  3. fasti consulares op [...]