Pulsatilla pratensis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pulsatilla pratensis
Pulsatilla pratensis ssp. nigricans 002.JPG
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Angiospermae (Bedektzadigen)
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Orde: Ranunculales
Familie: Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)
Geslacht: Pulsatilla
Soort
Pulsatilla pratensis
(L.) Mill. (1768)
Pulsatilla pratensis, habitus
Pulsatilla pratensis, habitus
Afbeeldingen Pulsatilla pratensis op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Pulsatilla pratensis op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Pulsatilla pratensis is een overblijvende plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae), afkomstig uit Midden- en Oost-Europa.

Van Pulsatilla pratensis worden meerdere ondersoorten onderscheiden, waarvan de meeste met hun specifiek habitat en/of verspreidingsgebied.

Naamgeving en etymologie[bewerken]

  • Synoniemen: Anemone pratensis L., Pulsatilla pratensis sensu P.Fourn., Anemone pulsatilla subsp. pratensis (L.) auct.
  • Frans: Pulsatille des prés
  • Duits: Wiesen-Kuhschelle, Wiesen-Küchenschelle
  • Engels: Small Pasque Flower

De botanische naam Pulsatilla is afgeleid van het Latijnse pulsare (slaan, zwaaien). Naargelang van de bron zou dit slaan op de op een klok lijkende bloemen of op de zaden, die door windstoten worden verspreid. De soortaanduiding pratensis afgeleid van het Latijnse pratense (uit de weide).

Kenmerken[bewerken]

Pulsatilla pratensis is een lage, overblijvende, kruidachtige planten, met rechtop staande wortelstokken en rechte, onvertakte stengel. Tijdens de bloei vormt zich een basaal bladrozet van dubbelgeveerde bladeren met zeer fijne, spitse bladslippen. Hogerop de stengel bevinden zich drie zeer diep ingesneden stengelbladeren met spitse, ovale slippen. Zowel bladeren als stengels zijn bezet met lange, zilvergrijze haren.

De bloemen zijn tot 5 cm in diameter, alleenstaand aan het einde van de bloemstengel, steeds overhangend, zonder schutbladen. De bloemen zijn radiaal symmetrisch, klokvormig, met meestal 6 donkerpurpere (zelden lichtviolet of geelgroene), kroonbladachtige kelkbladen met teruggekromde top, aan de buitenzijde zilverachtig behaard. Er zijn geen echte kroonbladen. De bloem bezit talrijke geel of paars gekleurde vruchtbare meeldraden en meestal ook schijfvormige staminodiën of onvruchtbare meeldraden. Er zijn talrijke, losse vruchtbeginsels met elk een zaadknop en een lange, veervormige stijl.

De plant bloeit van april tot mei.

Habitat en verspreiding[bewerken]

Pulsatilla pratensis groeit voornamelijk in droge hooilanden en lichte dennen- en eikenbossen op silicaatrijke bodems, vanaf zeeniveau tot op 2.100 m hoogte.

De plant heeft een wijd verspreidingsgebied over Midden- en Oost-Europa, van het zuidoosten van Noorwegen en het westen van Denemarken tot in Hongarije, Bulgarije en de Balkan.

Taxonomie[bewerken]

Van Pulsatilla pratensis worden op basis van de bloemkleur, het habitat en het verspreidingsgebied, volgende ondersoorten onderscheiden:

  • P. pratensis subsp. pratensis (L.) Mill. (1768)
de nominaatsoort.
  • P. pratensis subsp. bohemica Skalický (1985)
Afkomstige uit Tsjechië, Slovakije, Duitsland, Polen, Oostenrijk en Hongarije, groeit op droge grassteppes, in boszomen en op zonnige rotsen.
  • P. pratensis subsp. hungarica Soó
Deze ondersoort is endemisch voor de vlakten van Nyírség en Bodrogköz in het oosten van Hongarije, groeit vooral op zandige, kalkarme bodems.
  • P. pratensis subsp. nigricans (Störck) Zämelis
Ondersoort met zeer donkere, rood- tot zwartviolette kelkbladen.

Verwante en gelijkende soorten[bewerken]

Pulsatilla pratensis is moeilijk van andere, roodgekleurde Pulsatillas te onderscheiden. De plant lijkt sterk op het meer algemene wildemanskruid (P. vulgaris), maar heeft fijner verdeelde bladeren en grotere en donkerdere bloemen. De bloemenblaadjes hebben teruggekromde toppen, in tegenstelling tot die van P. montana, P. halleri en P. rubra.

Bronnen, noten en/of referenties