Pycnidium

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pycnidia bij Cladonia pyxidata, ongeveer 30x vergroot

Een pycnidium of pyknidiale conidiomatum, meervoud pycnidia of pycnidiën, is een kogel- tot flesvormig vruchtlichaam van schimmels die behoren tot de Ascomyceten, de Coelomyceten. Ze maken hun sporen aan in een naar buiten afgesloten conidiomatum, dat zich vlak onder het oppervlak van een gastheerorganisme vormt. Door de aan het uiteinde gelegen opening, de ostiole, worden de sporen met de door het pycnidium gevormde slijmmassa (cirrus of chirrus) naar buiten geperst. De draadvormige slijm met de sporen droogt daarna op en pas bij regen weken de sporen van het slijm los en worden dan verspreidt (spatverspreiding). De door de pycnidia gevormde asexuele sporen worden vaak pycnosporen genoemd. De slijmmassa bevat proteïnen en sacchariden en beschermt voor ten minste 28 dagen de pycnosporen (pycnidiosporen) tegen uitdroging en voortijdige kieming.

In tegenstelling tot de acervuli worden pycnidiale conidiomata in het schimmelweefsel zelf geproduceerd.

Pycnidia komen vaak voor bij de met schimmels samenlevende korstmossen, waar ze in het vlechtweefsel (thallus) ingezonken zijn en alleen de ostiole zichtbaar is.

Bij de niet met korstmossen samenlevende Ascomyceten zijn de pycnidia meer of minder in het weefsel van de waardplant ingezonken. Deze schimmels behoren tot de Sphaeropsidales. Waar belangrijke plantenziekten zoals Ascochyta chrysanthemi, Septoria tritici en Phoma lingam toe behoren.

Bij de roesten wordt een vergelijkbare structuur een spermogonium genoemd.

Literatuur[bewerken]

  • Heinrich Dörfelt (Hrsg.): Lexikon der Mykologie. Gustav Fischer Verlag, Stuttgart, New York, 1989. ISBN 3-437-20413-0

Externe links[bewerken]