Pygmeeën

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Britse bioarcheoloog K. G. Murphy te midden van volwassen Pygmeeën
Kazimierz Nowak spreekt met een Pygmee sjamaan, 1931-1936

De naam pygmeeën is de benaming voor leden van een volk waarvan de volwassen mannen gemiddeld niet langer worden dan 150 cm[1] of minder dan 155 cm.[2] In de praktijk wordt het begrip vaak gebruikt voor dergelijke volken die in Afrika leven, maar ook in Azië en Zuid-Amerika wonen dergelijke volken.

In Afrika leven dergelijke volken verspreid over gebieden van Sierra Leone en Kameroen tot in het Kongogebied. Bekende groepen zijn de Aka, Baka, Mbuti en Twa.

Ook in Azië leven op verschillende plekken pygmeeën of Negrito's, te weten in Thailand, Maleisië, de Filipijnen en Papoea-Nieuw-Guinea.

De mannelijke pygmeeën zijn meestal kleiner dan 1,50 meter. De vrouwelijke pygmeeën zijn ongeveer 8 cm kleiner dan de mannen.

Etymologie[bewerken]

Het woord "pygmee" is afgeleid van het Griekse "pygmaios", "zo groot als een vuist". De oudste vermeldingen van pygmeeën komen voor bij de Egyptenaren rond 2500 v.Chr. Ze waren er bekend om hun dansen.

Geschiedenis en leefwijze[bewerken]

De pygmeeën bevolkten oorspronkelijk waarschijnlijk het gehele regenwoud van Centraal-Afrika. Ze leefden als jagers en verzamelaars. Volgens de Nederlandse antropoloog Dr. Paul Julien kenden sommige pygmeeën die hij tussen 1932 en 1958 bezocht pijl en boog nog niet. Anderen kenden pijl en boog wel en maakten zelfs kruisbogen.

De Bantoe, die landbouw kenden, begonnen ongeveer 3000 jaar geleden naar het zuiden en het oosten van Afrika op te rukken vanuit hun land van oorsprong, dat waarschijnlijk in de buurt van Kameroen lag. De pygmeeën werden naargelang de streek uitgeroeid, teruggedrongen of opgenomen in de Bantoe-stammen. Het gebied waar ze leefden werd veel kleiner. Omdat de pygmeeën geen ijzer konden maken, maar dat wel konden gebruiken voor hun speren en eventueel hun pijlpunten, dreven ze ruilhandel met de Bantoe.

Bijna overal waar Bantoe en pygmeeën in elkaars omgeving leven, leven de pygmeeën in een afhankelijkheidsrelatie. Sommige onderzoekers noemen dit feodaal, anderen zelfs slavernij. Paul Julien vermeldt dat, toen pygmeeën een olifant hadden gedood, het ivoor naar een Bantoe-stamhoofd ging en veel van het vlees en ingewanden naar de inwoners van een Bantoe-dorp. Ze moeten ook vaak werken op de velden van de Bantoe. In alle gevallen hebben de pygmeeën de taal van de hen omringende Bantoes overgenomen, maar hun dialecten hebben wel enkele afwijkende woorden.

Reeds 70 jaar geleden zijn zij begonnen om op bepaalde plaatsen ook aan landbouw te doen, bijvoorbeeld in verlaten Bantoe-dorpen.

De pygmeeën worden door de Bantoes geminacht en als primitief en minderwaardig beschouwd, alhoewel ze hen aan de andere kant vaak bewonderen vanwege hun moed. Ondanks hun tamelijk primitieve materiële cultuur zijn de pygmeeën zeer muzikaal; zij hebben in hun gezangen een zekere mate van polyfonie ontwikkeld.

Sommige groepen pygmeeën, zoals de Twa in Rwanda, Burundi en het oosten van Congo-Kinshasa, zijn in veel sterkere mate aan hun Bantoe-buren geaccultureerd en houden zich meer bezig met landbouw en pottenbakkerij dan met jacht en verzamelen.

Ter bescherming van het leefgebied van de berggorilla zijn de pygmeeën in Oeganda in 1992 uit hun leefgebied verdreven. Hierbij hebben ze hun bestaan als jager/verzamelaar moeten opgeven en zich moeten toeleggen op de landbouw. Door deze overgang zijn ze ook in aanraking gekomen met drank en drugs, wat momenteel een groot probleem voor de pygmeeën is. Uit het feit dat de gorilla's momenteel wegtrekken uit het bos, omdat de begroeiing in het woud te dicht wordt, blijkt echter dat de gorilla en de pygmee in co-existentie met elkaar samenleefden. Doordat de pygmeeën plaatselijk bomen kapten, ontstonden open plekken in het bos, waar het voedsel van de gorilla groeide. Voor de pygmee was de gorilla een heilig dier, waar sowieso niet op gejaagd werd.

Afrikaanse en Aziatische pygmeeën[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie negrito voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In Azië wonen geïsoleerde groepen zwarten, ook Negrito's of pygmeeën genoemd, die ook kleiner zijn dan de andere bevolkingsgroepen en eruitzien als pygmeeën. Dit zijn de Agta op de Filipijnen, de Semang in Maleisië en de inwoners van de Andaman-eilanden (India). Door DNA-onderzoek is vastgesteld dat deze pygmee-achtige volken niet nauw verwant zijn aan de Afrikaanse pygmeeën, welke toch nauwer verwant blijken te zijn aan de andere zwarte Afrikanen. Een theorie is dat het hier gaat om convergente evolutie, die vermoedelijk samenhangt met het feit dat een kleine gestalte gunstig is voor het overleven in een dicht tropisch regenwoud.

De Afrikaanse pygmeeën zijn zich waarschijnlijk gaan ontwikkelen toen ongeveer 15.000 jaar geleden, na een droogteperiode die met het hoogtepunt van de laatste ijstijd samenvalt, het tropisch regenwoud zich sterk begon uit te breiden. Door hun microlitische werktuigtechniek waren deze Afrikanen toen (waarschijnlijk voor het eerst in de geschiedenis van de mens) in staat om zich aan te passen aan het leven in het regenwoud.

Onderzoek[bewerken]

Onderzoekers van de Universiteit van Pennsylvania waaronder Nederlander Bart Ferwerda schrijven in de PLoS Genetics dat Pygmeeën zo klein zijn omdat ze al hun energie in hun immuunsysteem en snelle voortplanting stoppen. Dat is nodig omdat in hun leefomgeving de kans op infecties erg groot is. De onderzoekers uit Pennsylvania bestudeerden de genetische basis voor deze aanpassingen. Ze analyseerden DNA van 67 in Kameroen levende pygmeeën en dat van 58 mensen van een andere locale stam waarvan de leden gemiddeld 17 centimeter langer worden.

De belangrijkste ontdekking was een strakker afgesteld immuunsysteem. Doordat het lichaam meer energie steekt in afweer, is er minder over voor onderhoud aan cellen, waardoor de pygmeeën sneller verouderen. Ook bleek dat bij de pygmeeën verschillende groeihormonen en signaalstoffen in de hersenen anders zijn afgesteld, waardoor ze eerder stoppen met groeien en sneller vruchtbaar worden. Met al deze noodzakelijke evolutionaire aanpassingen bleef er weinig energie over om in groei te steken. Omdat dit geen nadeel opleverde in het oerwoud, bleven de pygmeeën klein. [3]

Ook Aziatische Negrito's kennen naast hun kleine gestalte een lage levensverwachting, eerdere geslachtsrijpheid en snellere veroudering, en hogere vruchtbaarheid. Het is mogelijk dat hier een soortgelijk evolutionair proces aan ten grondslag ligt.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Paul Julien: Pygmeeën. Vijfentwintig jaar dwergen-onderzoek in equatoriaal Afrika. Scheltens & Giltay, Amsterdam, 1953; 3e druk, Amsterdam: Olympus, 2007, ISBN 978 90 467 0006 8