Pyrolyse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
houtskool

Pyrolyse (Grieks voor uit elkaar halen met vuur) ook wel kraken of (foutief) droge destillatie genoemd, is een proces waarbij materiaal wordt ontleed door het te verhitten zonder dat er zuurstof bij kan komen. Dit in tegenstelling tot verbranding die wel met aanwezigheid en verbruik van zuurstof plaatsvindt.

Pyrolyse kan plaatsvinden bij temperaturen vanaf ongeveer 300 °C. Het treedt bijvoorbeeld op in het midden van een kaarsvlam bij een temperatuur van 800 - 1000 °C. De verbrandingsmethode is oorspronkelijk bedacht door de Universiteit Twente en de afgelopen twee decennia verder ontwikkeld.

Een praktisch gebruik van pyrolyse is het schoonmaakprogramma van sommige moderne ovens dat bij tot wel 518°C alle aangekoekte resten verwijdert.

Pyrolyse als productieproces wordt gebruikt voor het maken van houtskool en cokes (en hun afgeleide producten), en voor het maken van koolstofvezels.

Pyrolyse kan ook toegepast worden voor het omzetten van biomassa in biobrandstof. Op het terrein van AkzoNobel in Overijssel is het bedrijf Empyro begin 2014 gestart met de bouw van een fabriek die van planten- en houtresten een energierijke olie maakt. Deze olie is efficiënter om te zetten in energie dan gewone biomassa. Hoewel het geen volwaardige diesel is, is de olie toch op veel plekken bruikbaar. De fabriek moet eind 2014 operationeel zijn. De geproduceerde olie gaat in totaal 12.000 m3 aardgas vervangen en dat scheelt flink wat CO2 van fossiele verbranding. In Noord Holland wordt door het bedrijf Torrgas nagedacht om groene energie te produceren met een vergassingsinstallatie die biomassa omzet in bruikbaar gas. Ook dit is een vorm van pyrolyse, maar hij verschilt sterk van de Twentse methode.