Qanat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Trappen die afdalen in een qanat (Kashan, Iran).

Een qanat (Arabisch:قناة) of karez (Perzisch:كاريز) is een ondergronds aquaduct. Een systeem dat men al sinds de oudheid, met name in Iran, gebruikt om droge gebieden van water te voorzien, maar deze kanalen zijn ook te vinden in zuidelijk Afghanistan.

De totale lengte van deze ondergrondse wateraders kon oplopen in de tienduizenden kilometers, hoewel vele niet langer dan een kilometer zijn. De qanats zijn gemiddeld negen tot 15 meter diep, maar dit kan oplopen tot 30 meter. Ze zijn van bovenaf te herkennen door de rijen van putten, die zich boven de kanalen bevinden.[1] In de oudheid werd in het Zoroastrisme de aanleg ervan gezien als een heilige daad.

In de Avesta staat (Vd 3:2):

O Maker van de stoffelijke wereld, U Heilige! Wat is de derde plaats waar de Aarde zich het gelukkigst voelt?
Ahura Mazda antwoordde: Het is de plaats waar een van de getrouwen het meest koren, gras en fruit verbouwt, O Spitama Zarathustra! Waar hij droge grond bewatert of grond die te dras is ontwatert

Onder de koningen van het huis van de Achaemeniden werd aan de plattelandsbevolking die water wisten toe te voeren naar droge grond het vruchtgebruik over dat land geschonken tot in de vijfde generatie (Polybius, X 28.). Het is aan dit beleid van de Perzische koningen te danken dat het land van Iran nu nog is doortrokken met ondergrondse kanalen. Zonder dit waterstelsel zou een groot deel van het land niet meer dan een woestenij zijn.

Er bestaan traditionele methodes voor de aanleg van een qanat en meer geavanceerde methodes in de aanleg ervan. Men begint met het onderzoeken van een heuvel, liefst een waarvan het regenwater dat ervan afloopt in de grond schijnt te zinken. Er worden dan proefputten gemaakt om te zien of er onder de grond een natuurlijke ondoorlaatbare laag voor grondwater is die als aquifer kan dienen. Is die er en vangt deze voldoende water op dan kan er aan de aanleg van een zijdelings kanaal worden begonnen met op regelmatige afstanden een put die de qanat met het oppervlak verbindt.

Omdat het watertransport onder de grond plaatsvindt, is het verlies door verdamping gering en kan het water over aanzienlijke afstanden door de woestijn worden gevoerd naar een plek die voor landbouw geschikt is.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (nl) Vogelsang, Willem, Afghanistan: een geschiedenis, Bulaaq (Nederland), Van Halewyck (België), Amsterdam (Nederland), Leuven (België), 2002 ISBN 905460073x.