Qianlong

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Qianlong
1711 – 1799
Portrait of the Qianlong Emperor in Court Dress.jpg
Keizer van China
Periode 1735-1796
Voorganger Yongzheng
Opvolger Jiaqing
Vader Yongzheng
Moeder Xiao Sheng Xian
Qianlong
Naam (taalvarianten)
Traditioneel 乾隆
Vereenvoudigd 乾隆
Hanyu pinyin Qiánlóng
Wade-Giles Ch'ien-lung
Jyutping (Standaardkantonees) kin4 lung4
Mantsjoe Abkai Wehiyehe
Mongools Tengeriin Tetgesen Khaan
Tibetaans lha skyong rgyal po / ཆན་ལུང་། (གོང་མ།)
Standaardkantonees K'ien Long
HK-romanisatie (Standaardkantonees) Kin Lung
Yale (Standaardkantonees) kin4 lung4
Dapenghua K'ien Long

Qianlong (hanzi: 乾隆, Mantsjoe: Aisin-Gioro Hongli) (27 september 1711 - 7 februari 1799) was van 1735 tot 1796 keizer van China. Hij was de zesde Qing keizer en vijfde Mantsjoe keizer die over China regeerde. Daarna zou hij nog zestig jaar op de troon zitten. Deze lange 'Qianlong-periode' staat bekend als de meest succesvolle tijdens de Qing-dynastie. Het was namelijk een periode van grote economische voorspoed. Qianlong was de meest ontwikkelde en belezen keizer.

Jeugd[bewerken]

Hij werd geboren in het 50e regeringsjaar van de keizer Kangxi. Zijn moeder was een concubine die later de titel keizerin Xiao Sheng Xian zou krijgen.

Hongli werd tijdens zijn jeugd niet door zijn biologische moeder opgevoed. Hij werd door bijvrouwen van keizer Kangxi, zijn grootvader, opgevoed. Toch was de relatie tussen Hongli en zijn moeder erg goed. Sommige verhalen beweren dat Hongli van Han Chinese afkomst was. Maar zijn moeder was Mantsjoe en kwam van de Niuhuru stam.

Er wordt beweerd dat Hongli's vader Yongzheng keizer werd omdat Hongli de favoriete kleinzoon van keizer Kangxi zou zijn geweest.[bron?] Toen zijn vader in 1722 keizer werd, werd Hongli een prins van de eerste rang met de titel Bao (寶親王). In 1726 werden enkele van zijn ooms ter dood veroordeeld. Ook zijn oudere halfbroer werd ter dood veroordeeld. Zij zouden geprobeerd hebben Hongli te vermoorden om de opvolgingskans voor Hongshi te vergroten.

Rölpe Dorje was een Tibetaans boeddhistische leraar en kwam in 1724 naar het hof. Hij had spiritueel een grote invloed op de keizer en had het toezicht op een aantal tempels en kloosters in Peking.[1]

Glorieuze regeringsperiode[bewerken]

In 1735 volgde hij zijn vader keizer Yongzheng op 24-jarige leeftijd op. De keizer zelf was buitengewoon actief op allerlei gebied. Als eerste ontsloeg hij een groot deel van keizerlijke familie uit staatsambten, zodat hij de handen vrij had. In 1740 verordonneerde hij een soort volkstelling, waarbij sociale controle tussen buren een sterke rol speelde en de inkomsten op belasting konden worden verhoogd.

Keizer Qianlong was filosoof, dichter, kalligraaf, kunstverzamelaar, en militair. Hij leidde vele succesvolle veldtochten.[2] Op zijn veldtochten veroverde hij grote gebieden en onderwierp hij vele niet-Chinese volken, waarbij hij bijvoorbeeld bijna een miljoen Oirat-Mongolen liet uitmoorden uit wraak voor vermeend verraad van een Oiratische prins. De niet-Chinese volken (Oeigoeren, Kazachen, Kirgiezen, Evenken en Mongolen) waren vaak niet blij met de Chinese overheersing en stonden op zijn zachtst gezegd vijandig tegenover hen.

Zomerpaleis van de keizer in Jehol, aangevangen in 1703

Net als zijn grootvader, keizer Kangxi, bezocht Qianlong vaak het zuiden. Hij heeft in totaal zes inspectiereizen gehouden. Qianlong hield er een extravagante en luxueuze levensstijl op na. Zijn gevolg bestond uit 3.000 personen.

Qianlong schreef ongeveer 40.000 gedichten waarvan de meeste niet heel goed zijn. Schilderijen versierde hij eigenhandig met zijn poëzie. Elk jaar organiseerde hij een omvangrijke theeceremonie. Qianlong was verzot op antiquiteiten; zijn afgunst was berucht. Hij liet heel Peking moderniseren, omdat hem alles te symmetrisch toescheen. Kanalen en wegen werden vernieuwd, maar door corruptie kwam niet altijd tot stand wat de bedoeling was. Gigantische parken en paleizen werden ingericht buiten Peking.

Siku quanshu

Het christendom was in China verboden tijdens de regeringsperiode van zijn voorganger. Toch liet Qianlong christenen toe in de Verboden Stad, zoals Guiseppe Castiglionne en Jean Denis Atiress.

Laatste jaren[bewerken]

Nederlandse Ambassadeur aan het hof van de Keizer Qianlong -- Peking, februari 1795

In 1794-1795 werd Isaac Titsingh benoemd tot Nederlands ambassadeur aan het hof van de keizer van China, in verband met de viering van het zestigjarig regeringsjubileum van keizer Qianlong. Noch de Nederlanders, noch de Chinezen konden geweten hebben dat de ambassade van Titsingh de laatste Europese delegatie was die aan het hof zou verschijnen. Er werden vele jaren geen Europeanen in de keizerlijke hoofdstad meer ontvangen.

De reputatie van het bestuur van de keizer werd overschaduwd door de laatste jaren van zijn bewind, toen zijn geestelijke vermogens het begeven hadden. Er ontstonden toen allerlei problemen en misverstanden aan het hof. Ook werd hij beïnvloed door de corrupte eunuch Heshen. Daarom deed de oude keizer in 1796 formeel afstand van de troon ten gunste van zijn zoon Yong Yan, die de regeringstitel Jiaqing zou nemen. Qianlong deed afstand van de troon omdat hij niet langer wilde regeren dan zijn grootvader, keizer Kangxi. Hij bleef echter tot zijn dood de eigenlijke macht in handen hebben. China was inmiddels op zijn grootst en de bevolking was verdubbeld. Keizer Qianlong stierf in het vierde regeringsjaar van keizer Jiaqing. Na zijn dood werd hij begraven in het Yulingmausoleum in Hebei. Heshen werd vlak na de dood van Qianlong door keizer Jiaqing ter dood veroordeeld.

Harem[bewerken]

De keizer van China door Bernhard Rode

Kinderen[bewerken]

From Album of the Yongzheng Emperor in Costumes, by anonymous court artists, Yongzheng period (1723—35).
  • Prins Yong Huang (1728 - 1750) werd afgewezen als kroonprins vanwege de lage status van zijn moeder, de 'keizerlijke gemalin Zhe Min'.
  • Prins Yong Lian (1730 - 1738) was Qianlong eerste kroonprins. Hij overleed echter reeds drie jaar nadat zijn vader de troon had bestegen.
  • Prins Yong Zhang (1735 - 1760)
  • Prins Yong Cheng (1739 - 1777)
  • Prins Yong Ji (1741 - 1766) was de vijfde zoon van keizer Qianlong en geëerde gemalin Yu.
  • Prins Yong Rong (1744 - 1790)werd geadopteerd door zijn oom prins Yin Xi.
  • Prins Yong Zhong (1746 - 1748) was de tweede kroonprins.
  • Prins Yong Xuan (1746 - 1832)
  • Prins Yong Yan (1760 - 1820) volgde hem op als keizer Jiaqing.
  • Prinses Hejing (1731 - 1792)
  • Prinses Hejia (1745 - 1767)
  • Prinses Hexiao (1775 - 1823) was de jongste dochter van keizer Qianlong. Zij trouwde met de zoon van de corrupte eunuch Heshen.

Literatuur[bewerken]

  • (en) Boxer, C.R. (1965). The Dutch Seaborne Empire 1600-1800. Londen.
  • (en) Guignes, C.-L.-J. de (1808). Voyages à Pékin, Manille et l'Île de France. Parijs.
  • (en) Duyvendak, J.J.L. (1937). "The Last Dutch Embassy to the Chinese Court (1794-1795)." T'oung Pao. 33:1-137.
  • (en) Lequin, F. (2005) Titsingh in China (1794-1796). Leiden.
  • (en) O'Neil, Patricia O. (1995). Missed Opportunities: Late 18th Century Chinese Relations with England and the Netherlands. (Ph.D. verhandeling, Universiteit van Washington).
  • (en) Braam Houckgeest, A.E. van (1797). Voyage de l'ambassade de la Compagnie des Indes Orientales hollandaises vers l'empereur de La Chine, dans les années 1794 et 1795. Philadelphia; (1798). An authentic account of the embassy of the Dutch East-India Company, to the court of the emperor of China, in the years 1794 and 1795. Londen.
  • (en) Chuimei Ho & Bennet Bronson (2004) Splendors of China's Forbidden City "The glorious reign of Emperor Qianlong" ISBN 1-85894-203-9
  • (nl) Kohara, Hironobu (1990) De Verboden Stad: hofcultuur van de Chinese keizers (1644-1911), ISBN 90-6918-065-0
  • (en) Wan Yi, Wang Shuqing, Lu Yanzhen Daily Life in the Forbidden City, ISBN 0-670-81164-5
Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Henss, Michael (27 augustus 2006) biografie, Christopher Buckner Asian Art Gallery
  2. Deze veldtochten kostten echter zeer veel geld en bij zijn dood was de keizerlijke staatskas dan ook zo goed als leeg. Dit kan een van de redenen zijn geweest voor het begin van de neergang van de dynastie, omdat de Chinese heersers bij de westerse invasies onvoldoende geld hadden om nieuwe wapens te ontwikkelen en te produceren om de westerse mogendheden het land uit te zetten.