Qijia-cultuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Qijia-cultuur (24e eeuw v.Chr. - 19e eeuw v.Chr.) was een cultuur in China die opbloeide in de Bronstijd, vooral in de gebieden rond de Gele Rivier, Gansu (het midden van Lanzhou) een het oostelijke gedeelte van Qinghai. De cultuur wordt gezien als één van de eerste bronstijd-culturen. Johan Gunnar Andersson ontdekte het gebied in de buurt van Qijiaping (齊家坪), in 1923.

De cultuur was een sedentaire cultuur, gericht op landbouw en varkenshouderijen. De fokvarkens werden ook gebruikt voor rituelen (offers). De cultuur onderscheidt zich door een aanwezigheid van een aantal gedomesticeerde paarden, en het gebruik van orakelwichelarij. Recente vondsten van metalen messen en bijlen wijzen naar een verband met Siberiaanse and Centraal-Aziatische culturen, voornamelijk de Seima-Turbino-cultuur.[1]

De archeologische opgravingen bij Lajia en Dahezhuang[1] worden ook geassocieerd met de Qijia-cultuur.

Bronnen en referenties[bewerken]

  1. a b Nicola Di Cosmo, The Northern Frontier in Pre-Imperial China//The Cambridge History of Ancient China, p. 901
  • The Cambridge History of Ancient China : From the Origins of Civilization to 221 BC, Edited by Michael Loewe and Edward L. Shaughnessy. ISBN 0-521-47030-7
  • Kwang-chih Chang. The Archaeology of Ancient China, ISBN 0-300-03784-8
  • Liu, Li. The Chinese Neolithic: Trajectories to Early States, ISBN 0-521-81184-8