Qu Xiao-Song

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Qu Xiao-Song (ook: Qu Xiaosong en Xixian Qu) (Mandarijn: 瞿小松; Guiyang provincie (Guizhou), 1952) is een Chinees componist, dirigent en muziekpedagoog.

Levensloop[bewerken]

Qu moest op 14-jarige leeftijd, als de Culturele Revolutie uitbarstte, voor 4 jaar als landarbeider bij Chinese boeren in het ver gelegen Hmong (Meo) gebied werken. Zoals geen andere Chinese componist is Qu van deze ervaring in zijn muzikale en persoonlijke ontwikkeling diep beïnvloed. Even als Béla Bartók was hij niet uitsluitend van de muziek, maar van het algehele leven in deze traditionele gemeenschappen fascineert. Het is de synthese van natuur en cultuur, de respect voor de stilte en de geliefde maximen van het Confucianisme: de onverdeeldheid, de eenvoudigheid en authenticiteit, die Qu in zijn compositorisch denken en scheppen opgenomen heeft.

Op 20-jarige leeftijd leerde hij als autodidact de viool te bespelen. Al 1 jaar later werd hij violist in een Peking opera orkest in zijn geboortestad. In 1978 begon hij zijn muziekstudies aan het Centraal Muziek-Conservatorium (Mandarijn: 请参考校园黄页) te Peking. Qu studeerde bij de bekende Chinese componist Du Mingxin. In 1983 heeft hij afgestudeerd aan dit conservatorium. Tot 1988 heeft hij doceert in compositie aan zijn Alma Mater. In 1989 werd hij door het centrum voor Amerikaans-Chinese kunstuitwisseling van de Columbia-universiteit in New York City uitgenodigd aan deze universiteit met een steun van de "Cultural Council" wetenschappelijk te werken en te doceren. Vervolgens verbleef hij voor 10 jaar in New York. In 1999 is hij naar Shanghai vertrokken en is sindsdien professor in muziek aan het Muziek-Conservatorium van Sjanghai (Mandarijn: 上海音乐学院). Eveneens is hij dirigent van verschillende ensembles aan dit conservatorium. Verder is hij docent en huiscomponist aan het Centraal Muziek-Conservatorium in Peking.

Qu's werken worden sinds jaren in de hele wereld uitgevoerd. Vanwege zijn rustige en geheimzinnige Oostelijke stijl werd hij van Westelijke muziekcritici als stille meester betekend. Het ontstonden een reeks van werken heel uit de geest en de traditie van de Chinese volksmuziek. De cantate Mong Dong (1986), het oratorium Cleaving the Coffin (1987) en het vocaal werk Mist (1991) leggen de basis voor zijn succesrijke opera's: Oedipus (1992-93) en The Death of Oedipus (1993-94). Heel bewust nom Qu de antieke Oedipus-mythes als basis voor het libretto. Hij trachtte erna, deze beroemde stof uit het perspectief van de Boeddhistische gedachten te interpreteren. In 1990 begon hij een werkcyclus, die hij Ji (de stilte) noemt. Tot nu zijn er zeven werken voor verschillende bezettingen ontstaan. De stilte is in dit geval geen rust zoals in de Westelijke muziek, dat wil zeggen de afstand tussen het muzikale gebeuren, maar de stilte is het belangrijkste muzikale gebeuren zelf. De muziek voert de luisteraar er toe, stilte te horen. Stilte is eveneens een klank, een plaats van vergaring, van de meditatie en van het in- en uitademen. Stilte is de mystieke plaats, waar tijd en tijdloosheid meteen versmelten.

Qu kreeg vele opdrachten, bijvoorbeeld van het Holland Festival, Nieuw Ensemble, The Swedish Folkopera, Munich Biennale, American Composers Forum, Great London Arts, Hong Kong Chinese Orchestra, Hong Kong Sinfonietta, Hong Kong Dance Company, City Contemporary Dance Company Hong Kong, Ju Percussion Group (Taiwan), Kunsten Festival of Arts, Festival d’Autumn à Paris, Percussion Group Cincinnati, Cloud Gate Dance Theatre (Taiwan), The Hibiki Hall Festival en Boston Musica Viva.

Composities[bewerken]

Werken voor orkest[bewerken]

Symfonieën[bewerken]

  • 1981 Lente symfonie, voor strijkers en slagwerk
  • 1986 Symfonie nr. 1, voor orkest

Andere werken voor orkest[bewerken]

  • 1982 Mountain Song, voor cello en orkest
  • 1982 The Girl of the Mountain, voor viool en orkest
  • 1983 The Mountain, symfonische suite voor groot orkest
  • 1985 Huang, voor piano en strijkorkest
  • 1996 Fang Yan Kou, voor mannenstem, mannenkoor, 3 slagwerkers en strijkorkest
  • 2005 Lied von der Erde, voor sopraan en orkest
  • 2005 Ling Nan Suite
  • Cello concerto, voor cello en orkest

Werken voor harmonieorkest[bewerken]

  • Concerto, voor slagwerk en harmonieorkest

Oratoria en cantates[bewerken]

  • 1984 Mong Dong, cantate voor bariton solo, piccolo (ook: altfluit), hobo, klarinet 4 slagwerkers, piano, viool, altviool en cello
  • 1987 Cleaving the Coffin, oratorium voor sopraan, 2 tenoren, gemengd koor en orkest - tekst: Gao Xinjian gebaseerd op een legende van Zhuangzi

Muziektheater[bewerken]

Opera's[bewerken]

Voltooid in titel aktes première libretto
1992-1993 Oedipus 2 aktes 1993, Stockholm Claes Fellbom
1993-1994 The Death of Oedipus 1 akte 1994, Amsterdam
1998 Life on a String (Ming jo ch'in-hsüan 命若琴弦) 1 akte 5 november 1998, Brussel, Kunsten Festival Wu Lan en de componist naar het gelijknamige verhaal van Shi Tie-sheng en het thaterstuk vanuit de Yuan tijd "Die unschuldige Dou-e" van Guan Han-qing (1210-1297)
2002-2003 Versuchung (The Test/The temptation) 1 akte 13 mei 2004, München, Carl-Orff-Saal im Gasteig; 20 mei 2004, Berlijn, Hebbel-Theater Berlijn Wu Lan en de componist naar een traditioneel Chinees verhaal

Balletten[bewerken]

Voltooid in titel aktes première libretto choreografie
2001-2005 Cursive: A Trilogy
  1. Cursive I (2001)
  2. Cursive II (2003)
  3. Cursive III "Wild Cursive" (2005)
3 avondvullende balletten december 2001, Taipei, Cloud Gate Dance Theatre of Taiwan Lin Hwai-min

Werken voor koor[bewerken]

  • 1999 Weißt Du, wie der Regen klingt...(Rain), voor gemengd koor en kamerorkest

Vocale muziek[bewerken]

  • 1991 Mist, voor sopraan, bariton soli dwarsfluit, hobo, klarinet, slagwerk, piano, mandoline, gitaar en strijkers - tekst: Cai Wenji
  • Mist 2, voor sopraan solo en 3 slagwerkers - tekst: Cai Wenji
  • Mist 3, voor sopraan solo, dwarsfluit, klarinet, slagwerk, piano, viool, altviool en cello

Kamermuziek[bewerken]

  • 1990 Ji nr. 1, voor dwarsfluit, klarinet, viool, altviool, contrabas, piano en slagwerk
  • 1994 Ji nr. 2, "Floating Clouds", voor kamerensemble (altfluit, klarinet, piano en slagwerk) (ook in een versie voor: Shakuhachi, klarinet, piano en slagwerk)
  • 1995 Ji nr. 4, "Bare Land", voor slagwerk en geluidsband
  • 1995 Ji nr. 5, "Poh Shi (Broken Stone)", voor koto, Sho (muziekinstrument) en strijkkwartet
  • 1997 Ji nr. 7, "motionless water", voor viool solo
  • 2001 Cursive I: A Trilogy, concert voor piano en slagwerkensemble
  • 2003 Cursive II: A Trilogy
  • 2005 Cursive III: A Trilogy "Wild Cursive"
  • Ji nr. 6, "flowing sands", voor Satsuma-biwa en zes spelers
  • Ji gu = (Still valley), voor gemengd septet

Werken voor gitaar[bewerken]

  • 1994 Ji nr. 3, "Silent Mountain", voor gitaar solo (寂 #3 : 空山 : 古箏版 - ook in een versie voor zheng solo)

Werken voor slagwerk[bewerken]

  • 2003 Pan-Gu, voor slagwerk-ensemble
  • Illusion, voor marimba solo
  • Làm môt, voor drie slagwerkers
  • Xi, voor acht slagwerkers
  • Xi, voor zes slagwerkers

Filmmuziek[bewerken]

  • 1985 The Suspect
  • 1985 Horse Thief
  • 1985 Quing chun Ji (Sacrified Youth)
  • 1986 Dao ma zei
  • 1986 The Big Parade
  • 1987 Haizi Wang
  • 1987 Death Visits the Living ("Yi ge shi zhe dui sheng zhe de fang wen")
  • 1987 Born to Defense - Final Fight
  • 1988 Samasara
  • 1991 Pushing Hands
  • 1991 Bian zou bian chang (Life on a string)
  • 1992 Yui shou
  • 1995 De oogst van de stilte

Bibliografie[bewerken]

  • Ilja Stephan: Yuè oder Die Tugend der Klänge. Zu Werken von Chou Wen-Chung, Tan Dun, Qu Xiao-Song, Chen Xiaoyong und Wang Jue, in: Programmheft NDR Sinfonieorchester/Kammerkonzerte, November 2006, S. 4 - 8.
  • Barbara Mittler: Composer Essay Qu Xiaosong, New York: Peer Music Publishers 1999, 15 p.
  • Barbara Mittler: Life on a String--ein Gespräch mit Qu Xiao-song, Öffentliches Interview beim Edinburgh Festival. 29.8.1999
  • Barbara Mittler: Oedipus in China: Qu Xiao-song’s Death of Oedipus (1993/1994) and the Reception of Greek Tragedy in Opera, Workshop am Sinologischen Seminar, in Zusammenarbeit mit dem Seminar für Klassische Philologie Frankfurt. 20.11.1999
  • James L. Limbacher, H. Stephen Wright: Keeping score : film and television music, 1980-1988 (with additional coverage of 1921-1979), Metuchen, N.J.: Scarecrow Press, 1991. 928 p., ISBN 978-0-810-82453-9

Externe link[bewerken]