Quintus Ennius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Quintus Ennius

Quintus Ennius (239-169 v.Chr.) was een Latijns dichter, wel eens "de vader van de Latijnse poëzie" genoemd.

Biografische gegevens[bewerken]

Ennius was afkomstig uit Salento (Zuid-Italië), waar behalve Grieks ook Oskisch werd gesproken. Volgens een getuigenis van Aulus Gellius beheerste hij, naast het Latijn, ook deze beide talen. Door toedoen van Cato de Oudere kwam Ennius in Rome terecht, waar hij Grieks en Latijns onderricht gaf. Na enkele jaren in armoede te hebben geleefd, genoot hij de bescherming van voorname families, zoals de Scipiones, en hij verkreeg het Romeinse burgerrecht in 184. Ennius was de oom van de tragediedichter Pacuvius.

Werken[bewerken]

Ennius schreef zowel dramatiek en didactiek als epiek. Hij vertaalde en bewerkte Griekse tragedies (vooral van Euripides) en schreef filosofisch getinte gedichten. Maar zijn belangrijkste werk was wel een nationaal historisch epos, de Annales (d.i. "Kronieken"), vanaf de oudste tijden van Rome tot het jaar 171 v.Chr. Slechts een 600-tal verzen zijn bewaard gebleven.
Ennius voerde de Latijnse hexameter in. Homerus stond duidelijk model voor zijn epos, en hij beschouwde zichzelf trouwens als een tweede Homerus. Hij heeft bijzonder veel invloed uitgeoefend op de latere Latijnse literatuur en ook in het bijzonder op de Aeneïs van Vergilius, door wiens succes hij uit de vergeethoek was geraakt.
Uit enkele bewaarde fragmenten blijkt dat Ennius de gedurfde effectzoekerij niet schuwde:

  • "O Tite tute Tati tibi tanta tyranne tulisti!"
    "O Titus Tatius, te veel, tiran, heeft uw trots willen tarten..."
  • "Machina multa minax minitatur maxima muros"
    (vrij) "Statige stoeten van sombere stormtorens staan om de stadswal"
  • "At tuba terribili sonitu taratantara dixit."
    "Maar de klaroen liet verschrikkelijk schallend geschetter weerklinken"
  • "Saxo cere- comminuit -brum"
    "Met een steen sloeg hij de hersen- in stukken -pan"

Externe link[bewerken]