Rémi Joseph Isidore Exelmans

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rémi Joseph Isidore Exelmans

Rémi Joseph Isidore graaf Exelmans (Bar-le-Duc, 13 november 1775 - Sèvres (nabij Parijs), 22 juli 1852) was een Frans generaal ten tijde van Napoleon en was maarschalk van Frankrijk.

Leven[bewerken]

Afkomst[bewerken]

De voorouders van Exelmans waren afkomstig van Grote-Brogel in de Belgische provincie Limburg waar zij het Exelmansgoed bewoonden. Het was grootvader Michiel Exelmans die op jonge leeftijd vanuit Sint-Huibrechts-Lille naar Bar-le-Duc trok en er huwde.

Vroege carrière[bewerken]

Exelmans trad in 1791 op 16-jarige leeftijd binnen als vrijwilliger bij het 3de bataljon vrijwilligers van het departement Meuse dat onder bevel stond van de latere maarschalk Oudinot. Hij maakte er vlug carrière als sergeant-majoor en werd in 1793 tot onderluitenant. Exelmans vocht in 1794 mee tijdens de Slag bij Fleurus en schopte het in 1798 tot luitenant. Datzelfde jaar werd hij adjudant van generaal Eblé en het jaar nadien van generaal Broussier.

In de eerste campagne op het Apennijns Schiereiland onderscheidde Exelmans zich en werd als beloning benoemd tot kapitein van de dragonders. Op die manier kwam hij de cavalerie binnen en hij zou ze niet meer verlaten.

Nog in 1799 nam hij met succes deel aan de verovering van het koninkrijk Napels. Hij werd opgemerkt door Joachim Murat, de schoonbroer van Napoleon, en werd in 1801 diens adjudant.

Adjudant van Murat[bewerken]

Exelmans tijdens de Slag bij Wertingen

Gedurende het Eerste Franse Keizerrijk vergezelde Exelmans Murat tijdens diens campagnes tegen de Derde en de Vierde Coalities (keizerrijk Oostenrijk, Pruisen en Polen) tussen 1805 en 1807. Exelmans liet zich opmerken bij de doortocht aan de Donau en in de Slag bij Wertingen. Na de Slag van Austerlitz in 1805 werd hij benoemd tot kolonel en voor zijn aandeel in de overwinning bij de Slag bij Eylau (1807) werd Exelmans benoemd tot brigadegeneraal.

Tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog vergezelde Exelmans Murat naar Spanje waar hij werd gevangengenomen. Hij werd eerst naar Majorca en leter naar Engeland overgebracht. Hij wist echter te ontsnappen en keerde in 1811 met een bark terug over Het Kanaal. Exelmans ging naar het Koninkrijk Napels waarvan Murat ondertussen tot koning was benoemd. Deze benoemde hem tot grootstalmeester van de Cavalerie. Exelmans vervoegde het Franse leger op de vooravond van de veldtocht van Napoleon naar Rusland in 1812 en werd op de vooravond van de Slag bij Borodino benoemd tot divisiegeneraal. Exelmans blesseerde zich later dat jaar in Vilnius waardoor hij zich gedwongen zag een herstelvakantie te nemen te Parijs.

1813-1815[bewerken]

In 1813 vervoegde Exelmans het Franse leger opnieuw in Dresden en nam deel aan de Slag bij Bautzen. Later dat jaar werd Exelmans grootofficier van het Légion d'honneur als beloning voor zijn diensten in de campagne tegen de Zesde Coalitie.

Wanneer de eerste Bourbonrestauratie plaatsvond in 1814, behield Exelmans zijn graad in het leger. Hij was Murat, die nog steeds koning van Napels was trouw gebleven. In datzelfde jaar werd Exelmans beschuldigd van compromitterende activiteiten tijdens de jaren dat hij in dienst was van Murat. Exelmans werd onder huisarrest geplaatst in Bar-le-Duc maar hij vluchtte naar Rijsel waar hij zich aanmeldde. Uiteindelijk werd Exelmans hiervan vrijgesproken.

Tijdens de Honderd Dagen van 1815 na de vlucht van Napoleon uit Elba, werd Exelmans, die in 1808 reeds tot baron de l'Empire] en in 1813 tot comte de l'Empire was benoemd, pair van Frankrijk en had hij het bevel over het 2de Cavaleriekorps gedurende de Waterloo Campagne. Op 16 juni 1815 vocht Exelmans onder leiding van maarschalk Grouchy mee in de Slag bij Ligny en had hij een belangrijk aandeel in de overwinning. Twee dagen later nam Exelmans deel aan in de Slag bij Waver die eveneens gewonnen werd. Grouchy negeerde hierbij het advies van Exelmans en vooral van Gérard om de keizerlijke troepen in de Slag van Waterloo zo vlug mogelijk te vervoegen. De troepen werden echter zodanig opgehouden te Waver dat ze niet meer konden deelnemen aan de Slag bij Waterloo die dezelfde dag werd uitgevochten.

Exelmans had de eer de allerlaatste Franse overwinning op te kunnen eisen toen hij op 1 juli bij de slotgevechten in de buurt van Parijs tijdens de Slag bij Rocquencourt nog een Pruisisch huzarenregiment kon verschalken en vernietigen.

Na 1815[bewerken]

Na de definitieve Bourbonrestauratie werd Exelmans verbannen en hij in ballingschap te leven in het Brusselse en in het hertogdom Nassau. In 1819 kreeg Exelmans eerherstel en keerde naar Frankrijk terug.

In 1828 werd hij benoemd tot inspecteur-generaal van de cavalerie en na de Julirevolutie van 1830 kreeg Exelmans van koning Lodewijk Filips I het Grootkruis van het Légion d'honneur. In 1831 werd hij terug pair van Frankrijk. In het Huis der Pairs schuwde hij zich niet om zijn trouw aan Napoleons familie uit te drukken. In 1834 noemde hij de executie van maarschalk Ney zelfs een verschrikkelijke moord.

Bij de Februarirevolutie van 1848 was Exelmans een van de voorstanders van Lodewijk Napoleon Bonaparte. Als erkenning voor zijn lange en briljante militaire carrière werd Exelmans in 1851 benoemd tot maarschalk van Frankrijk. Exelmans werd een veel geraadpleegde adviseur van Lodewijk Napoleon. Het jaar daarop stierf hij door een val van zijn paard.

Privé[bewerken]

In 1808 huwde Exelmans met de uit Bayonne afkomstige Amélie Marie Josèphe de Lacroix de Ravignan. Zij kregen in totaal acht kinderen. Het derde kind Joseph Maurice Exelmans, geboren in 1816 tijdens hun verblijf in ballingschap in Elsene, trad in de voetsporen van zijn vader en zou het tot admiraal brengen.

Erkenning na zijn dood[bewerken]

In Parijs is een van de ringlanen rond de stad gelegen in het 16de arrondissement naar hem vernoemd. Ook het nabijgelegen metrostation is naar hem vernoemd.

In zijn geboortestad Bar-le-Duc staat een standbeeld van Exelmans terwijl in Nancy nog een straat naar hem vernoemd is.