Raymond Westerling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf R. Westerling)
Ga naar: navigatie, zoeken
Raymond Westerling
Raymond Westerling in 1948
Raymond Westerling in 1948
Bijnaam de Turk
Geboren 31 augustus 1919
Istanboel
Overleden 26 november 1987
Purmerend
Land/partij Vlag van Nederland Nederland
Onderdeel Korps Speciale Troepen
Dienstjaren 1941-1949
Rang Nl-landmacht-kapitein ritmeester.svg kapitein
Eenheid Infanterie
Slagen/oorlogen Politionele Acties
Portaal  Portaalicoon   KNIL

Raymond Pierre Paul Westerling (Istanboel, 31 augustus 1919Purmerend, 26 november 1987), bijgenaamd de Turk was de commandant van de Speciale Troepen in de jaren 1946-1948 van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Hij voerde zuiveringsacties op Zuid-Celebes (Sulawesi Selatan) uit en pleegde een mislukte coup, kort na de soevereiniteitsoverdracht, gericht tegen het bewind van Soekarno. Beide acties maakten hem een van de meest omstreden figuren uit de Nederlandse krijgsgeschiedenis.

Jeugd in Istanboel[bewerken]

Westerling werd in 1919 in Istanboel geboren als zoon van een Nederlandse handelaar in antiek en zijn Griekse echtgenote. Hij groeide op in de welvarende wijk Pera, waar de familie van zijn vaderszijde al drie generaties woonachtig was. In deze kosmopolitische omgeving had hij een aantal talen vloeiend leren spreken. Naast het Turks, sprak Westerling Frans en Grieks. Nederlands sprak hij daarentegen nauwelijks. Zijn Turkse achtergrond leverde hem in Nederlands-Indië niet alleen zijn bijnaam 'De Turk' op, maar zou ook, samen met het gerucht dat hij zou zijn overgegaan tot de islam, bijdragen aan het ontzag dat zijn Indonesische tegenstanders voor hem hadden.[1]

Opleiding tot commando[bewerken]

Op 22-jarige leeftijd, in 1941, meldde Westerling zich aan bij het Nederlandse consulaat in Istanboel als vrijwilliger voor de geallieerden. Via diverse omzwervingen kwam Raymond Westerling in Engeland terecht. Hij werd ingelijfd bij de Prinses Irene Brigade in Wolverhampton, maar het garnizoensleven beviel hem allerminst. Daarom gaf Westerling zich op voor de commando-opleiding, die hij met succes doorliep. Al snel werd Westerling bevorderd tot sergeant-instructeur en werd hij belast met de opleiding in "Silent Killing", "Unarmed Combat" en "Toughness Training". In 1944 volgde zijn benoeming tot sergeant voor speciale diensten en werd hij ter beschikking gesteld van het Bureau Bijzondere Opdrachten, een organisatie die agenten opleidde voor geheime acties in bezet Nederland. Tot zijn grote teleurstelling werd Westerling echter niet ingezet, in plaats daarvan werd hij aangesteld als instructeur van de Nederlandse oorlogsvrijwilligers in bevrijd gebied. Op 10 maart 1945 raakte hij zwaargewond door een Duitse aanval met een V-1.

Inzet op Sumatra[bewerken]

Toen de oorlog in Europa ten einde was, trad Raymond Westerling in dienst van het KNIL. Na een tussenstop in Ceylon werd hij uitgezonden naar Medan op Sumatra in Nederlands-Indië. Zijn opdracht was om het herstel van het Nederlandse gezag daar voor te bereiden en Nederlandse krijgsgevangen en burger-geïnterneerden op te sporen. Formeel stond Westerling hier onder Brits bevel, maar hij ging vooral zijn eigen weg. Hierbij viel hij op door zijn gevoel voor het inlichtingenwerk, waarmee hij de basis legde voor enkele belangrijke successen van de Britse troepen. Ook verwierf hij een reputatie van meedogenloosheid en hardhandigheid, die de meest betrokkenen legitimeerden door te verwijzen naar de brute methoden van de tegenpartij.[2]

Contra-guerrilla op Zuid-Celebes[bewerken]

In juli 1946 kreeg Westerling als tweede luitenant het commando over het Depot Speciale Troepen (DST), een in de contra-guerrilla gespecialiseerde eenheid, die voornamelijk werd gevormd door Indo-Europese en inheemse militairen van het KNIL en Oorlogsvrijwilligers uit Nederland. Westerling kreeg de opdracht om naar het roerige Zuid-Celebes af te reizen. Het eiland was onder meer in de greep van een bloedige opstand tegen het Nederlandse bestuur waarbij de openbare orde verloren ging en Indo-Europeanen en Chinezen vermoord werden, terwijl criminele bendes voor totale anarchie zorgden.[3]

De Nederlandse legerleiding gaf Raymond Westerling een carte blanche om de opstand neer te slaan. Hij was geen verantwoording schuldig aan de militaire autoriteiten ter plaatse en kon zelfstandig te werk gaan. Westerling paste op Zuid-Celebes zijn eigen methode van contraterreur, de methode-Westerling, toe waarin een belangrijke plaats was ingeruimd voor standrechtelijke executies. Om het vertrouwen van de bevolking te kunnen winnen en levens van de burgerbevolking te sparen, was het in zijn ogen noodzakelijk haar “demonstratief een harder optreden dan [...] van de terroristen voor te leggen”. De acties verliepen volgens een vast patroon.

Verdachte kampongs werden ‘s nachts omsingeld. Bij het aanbreken van de dag werden de bewoners gedwongen om hun huizen te verlaten en zich op een open terrein in de nabijheid van de kampong te verzamelen. Personen, die verzet boden, werden onmiddellijk gedood. Na aankomst op de verzamelplaats scheidden de soldaten van het DST de mannen van de vrouwen en kinderen. Van terrorisme verdachte personen werden uit de menigte gehaald, veroordeeld en zonder vorm van proces geëxecuteerd. Na de terechtstellingen moest de bevolking een eed afleggen op de koran en zweren dat ze het terrorisme uit haar midden zou bannen. Tenslotte wees Westerling een nieuw politieapparaat en kampongbestuur aan dat verantwoordelijk werd gesteld voor de ordehandhaving.

De zuiveringsacties, die de geschiedenis in zou gaan als de ‘Zuid-Celebes-affaire’, duurden van 10 december 1946 tot 21 februari 1947. Westerling slaagde er met zijn drastische aanpak in het verzet op Zuid-Celebes uit te schakelen en de openbare orde te herstellen. Volgens de Indonesische autoriteiten kwamen door het optreden van Westerling 40.000 mensen om het leven. De meest gangbare schattingen, afkomstig van de Nederlandse historici Willem IJzereef en Jaap de Moor, spreken van ongeveer 1500 doden.[4] Het Indonesische verzet was verantwoordelijk voor nog eens ongeveer 1500 doden, terwijl door het KNIL, pro-Nederlandse strijdgroepen en de kampongpolitie nabij de 2400 mensen werden omgebracht.[4]

Vertrek zonder onderscheiding[bewerken]

De Nederlandse legerleiding achtte Raymond Westerling door de aanhoudende negatieve publiciteit over zijn optreden op Zuid-Celebes niet langer geschikt voor zijn taak als commandant. Op 16 november 1948 droeg Westerling het commando van zijn eenheid over aan luitenant-kolonel Van Beek, die de opdracht kreeg de Speciale Troepen om te vormen tot een eenheid geschikt voor de luchtlandingsacties op Djokja.

Hoewel Westerling verschillende malen werd voorgedragen voor een onderscheiding, werd hem die niet verleend. In augustus 1948 vroeg zijn toenmalige adjudant Henk Ulrici in een open brief aan prins Bernhard aandacht voor het feit dat Westerling nog altijd geen onderscheiding had ontvangen, terwijl het "zo’n zeldzaam moedig, flink en knap commandant was". Bernhard informeerde nog dezelfde maand bij de legercommandant Simon Spoor of Westerling al dan niet een onderscheiding zou worden verleend. Generaal Spoor liet de prins weten dat hij zich zou inspannen voor een onderscheiding. Maar hier voelde men echter in Den Haag niets voor. Toen het vertrek van Westerling bij de Speciale Troepen al vast stond ondernam kolonel Reemer nog een laatste poging. Hij stelde voor om Westerling een Militaire Willemsorde te geven voor zijn werk op Sumatra, Celebes en Java. Ook Reemers verzoek werd afgewezen. Uiteindelijk kreeg Westerling op 14 januari 1949 bij zijn demobilisatie slechts een bijzondere tevredenheidsbetuiging.

Staatsgreep tegen Soekarno[bewerken]

Raymond Westerling vestigde zich na zijn vertrek uit het leger in West-Java, trouwde en zette een transportbedrijf op in de omgeving van de Puntjak pas. Zijn rol was echter allerminst uitgespeeld. In het geheim richtte hij een legermacht op onder de naam APRA (Angketan Perang Ratu Adil: "Legioen van de Rechtvaardige Vorst"). Kort na de soevereiniteitsoverdracht stuurde Westerling een ultimatum aan de Indonesische regering. Hij eiste waarborgen voor de handhaving van de autonomie van de deelstaat van Pasundan en erkenning van zijn strijdmacht. Toen toezeggingen uitbleven, besloot Raymond Westerling een greep naar de macht te doen.

Nuvola single chevron right.svg Zie APRA staatsgreep van kapitein Westerling voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de nacht van 22 op 23 januari 1950 viel de APRA Bandoeng aan. Ook enkele honderden gedeserteerde KNIL-militairen namen aan de aanval deel. Het doel van de staatsgreep was om het Indonesische leger uit te schakelen, de regering van president Soekarno omver te werpen en te vervangen door een nieuwe regering, die het bestaan van de deelstaten zou respecteren. Westerlings volgelingen wisten Bandoeng in te nemen, waarbij aan de zijde van het Indonesische leger ongeveer 100 doden vielen, maar daar bleef het bij. Door een slechte planning en het zich afzijdig houden van Nederlandse officieren, die Westerling hun steun hadden toegezegd, ging de staatsgreep als een nachtkaars uit. Raymond Westerling wist, geholpen door Nederlandse militairen, met een watervliegtuig naar Singapore te ontsnappen.

Leven in Nederland[bewerken]

Na langdurige omzwervingen, waarbij voortdurend uitlevering aan Indonesië dreigde, kwam Westerling uiteindelijk in Nederland aan. Daar leidde hij, afgezien van een mislukte carrière als operazanger, een betrekkelijk onopvallend leven. Hij publiceerde in 1952 zijn memoires en voorzag in de jaren tachtig in zijn levensonderhoud als handelaar in tweedehands boeken. Raymond Westerling overleed op 26 november 1987, op 68-jarige leeftijd, in zijn woonplaats Purmerend aan een hartstilstand.

Beschuldigingen van oorlogsmisdaden[bewerken]

Westerlings leven in Nederland stond in het teken van beschuldigingen van oorlogsmisdaden. De aandacht voor zijn persoon werd alleen levend gehouden door de regelmatig terugkerende discussie over zijn optreden op Zuid-Celebes. Westerling heeft zijn zuiveringsacties altijd verdedigd. Dat hij, als hij het nodig vond, meedogenloos te werk ging, heeft hij nooit tegengesproken. In interviews ontkende hij echter zich schuldig te hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden. “Het invoeren van het standrecht op Zuid-Celebes was het gevolg van een zuiver menselijke redenering, alhoewel het voor veel mensen een beestachtige daad was. Maar ga je dieper op de redenering in waarom ik gedwongen was dat te doen – ik heb mezelf opzij gezet, ik heb de krijgsraad geriskeerd en de publieke opinie – dan is het de enige manier om met een minimum aan bloedvergieten de rust en orde te herstellen op Celebes.”

Volgens de Indonesische ex-kolonel en militair historicus Prof. Mr. Natzir Said kan Westerling niet zonder meer als een oorlogsmisdadiger worden bestempeld. “Iedere militair weet: onder een Staat van Oorlog worden mensen ter plaatse doodgeschoten. Dat is normaal. Standrechtelijke executies werden niet alleen door Westerling uitgevoerd, maar ook aan onze zijde. Heel wat spionnen van de Nederlanders zijn door ons doodgeschoten na een onderzoek ter plaatse. We omsingelden dan zo’n desa en als die mensen zeiden: ‘Hij is een mata-mate, spion van het KNIL….naar de boom!'"[3]

Onderzoek door de Nederlandse regering[bewerken]

Het optreden van Westerling werd in opdracht van de Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië onderzocht door de commissie Enthoven, die hun rapport Enthoven in 1948 aanboden aan het kabinet Drees. Het werd niet openbaar gemaakt en er werd niets mee gedaan.

Na een schokkende publicatie in 1949 in de Groene Amsterdammer over Nederlandse oorlogsmisdaden op Java werd de commissie Van Rij en Stam ingesteld, die gebruik maakten van het rapport Enthoven. Hun rapport werd in 1954 ingediend bij de ministers Donker (Justitie) en Staf (Oorlog) van het derde kabinet Drees. Van Rij en Stam concludeerden onder meer: 'Zowel de Luitenant-Gouverneur-Generaal, als het Militair Gezag, als ook in zijn adviezen de heer Procureur-Generaal bleven in gebreke'. Bij een eventuele gerechtelijke vervolging van de plegers van geweldsdelicten zou 'de gehele achtergrond ter sprake moeten komen en alle verantwoordelijkheden zullen moeten worden nagegaan'.

Eind jaren zestig liet de Nederlandse regering naar aanleiding van onthullingen van de psycholoog Joop Hueting door historici onder leiding van Cees Fasseur archiefonderzoek verrichten naar de excessen die door de Nederlandse troepen in Indonesië gepleegd waren: dit leidde in juni 1969 tot de publicatie van de Excessennota.[5]

Hernieuwde belangstelling[bewerken]

De laatste jaren staat Raymond Westerling hernieuwd in de belangstelling. De Stichting Comité Nederlandse Ereschulden ijvert er voor dat de nabestaanden van slachtoffers van de zuiveringsacties op Zuid-Celebes schadevergoeding en erkenning van Nederland krijgen. Regisseur Martin Koolhoven maakt een film over de gebeurtenissen op Zuid-Celebes, terwijl historicus Fredrik Willems aan een biografie over Westerling werkt. Ook een in 1969 opgenomen interview van journalist Joop Buddinghausen met Raymond Westerling is op 14 augustus 2012 alsnog uitgezonden. Westerling erkende in het interview dat er onder zijn verantwoordelijkheid oorlogsmisdaden waren gepleegd in Nederlands-Indië.[6][7] In het interview zei hij: Ik ben verantwoordelijk en niet de troepen die onder mijn bevelen hebben gestaan. Ik neem de daden persoonlijk voor mijn rekening. Hij zei verder: Ik sta pal achter mijn daden, met dien verstande dat men een onderscheid dient te maken tussen oorlogsmisdaden en strenge maatregelen, consequent en rechtvaardig onder zeer moeilijke omstandigheden. Hij voegde eraan toe dat het verborgen sadisme in mensen in oorlogsomstandigheden veel sneller tot ontplooiing kan komen dan in normale situaties.[7] Eind juli 2014 bepaalde de Raad van State in een rechtszaak die een historicus had aangespannen dat het ongeloofwaardig is dat de inlichtingendienst AIVD maar over één document beschikt over de mislukte staatsgreep tegen de Indonesische president in 1950. Toen de historicus de minister van Binnenlandse Zaken vroeg om documenten, kreeg hij te horen dat bij de AIVD één document was gevonden dat hij kon inzien. Het document beslaat elf pagina's. De Raad van State zegt nu dat in het archief meer stukken te vinden moeten zijn. Mogelijk zijn ze opgeborgen onder een andere titel dan 'de staatsgreep tegen Soekarno in 1950'.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Nederlands[bewerken]

Indonesisch[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • H.W. van den Doel, Afscheid van Indië – de val van het Nederlandse imperium in Azië, Amsterdam 2000
  • J.A.A. van Doorn en W.J. Hendrix, Ontsporing van Geweld – het Nederlands/Indonesisch conflict, Dieren 1983
  • Jong, L. de, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 12, Sdu, 's-Gravenhage, 1988
  • R. Meijer, Oost-Indisch doof – het Nederlandse debat over de dekolonisatie van Indonesië, Amsterdam 1995
  • Moor, J.A. de, Westerlings Oorlog, Indonesië 1945-1950, Balans, 1999
  • Venner, D., Westerling, de eenling, Uitgeverij Spoor, Amsterdam, 1982; vertaald uit het Frans: Westerling: guérilla story, Uitgeverij Hachette, reeks « Les Grands avonturiers », Parijs, 1977
  • Excessennota (Den Haag, 1969), heruitgegeven in 1995, ingeleid door prof. dr. Jan Bank
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Moor, J.A. de, op. cit., p. 159-161
  2. Moor, J.A. de, op. cit., p. 126
  3. a b Wordpress.com: Biografie Westerling
  4. a b IJzereef, Willem (1984). De Zuid-Celebes Affaire: Kapitein Westerling en de standrechtelijke executies. Dieren: De Bataafse Leeuw. ISBN 9789067070300
  5. Geschiedenis24.nl: De Excessennota
  6. Tv-interview Westerling opgedoken, NOS.nl, 14 augustus 2012
  7. a b Westerling geeft in tv-interview wandaden op Zuid-Celebes toe, de Volkskrant, 14 augustus 2012