RSC Anderlecht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor het vrouwenelftal van de club, zie RSC Anderlecht (vrouwen). Voor het gelijknamige raceteam, zie RSC Anderlecht (Superleague Formula).
RSC Anderlecht
Competitiester.svgCompetitiester.svgCompetitiester.svg
3564constantVandenStockStadium.jpg
Naam Royal Sporting Club Anderlecht
Bijnaam Paarswit, les Mauves
Stamnummer 35
Opgericht 1908
Plaats Anderlecht, Brussel
Stadion Constant Vanden
Stockstadion
Capaciteit 21.500[1]
Voorzitter Vlag van België Roger Vanden Stock
Manager Vlag van België Herman Van Holsbeeck
Trainer Vlag van Albanië Besnik Hasi
Assistent Vlag van België Geert Emmerechts
(Hoofd)sponsor BNP Paribas Fortis[2]
Competitie Eerste Klasse
Teamkleuren Teamkleuren Teamkleuren
Teamkleuren
Teamkleuren
Thuiskleuren
Teamkleuren Teamkleuren Teamkleuren
Teamkleuren
Teamkleuren
Uitkleuren
geldig voor 2014-2015[3]
Icoontje huidige resultaten 2014/15
Icoontje historische resultaten 2013/14
Portaal  Portaalicoon   Voetbal

Royal Sporting Club Anderlecht (of simpelweg Anderlecht) is een Belgische voetbalclub uit Brussel, meer bepaald uit de Brusselse gemeente Anderlecht. De club werd opgericht op 29 mei 1908, en is bij de Voetbalbond aangesloten met stamnummer 35. Deze Belgische ploeg heeft paars-wit als clubkleuren. Anderlecht speelt sinds 1935 onafgebroken in de Eerste Klasse en won sindsdien al 33 keer de landstitel, negen keer de Beker van België en tien keer de Belgische Supercup. Het won ook vijf Europese bekers: twee keer de Europacup II, twee keer de UEFA Super Cup en één keer de UEFA Cup. Anderlecht vormt samen met Club Brugge en Standard de traditionele grote drie van België.

De huidige voorzitter is Roger Vanden Stock. Erevoorzitter was tot april 2008 zijn vader Constant Vanden Stock. Het stadion van de club, het Constant Vanden Stockstadion, is tevens naar hem vernoemd. Sinds 2010 is de hoofdsponsor van Anderlecht BNP Paribas Fortis.

Geschiedenis[bewerken]

Beelden van de vriendschappelijke wedstrijd tussen PSV - Anderlecht (april 1958). De wedstrijd werd georganiseerd om de stadionverlichting van PSV in te huldigen.
Anderlecht in 1967 voor een vriendschappelijk duel tegen Ajax.
Anderlecht in 1967 voor een vriendschappelijk duel tegen Ajax.
Arie Haan speelde van 1975 tot 1981 voor Anderlecht. Later werd hij ook coach van paars-wit.
Arie Haan speelde van 1975 tot 1981 voor Anderlecht. Later werd hij ook coach van paars-wit.
Ludo Coeck (links) en zijn doelman Jacky Munaron in 1978.
Ludo Coeck (links) en zijn doelman Jacky Munaron in 1978.
Affiche van Anderlecht - Aston Villa uit 1982.
Affiche van Anderlecht - Aston Villa uit 1982.
[[Bestand:|210px|Anderlecht won in 1983 de UEFA Cup.]]
Anderlecht won in 1983 de UEFA Cup.
Aad de Mos behaalde als coach van Anderlecht in 1990 de finale van Europacup II. Het is tot heden de laatste Europese finale uit de geschiedenis van de club.
Aad de Mos behaalde als coach van Anderlecht in 1990 de finale van Europacup II. Het is tot heden de laatste Europese finale uit de geschiedenis van de club.
John van Loen speelde één seizoen voor Anderlecht en kreeg omwille van zijn houterige speelstijl de spotnaam Lantaarnpaal.
John van Loen speelde één seizoen voor Anderlecht en kreeg omwille van zijn houterige speelstijl de spotnaam Lantaarnpaal.
Jan Koller was begin 21e eeuw één van de uitblinkers bij paars-wit. Hij won in 2000 de Gouden Schoen.
Jan Koller was begin 21e eeuw één van de uitblinkers bij paars-wit. Hij won in 2000 de Gouden Schoen.
Supporters rollen spandoeken uit in het Constant Vanden Stockstadion.
Supporters rollen spandoeken uit in het Constant Vanden Stockstadion.
Vincent Kompany speelde bij de jeugd van Anderlecht en brak op 17-jarige leeftijd door in het eerste elftal.
Vincent Kompany speelde bij de jeugd van Anderlecht en brak op 17-jarige leeftijd door in het eerste elftal.
Nicolas Pareja was één van de vele Argentijnse spelers die vanaf 2006 naar Anderlecht verhuisden.
Nicolas Pareja was één van de vele Argentijnse spelers die vanaf 2006 naar Anderlecht verhuisden.
Anderlecht tegen Girondins de Bordeaux in de tweede ronde van UEFA Cup tijdens het seizoen 2007/08.
Anderlecht tegen Girondins de Bordeaux in de tweede ronde van UEFA Cup tijdens het seizoen 2007/08.
Van 2009 tot 2011 was Olivier Deschacht aanvoerder van het eerste elftal.
Van 2009 tot 2011 was Olivier Deschacht aanvoerder van het eerste elftal.
Mbark Boussoufa won als speler van Anderlecht twee keer de Gouden Schoen. Zijn vertrek kostte Anderlecht volgens velen in 2011 de titel.
Mbark Boussoufa won als speler van Anderlecht twee keer de Gouden Schoen. Zijn vertrek kostte Anderlecht volgens velen in 2011 de titel.

1908 - 1935: Van de oprichting tot de definitieve promotie naar de eredivisie.[bewerken]

Oprichting[bewerken]

In mei 1908 dook het plan om in Anderlecht een voetbalclub op te richten voor het eerst op. Charles Roos, Henri Roos, Maurice Kelchtermans, Anatole De Cuyper, Camille De Cuyper, Antoine Suys, Emile Suys, Emile Dietens, Pierre Dietens, Michel Hames, Leopold Hames, Albert Van Roye, Paul Arnold, Paul Trion, Edgard Debock, Jean Schneider, Gaston Versé en Guillaume Vandenhoof besproken het idee in café Concordia. De aanleiding voor de oprichting van een nieuwe club was de zege van Léopold Football Club, een club uit de buurgemeente Ukkel, tegen het Engelse Queen's Park Rangers.

Enkele weken nadien, op 27 mei 1908, werd Sporting Club Anderlecht opgericht. Vervolgens verzamelden de Anderlechtse jongeren geld in om een bal en truitjes te kunnen kopen. Het inschrijvingsgeld bedroeg in die dagen 3,00 BEF per trimester. Het eerste veld werd gekozen door mede-oprichter Charles Roos en bevond zich in de wijk Scheut. Roos werd ook verkozen tot eerste voorzitter, terwijl Michel Hames de eerste secretaris van de club werd.

De clubkleuren werden paars en wit, want dat waren de kleuren van de bloemen die de koets van Koning Elisabeth, die toen aan de gemeente een bezoek bracht, sierden. De eerste outfits bestonden uit een witte broek en een paars-witte trui.

Stamnummer 35[bewerken]

Enkele dagen na de oprichting van de club begon Anderlecht aan zijn eerste wedstrijden. Het ging om louter vriendschappelijke wedstrijden tegen andere clubs uit de regio. Het succes van die wedstrijden zette het bestuur er een jaar later toe aan om de club aan te sluiten bij de Union Belge des Sociétés de Sports Athlétiques (UBSSA), een Belgische sportbond die later opsplitste in onder meer de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB). Anderlecht sloot zich op 8 april 1909 aan bij de bond en kreeg stamnummer 35.

De club ging van start in 3e Gewestelijke Brabant, een provinciale reeks. In geen tijd groeide het aantal spelers van Anderlecht. Heel wat voetballers van Union Sint-Gillis stapten in die periode over naar Anderlecht, dat ook een eerste jeugdploeg oprichtte. De groei van de club werd verder gestimuleerd door Emile Versé, vader van mede-oprichter Gaston Versé. Hij investeerde in de begindagen 10.000 BEF en liet de club verhuizen naar het voetbalterrein in de Verheydenstraat (die nu de Demosthenesstraat heet). De prijs van een toegangskaart varieerde toen tussen 10 en 12,5 cent. Een thuiswedstrijd werd bijgewoond door ±2500 supporters. Op 9 september 1909 speelde Anderlecht zijn eerste officiële wedstrijd. Het verloor toen met 1-0 van Merlo. Anderlecht eindigde dat seizoen als derde in de competitie, maar mocht wegens goede prestaties toch promoveren van de voetbalbond. In 1911 werd Charles Roos als voorzitter opgevolgd door Theo Verbeeck.

Nationale reeksen[bewerken]

In 1913 maakte Anderlecht, na een succesvolle eindronde, de overstap naar de nationale reeksen. De club promoveerde naar de Eerste Afdeling, de huidige Tweede Klasse. Het eerste seizoen in de Eerste Afdeling sloot Anderlecht af als vierde én met winst. Voor het eerst hield de club na afloop van een seizoen geld over. De winst bedroeg 709,47 BEF.

Een jaar later brak de Eerste Wereldoorlog uit en werden meer dan dertig leden van de club opgeroepen om mee te strijden. Vijftien spelers verloren tijdens de oorlog het leven. Er vond geen officiële competitie plaats tijdens de oorlog, maar er werd wel een noodcompetitie georganiseerd. Daarin werd Anderlecht tweede. Pas in 1919 werd er opnieuw een officiële competitie in het leven geroepen. Anderlecht vertoefde net als voor de oorlog nog steeds in de Eerste Afdeling, maar was wel van terrein veranderd. Voortaan werkte de club zijn wedstrijden af in het Meirpark (dat later veranderde in het Astridpark). De verandering van locatie werd gesteund door het gemeentebestuur, dat 7.000 BEF investeerde in een nieuw stadion. Het Emile Verséstadion werd genoemd naar de vroegere geldschieter van de club.

In 1921 dwong Anderlecht voor het eerst de promotie naar de Ere Afdeling af. Ondanks de aanwezigheid van goaltjesdief Ferdinand "Cassis" Adams en de talentrijke doelman Jean Caudron kon Anderlecht het niet langer dan twee seizoenen volhouden op het hoogste niveau. De club zakte in 1923 terug naar de Eerste Afdeling, waar het meteen weer kampioen speelde. Anderlecht was in die dagen een liftploeg die voortdurend afwisselde tussen de Ere en Eerste Afdeling. Enkele spelers werden toen ook voor de eerste keer geselecteerd voor de nationale ploeg van België.

Exact tien jaar na de eerste promotie degradeerde Anderlecht opnieuw terug naar de Eerste Afdeling. Deze keer duurde het verblijf in de op één na hoogste voetbaldivisie van het land vier jaar. Anderlecht sloot het seizoen 1934/35 af als kampioen en promoveerde zo voor de laatste keer naar de Ere Afdeling. Gewezen toppers als Cassis Adams en Caudron waren niet meer van de partij, zij hadden plaatsgemaakt voor nieuwe spelers als Arnould Deraeymaeker, Constant Vanden Stock en Albert Mettens.

1935 - 1945[bewerken]

Aansluiting bij de top[bewerken]

Onder het goedkeurend oog van voorzitter Theo Roos kon Anderlecht zich goed handhaven in de Ere Afdeling. De club veranderde van een staartploeg in een stevige middenmoter onder impuls van de Ierse coach Ernest Smith. Begin jaren 40 zocht Anderlecht zelfs aansluiting bij de top, die toen bestond uit Antwerpse clubs als Antwerp, Lierse, Beerschot en Brusselse clubs als Union en Daring Club de Bruxelles. De ommekeer kwam er in 1942 met de transfer van Jef Mermans. Anderlecht plukte de aanvaller voor een recordbedrag van 100.000 BEF weg bij Tubantia Borgerhout. Het was een transfer die de club zich niet beklaagde. Mermans werd de topschutter van de ploeg en loodste Anderlecht in 1944 naar de tweede plaats achter toenmalig landskampioen Antwerp.

Trainer Smith keerde na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog terug naar zijn geboorteland. Bovendien werd in het seizoen 1944/45, net als in 1939/40, de competitie onderbroken. Door de oorlog kon er niet in normale omstandigheden gevoetbald worden. Sportief gezien een jammere zaak voor paars-wit, want de club stond aan de leiding toen de competitie in 1945 werd afgelast.

1945 - 1960[bewerken]

Eerste landstitels[bewerken]

Na de Tweede Wereldoorlog werd de Belgische competitie opnieuw opgestart. Anderlecht veroverde de derde plaats en werd een jaar later voor de eerste keer in de geschiedenis van de club landskampioen. Paars-wit sloot het seizoen 1946/47 bovendien af met 112 gescoorde doelpunten, een absoluut record. Het team rekende in die dagen op sterkhouders als Mermans, die dat jaar ook voor het eerst topschutter werd in de Belgische competitie, doelman Henri Meert en aanvaller Hippolyte Van den Bosch, en werd geleid door de onbekende Franse trainer Georges Périno. De Fransman werd later opgevolgd door Smith, die na de oorlog was teruggekeerd naar België. Hij veroverde met Anderlecht een tweede en derde landstitel, maar moest dan plaatsmaken voor de Engelse trainer Bill Gormlie, die toen ook bondscoach van België was.

Gormlie vond in 1950 de weg naar het Astridpark, een jaar voor voorzitter Theo Verbeeck overleed en werd opgevolgd door Albert Roosens. De jaren 50 werden al snel een succesvolle periode voor de club. Vanaf 1954 won paars-wit drie keer op rij de titel. Verbeeck vormde Anderlecht om tot een Belgische topclub. Hij verbouwde het stadion en liet een grote lichtinstallatie plaatsen. De eerste stadionverlichting werd in 1954 ingehuldigd in een galawedstrijd tegen het Argentijnse Racing Club Buenos Aires. Paars-wit speelde in die dagen ook voor het eerste in het buitenland. Anderlecht werkte oefenwedstrijden af in de Sovjet-Unie en Congo.

De titel van 1955 leverde Anderlecht een plaats op in de allereerste Europacup I. De Europese tegenstanders bleken echter te hoog gegrepen. Het Hongaarse Vörös Lobogó SE schakelde Anderlecht meteen uit met zware cijfers. Een jaar later ging paars-wit zelfs met 10-0 de boot in tegen Manchester United. In eigen land kreeg Jef Jurion in 1957 de Gouden Schoen, hoewel Anderlecht ook daar steeds meer concurrentie kreeg. Standard de Liège stak in 1958 de kop op en veroverde zijn eerste titel. Het was het begin van een toen nog prille rivaliteit tussen beide clubs. Een jaar later loodste Gormlie de club naar een nieuwe titel, hetgeen het bestuur niet belette om hem enkele maanden later aan de deur te zetten. Hulptrainer Arnould Deraeymaeker sprong voor het eerst in als interim-coach en liet de 16-jarige Paul Van Himst debuteren.

1960 - 1970[bewerken]

Europese subtopper[bewerken]

Zoals Gormlie de jaren 50 had gedomineerd, zo beïnvloedde de Corsicaanse trainer Pierre Sinibaldi het volgende decennium. Sinibaldi werd in 1960 aangenomen als coach en liet meteen merken dat hij een strateeg was. Hij introduceerde het 4-2-4-systeem waarmee Brazilië twee jaar eerder wereldkampioen was geworden. Het aanvallende spel werd gedragen door talentrijke spelers als Van Himst, Jef Jurion, Wilfried Puis, Martin Lippens en Jacques Stockman en later ook Jan Mulder. Zij veroverden in vijf seizoenen vier keer de titel. In 1965 won Anderlecht bovendien ook voor het eerst de Beker van België.

De Europese campagne van Anderlecht was het grootste verschil tussen Sinibaldi en Gormlie. Anderlecht, dat in de jaren 50 nooit verder dan de eerste ronde van de Europacup I was geraakt, schakelde in 1962 het grote Real Madrid uit na onder meer een prachtig afstandsschot van Jurion, die later dan ook de bijnaam Mister Europe kreeg. Anderlecht sneuvelde dat jaar uiteindelijk pas in de kwartfinale tegen het Schotse Dundee FC. Een resultaat dat Anderlecht twee jaar later nog eens overdeed. Real Madrid nam toen wraak voor de uitschakeling van 1962.

Anderlecht had een ijzersterke thuisreputatie maar kon op verplaatsing bijna nooit winnen van Europese tegenstanders. In 1966 werd Sinibaldi vervangen door toenmalig Beerschot-trainer András Béres. Hij trok de lijn door en veroverde met Anderlecht een vierde titel op rij. De club benaderde zo het record van Union Sint-Gillis. Het volgende seizoen werd hij echter ontslagen en vervangen door hulptrainer Deraeymaeker. Hij werd eveneens kampioen met Anderlecht en brak zo het meer dan 60 jaar oude record van Union.

Eerste Europese finale[bewerken]

In 1968 haalde Anderlecht de Roemeen Norberto Höfling aan boord. Het verblijf van de gewezen trainer van Club Brugge was echter van korte duur. Paars-wit zette hem na enkele maanden aan de deur en haalde Pierre Sinibaldi, de architect van het Anderlecht van de jaren 60, terug naar het Emile Verséstadion.

Sinibaldi kon in de competitie zijn grote successen niet meer evenaren. De club werd in eigen land voorbijgestreefd door Standard, dat onder leiding van middenvelder Wilfried Van Moer drie keer op rij de titel veroverde. In Europa slaagde hij er nochtans wel in om te schitteren. Sinibaldi loodste Anderlecht in de Jaarbeursstedenbeker van het seizoen 1969/70 voorbij Internazionale en Newcastle United. De ploeg van Sinibaldi haalde zelfs voor het eerst een Europese finale, die toen nog over twee wedstrijden verdeeld werd. Anderlecht won thuis overtuigend met 3-1 van Arsenal, maar ging in Engeland met 3-0 onderuit.

1970 - 1980[bewerken]

Generatiewisseling[bewerken]

Een jaar na de verloren finale nam oud-speler Constant Vanden Stock de functie van voorzitter over van Albert Roosens. Vanden Stock was op dat ogenblik de eigenaar van brouwerij Belle-Vue. Hij had in het voetbalmilieu ervaring opgedaan als selectieheer van de nationale ploeg en als bestuurder van Club Brugge. Hij was vastbesloten om van Anderlecht een Europese topclub te maken. Hij nam de Nederlandse aanvaller Rob Rensenbrink vanuit Brugge mee en zette Sinibaldi aan de deur. Vanden Stock wilde afstappen van het inmiddels achterhaalde 4-2-4-systeem, maar dat zag de Corsicaan niet zitten.

Daarom werd de ambitieuze Duitser Georg Kessler als zijn vervanger aangetrokken. Kessler was de gewezen bondscoach van Oranje en stond erom bekend erg gedisciplineerd te zijn. Hij matte de ploeg op trainingen regelmatig af, maar veroverde in zijn eerste seizoen wel de Dubbel. Mulder vond de aanpak maar niets en verhuisde naar Ajax. Toen ook andere spelers de methodes van de Duitser in vraag begonnen te stellen, werd Kessler ontslagen.

De club veranderde onder Constant Vanden Stock volledig. Bijna alle spelers die in de jaren 60 tot de top behoorden, waren zo goed als verdwenen. Enkel Paul Van Himst bleef ook begin jaren 70 in Anderlecht. Het nieuwe team bestond in die periode uit heel wat jonge spelers als Rensenbrink, Gilbert Van Binst, Ludo Coeck, Hugo Broos en François Van der Elst.

Europese top[bewerken]

Midden jaren 70 ging Anderlecht op zoek naar de aansluiting bij de Europese top. Urbain Braems werd met Anderlecht kampioen in 1974 en bereikte een jaar later de kwartfinale van de Europacup I. Dat resultaat verdween volledig in de schaduw van wat zijn excentrieke opvolger, de Nederlander Hans Croon, een seizoen later presteerde. De erg bijgelovige Croon loodste Anderlecht in de Europacup II voor het eerst sinds 1970 naar een Europese finale. Een zenuwachtig Anderlecht kwam in de finale 0-1 achter tegen West Ham United, maar won uiteindelijk na twee doelpunten van zowel Rensenbrink als Van der Elst met 4-2.

De eerste Europese trofee was een feit, maar toch was Anderlecht de Nederlandse coach liever kwijt dan rijk. Croon vertrok en werd vervangen door Raymond Goethals, die Vanden Stock nog kende van bij de nationale ploeg. Goethals zette met Anderlecht alles op Europa. De club moest in die dagen in de nationale competitie zijn meerdere erkennen in het Club Brugge van succescoach Ernst Happel, maar kon zich in Europa wel meten met de besten. Anderlecht won op 30 augustus 1976 de UEFA Super Cup door thuis met 4-1 te winnen van het Bayern München van Franz Beckenbauer. Het bereikte later dat seizoen ook opnieuw de finale van de Europacup II. Maar ditmaal moest paars-wit het onderspit delven tegen Hamburger SV.

Het spel van Anderlecht werd midden jaren 70 bepaald door de inbreng van Nederlanders als Rensenbrink, Arie Haan, Jan Ruiter en Peter Ressel. Haan was op het veld een natuurlijke leider, terwijl Rensenbrink, die in 1976 de Gouden Schoen in ontvangst mocht nemen, met zijn flitsen een wedstrijd kon bepalen. De twee loodsten Anderlecht in 1977 naar een derde Europese finale op rij. Anderlecht stond in het Parc des Princes tegenover het Oostenrijkse Austria Wien en won met 4-0. Enkele maanden later mocht paars-wit opnieuw opdraven in de UEFA Super Cup. Liverpool FC, dat enkele maanden voordien in de finale van de Europacup I Club Brugge had uitgeschakeld, ging in Anderlecht met 3-1 onderuit en kon in eigen huis de schade niet herstellen. Anderlecht veroverde zo zijn vierde Europese trofee in drie jaar tijd.

1980 - 1995[bewerken]

Vernieuwing en uitbreiding[bewerken]

Vanaf 1980 bouwde de club aan een nieuwe ploeg die het succes van de jaren 70 moest evenaren. Om te beginnen haalde Constant Vanden Stock RWDM-manager Michel Verschueren naar het Astridpark. Verschueren, die in de jaren 60 nog als conditietrainer bij Anderlecht had gewerkt, zorgde voor meer professionalisme binnen de club. Onder zijn impuls werd het Emile Verséstadion begin jaren 80 gerenoveerd en uitgebreid. Het Constant Vanden Stockstadion, zoals het voortaan heette, beschikte over business seats en was gebaseerd op moderne, Amerikaanse stadions.

Op sportief vlak haalde Anderlecht Tomislav Ivić aan boord. De Kroaat was een meester-tacticus en hield er niet van als spelers niet in het gareel liepen. Hij zag hoe Rensenbrink, Van Binst, Van der Elst en Nico de Bree, spelers die symbool stonden voor de successen van de jaren 70, andere oorden opzochten. Het was een aderlating die Verschueren opving door de komst van libero Morten Olsen en balgoochelaar Juan Lozano. Paars-wit werd in zijn eerste seizoen onder Ivić meteen kampioen en mocht een jaar later voor het eerst sinds 1975 nog eens deelnemen aan de Europacup I.

Laatste Europese trofee[bewerken]

Onder leiding van Ivić kon Anderlecht in 1982 doorstoten tot de halve finale van de Europacup I. Daarin verloor het nipt van Aston Villa. In eigen land ging de landstitel dat seizoen naar Standard, waar ex-trainer Raymond Goethals en oud-speler Arie Haan toen het mooie weer maakten. Het bestuur haalde vervolgens het spitsenduo van de nationale ploeg naar het Constant Vanden Stockstadion: Erwin Vandenbergh en Alex Czerniatynski. Maar ook na hun komst raakte Anderlecht niet voorbij Standard. De club ontsloeg Ivić en stelde Paul Van Himst als zijn opvolger aan. Clubicoon Van Himst gaf de spelersgroep meer ruimte en vrijheid en dat leverde meteen resultaat op. Terwijl Standard met de titel ging lopen, plaatste Anderlecht zich voor de finale van de UEFA Cup. Anderlecht haalde het in twee wedstrijden tegen het Portugese Benfica.

Van Himst, die als speler nooit een Europese trofee had veroverd, leek als coach op weg om er twee op rij in de wacht te slepen. Een jaar na de zege tegen Benfica stond Anderlecht opnieuw in de finale van de UEFA Cup. Anderlecht had in de halve finale Nottingham Forest uitgeschakeld en stond een ronde later tegenover het eveneens Engelse Tottenham Hotspur. Van Himst zag een tweede UEFA Cup uiteindelijk na strafschoppen aan zijn neus voorbijgaan.

Terugval[bewerken]

Eind jaren 80 kende het Belgische voetbal een terugval. Het omkoopschandaal Standard-Waterschei had heel wat zwart-geldcircuits aan het licht gebracht. Verscheidene clubs, waaronder Anderlecht, verkeerden in die periode dan ook in financiële moeilijkheden. Bovendien had paars-wit enkele jaren eerder nog zwaar geïnvesteerd in een nieuw stadion. Heel wat belangrijke spelers werden voor grote bedragen verkocht, met een sportieve terugval als gevolg.

Trainer Arie Haan vroeg in 1987 na het vertrek van Juan Lozano, Frank Vercauteren en Enzo Scifo begrijpelijk om grote versterking. Maar het bestuur ging niet in op zijn vraag. Haan werd aan de deur gezet en vervangen door de onervaren Georges Leekens, die het team ook niet op de rails kreeg. Terwijl Anderlecht zijn draai niet vond, moest het de concurrentie aangaan met het opkomende KV Mechelen van toenmalig voorzitter John Cordier. De club won in die periode de titel, de Beker van België, de Europacup II en de UEFA Super Cup. Daar kon zelfs de terugkeer van Raymond Goethals eind jaren 80 niets aan veranderen.

Opvallend transferbeleid[bewerken]

Voorzitter Vanden Stock duldde het succes van KV Mechelen niet lang. Hij tastte diep in de geldbuidel en ging de concurrentie aan met Cordier, de rijke mecenas van Mechelen. Vanden Stock kocht Marc Degryse voor 95 miljoen BEF bij Club Brugge, en haalde bij Mechelen de Nederlandse trainer Aad de Mos weg. Later maakten spelers als Bruno Versavel, Marc Emmers en Philippe Albert dezelfde overstap. Mechelen zag zijn sterkhouders één voor één verdwijnen, terwijl Anderlecht opnieuw de macht probeerde te grijpen. De Mos leidde Anderlecht in 1990 opnieuw naar de finale van de UEFA Cup. Daarin verloor het na verlengingen met 2-0 van het Italiaanse Sampdoria. Een jaar later speelde paars-wit kampioen, maar werd het reeds duidelijk dat de dagen van De Mos bij Anderlecht geteld waren. Een seizoen na de titelviering mocht hij vertrekken.

De Boskampjaren[bewerken]

Het behalen van de UEFA Cup-finale in 1990 betekende niet alleen het einde van de jaren 80, maar ook het einde van een periode waarin Anderlecht zich kon meten met de Europese top. Enkele maanden na het opstappen van De Mos nam zijn landgenoot Johan Boskamp het roer over. Hij veroverde met Anderlecht meteen de titel, en won een jaar later voor het eerst sinds 1974 nog eens de Dubbel. Het paars-wit van Boskamp, dat bestond uit namen als Marc Degryse, Luc Nilis, Pär Zetterberg en Filip De Wilde, domineerde de Belgische competitie, maar kon in de toen pas opgerichte UEFA Champions League weinig potten breken. Een Europese finale leek plots ver weg. Na drie titels op rij hield Boskamp het in 1995 voor bekeken.

1995 - heden[bewerken]

Afpersing in verband met lening komt aan het licht[bewerken]

Na het vertrek van Boskamp, Nilis, Degryse en Albert begon Anderlecht aan een nieuw tijdperk. De Duitse trainer Herbert Neumann werd aangenomen, maar dat bleek geen verstandige keuze. De Duitser raakte met de club niet door de voorrondes van de Champions League en werd in augustus 1995 al ontslagen. De toen 74-jarige Goethals keerde nog een laatste keer terug om Anderlecht tijdelijk uit de nood te helpen. Na een week haalde Vanden Stock vervolgens Boskamp terug. De Nederlander bleef uiteindelijk tot 1997 bij paars-wit. Hij kon het succes van de jaren voordien niet meer evenaren, maar het was wel zijn verdienste dat enkele getalenteerde jongeren onder hem zijn doorgebroken. Nordin Jbari, Walter Baseggio en Azubike Oliseh zijn de bekendste voorbeelden.

De sportieve malaise ging gepaard met een verandering in de bestuurskamer. Constant Vanden Stock zette een stap opzij en gaf het voorzitterschap door aan zijn zoon Roger Vanden Stock. De kersverse voorzitter kreeg het meteen hard te verduren. In 1997, een jaar na zijn aanstelling, kwam immers een omkoopschandaal uit de jaren 80 aan het licht. Anderlecht had in 1984 een scheidsrechter 1 miljoen BEF toegestopt. Het ging om Emilio Guruceta Muro, de Spanjaard die in 1984 de halve finale van de UEFA Cup tussen Anderlecht en Nottingham Forest had geleid. Jean Elst en René Van Aeken waren dit te weten gekomen en hadden Constant Vanden Stock jaren gechanteerd. Roger Vanden Stock weigerde echter net als zijn vader zwijggeld te betalen, waarna het schandaal aan het licht kwam. Hoofdsponsor Generale Bank dreigde af te haken en er volgde een heleboel rechtszaken. Van de UEFA mocht Anderlecht één jaar niet deelnemen aan een Europees toernooi, een straf die later ongedaan werd gemaakt wegens procedurefouten. Bovendien eisten vijftien spelers van Nottingham Forest een schadevergoeding van 10 miljoen euro. Pas in 2007 gaven de Engelsen die rechtszaak op.

Uit het dal[bewerken]

De crisis in de bestuurskamer zorgde ervoor dat Anderlecht op sportief vlak een dieptepunt kende. De club wisselde voortdurend van trainer. Oud-speler René Vandereycken werd als coach aangesteld, maar diens tactische aanpak bleek niet de goede te zijn. Anderlecht begon het seizoen met een pijnlijke 0-2 nederlaag in de derby tegen RWDM. Vandereycken mocht na enkele maanden zijn koffers pakken en werd in afwachting van een nieuwe coach vervangen door hulptrainer Jean Dockx. Uiteindelijk haalde de club Arie Haan terug, maar ook de Nederlander kon niet voor een ommekeer zorgen. Hij werd een seizoen later aan de deur gezet, op een ogenblik dat Anderlecht op de allerlaatste plaats stond in de competitie.

De club besloot in september 1998 om opnieuw de ingetogen Jean Dockx als vervanger aan te duiden. Hij kreeg Frank Vercauteren als zijn assistent. Het trainersduo loodste Anderlecht van de laatste naar de derde plaats en dwong zo in extremis nog een Europees ticket af. Hoogtepunt was de 0-6 zege tegen Standard, op drie speeldagen van het einde. Na afloop werd Dockx benoemd tot technisch directeur, een functie die hij vervulde tot zijn overlijden in 2002.

De Anthuenisjaren[bewerken]

In de zomer van 1999 haalde Anderlecht Aimé Anthuenis naar het Constant Vanden Stockstadion. Antheunis had net de titel gewonnen met KRC Genk, een prestatie die niet onopgemerkt was gebleven. Hij moest nu met Anderlecht hetzelfde doen. De spelersgroep werd enorm afgeslankt, en er waren amper nieuwkomers. Toch creëerde hij in geen tijd een sterk team, met op het middenveld Walter Baseggio, Pär Zetterberg, Enzo Scifo en Alin Stoica, in de aanval het opvallende duo Jan Koller en Tomasz Radzinski, en in de verdediging de ervaren Lorenzo Staelens. Het pakte in 2000 de titel met acht punten voorsprong op Club Brugge.

Anthuenis deed een seizoen later zelfs nog beter, ondanks het vertrek van Scifo, Zetterberg en Staelens (die laatste wel pas tijdens het seizoen, na verschillende doelpunten te hebben gemaakt). In de competitie stond er geen maat op Anderlecht, de club werd voor de tweede keer op rij overtuigend kampioen. Maar het opvallendste resultaat kwam uit de Champions League. Anderlecht schakelde in de voorrondes FC Porto uit, en versloeg in de eerste groepsfase van het toernooi Manchester United, PSV en Dinamo Kiev. In de tweede groepsfase schoot Anderlecht net tekort, hoewel het thuis won van Real Madrid en Lazio Roma.

Na de succesvolle Europese campagne trokken heel wat spelers naar het buitenland. Anthuenis kon met een vernieuwd elftal geen derde titel op rij winnen en ruilde zijn functie als coach in 2002 in voor die van bondscoach.

Nieuw tijdperk[bewerken]

Oud-speler Hugo Broos werd in 2002 de nieuwe trainer. Hij had in de jaren 90 als trainer twee titels en twee Bekers gewonnen met Club Brugge en leek de geschikte persoon om Antheunis op te volgen. In zijn eerste seizoen werd Anderlecht nog vicekampioen, een jaar later veroverde het zijn 27e landstitel. Broos combineerde de ervarenheid van de teruggekeerde Zetterberg, Yves Vanderhaeghe en Glen De Boeck met de jeugdigheid van spelers als Olivier Deschacht, Vincent Kompany, Anthony Vanden Borre en Jonathan Legear. Er vond in die periode een duidelijke verjonging en vernieuwing plaats binnen de club. In 2003 trad Herman Van Holsbeeck in de voetsporen van zijn voorganger Michel Verschueren.

De club zette Broos begin 2005 aan de deur. Frank Vercauteren volgde hem op en greep met Anderlecht net naast de titel. Uitstel, zo bleek, want paars-wit werd de twee volgende jaren telkens kampioen. De club, die vanaf dan steeds vaker een beroep begon te doen op Argentijnse spelers, leek klaar om een 30e landstitel te veroveren. Maar Vercauteren werd in de loop van het seizoen ontslagen, hetgeen voor een breuk zorgde tussen hem en de club. Zijn assistent Ariël Jacobs, met wie hij geen goede band had, nam zijn taken over.

Rivaliteit met Standard[bewerken]

Onder Jacobs eindigde Anderlecht in 2007/08, het seizoen van het 100-jarig bestaan van de club, net achter Standard Luik. Dat zorgde zoals altijd voor de nodige rivaliteit tussen beide clubs. Dit alles bereikte een jaar later een eerste, dramatisch dieptepunt. Anderlecht eindigde na de reguliere competitie op de eerste plaats, met evenveel punten als Standard. De twee clubs speelden twee geladen testwedstrijden die ontsierd werden door zware overtredingen. Standard won een tweede titel op rij, maar Anderlecht behield toch het vertrouwen in Jacobs.

Een jaar later stonden de twee clubs in de competitie opnieuw tegenover mekaar. In die wedstrijd brak rechtsachter Marcin Wasilewski zijn been na een trap van Axel Witsel, die nadien geschorst werd. De beenbreuk stond symbool voor de extreme rivaliteit tussen Standard en Anderlecht, dat het seizoen uiteindelijk afsloot met een 30e landstitel.

Ook buiten het veld werden de twee clubs rivalen. Anderlecht wierp zich op als één van de grootste voorstanders van de play-offs, een competitievorm die in 2009 was ingevoerd, terwijl Standard wilde terugkeren naar de oude competitievorm zonder play-offs.

De rivaliteit werd echter nog groter, omdat Anderlecht in het seizoen 2011/12 ex-Standardspelers Milan Jovanovic en Dieumerci Mbokani naar het Astridpark lokte. Een jaar later werd Gohi Bi Cyriac weggeplukt bij de Luikse rivaal en in 2014 maakte ook oud-Standardaanvoerder Steven Defour de overstap naar Anderlecht.

Infrastructuur[bewerken]

Constant Vanden Stockstadion

De club speelt haar thuiswedstrijden in het Constant Vanden Stockstadion, momenteel biedt het plaats aan zo een 21.500 toeschouwers. Anderlecht wil de capaciteit optrekken tot ca. 30.000 toeschouwers[4], de renovatiekosten zouden rond de 40 miljoen euro bedragen.[5] Eigenlijk gokt Anderlecht hiermee op twee paarden. De stad Brussel stelt zich namelijk kandidaat als gaststad voor het Europees kampioenschap voetbal 2020. Indien Brussel dit zou halen, wordt er een nieuw stadion opgetrokken van zo'n 50.000 plaatsen, waar Anderlecht dan waarschijnlijk ook in zal spelen.

In de wijk Neerpede bevinden zich een oefencomplex en de RSCA Football Academy. Dit complex opende haar deuren aan de start van het seizoen 2011-2012. Alle trainingen worden hier afgewerkt en ook spelen de jeugdploegen hier hun wedstrijden.[6]

Sponsors[bewerken]

RSC Anderlecht begon zonder shirtsponsor. Pas vanaf 1973 verscheen er reclame op de shirts. De sponsor was toen Belle-Vue, de brouwerij van toenmalig voorzitter Constant Vanden Stock. In 1981 werd de Generale Bank de hoofdsponsor van Anderlecht. In 2000 werd de Generale Bank een onderdeel van Fortis, dat vanaf dan de nieuwe shirtsponsor werd. Door de economische crisis van de eerste jaren van de 21ste eeuw veranderde Fortis in BNP Paribas Fortis. In de zomer van 2009 werd deze bank de nieuwe hoofdsponsor van Anderlecht.

Verder worden de shirts ook gesponsord door het sportmerk adidas. Tot eind jaren 60 werd dit gedaan door Le Coq Sportif of Fred Perry.

Periode Shirtsponsor Kledingsponsor
1973-1975 Belle-Vue Le Coq Sportif of Fred Perry
1975-1981 adidas
1981-2000 Generale Bank
2000-2009 Fortis
2009- heden BNP Paribas Fortis

Erelijst[bewerken]

Nationaal[bewerken]

Belgisch landskampioen

winnaar (33): 1946/47, 1948/49, 1949/50, 1950/51, 1953/54, 1954/55, 1955/56, 1958/59, 1961/62, 1963/64, 1964/65, 1965/66, 1966/67, 1967/68, 1971/72, 1973/74, 1980/81, 1984/85, 1985/86, 1986/87, 1990/91, 1992/93, 1993/94, 1994/95, 1999/2000, 2000/01, 2003/04, 2005/06, 2006/07, 2009/10, 2011/12, 2012/13, 2013/14
Gouden Kampioenssterren: 3Competitiester.svgCompetitiester.svgCompetitiester.svg (1 ster per 10 landstitels)
tweede (20): 1943/44, 1947/48, 1952/53, 1956/57, 1959/60, 1975/76, 1976/77, 1977/78, 1978/79, 1981/82, 1982/83, 1983/84, 1988/89, 1989/90, 1991/92, 1995/96, 2002/03, 2004/05, 2007/08, 2008/09

Beker van België

winnaar (9): 1965, 1972, 1973, 1975, 1976, 1988, 1989, 1994, 2008
finalist (3): 1966, 1977, 1997

Belgische Supercup

winnaar (12): 1985, 1987, 1993, 1995, 2000, 2001, 2006, 2007, 2010, 2012, 2013, 2014
finalist (7): 1981, 1986, 1988, 1991, 1994, 2004, 2008

Nissan Cup

winnaar (1): 2000

Sportploeg van het Jaar

winnaar (1): 2000

Trofee Jules Pappaert

winnaar (6): 1977, 1983, 1985, 2000, 2001, 2011

Nationale trofee voor sportverdienste

winnaar (1): 1978

Internationaal[bewerken]

Europese Beker voor Bekerwinnaars

winnaar (2): 1976, 1978
finalist (2): 1977, 1990

UEFA Cup

winnaar (1): 1983
finalist (2): 1970, 1984

Europese Supercup

winnaar (2): 1976, 1978

Individuele trofeeën[bewerken]

Enkele spelers behaalden een prijs toen ze voor de club speelden:

Topscorer (18)
1947 en 1950 (Jef Mermans), 1954 (Hippolyte Van Den Bosch), 1962 (Jacky Stockman), 1964, 1966 en 1968 (Paul Van Himst), 1967 (Jan Mulder), 1973 (Rob Rensenbrink), 1974 (Attila Ladynski), 1977 (François Van Der Elst), 1983 en 1986 (Erwin Vandenbergh), 1987 (Arnór Guðjohnsen), 1989 (Edi Krnčević), 2001 (Tomasz Radzinski), 2005 (Nenad Jestrović), 2010 (Romelu Lukaku)
Gouden Schoen (22)
1957 en 1962 (Jef Jurion), 1960, 1961, 1965 en 1974 (Paul Van Himst), 1964 (Wilfried Puis), 1976 (Rob Rensenbrink), 1983 (Franky Vercauteren), 1984 (Enzo Scifo), 1991 (Marc Degryse), 1992 (Philippe Albert), 1993 en 1997 (Pär Zetterberg), 1999 (Lorenzo Staelens), 2000 (Jan Koller), 2003 (Aruna Dindane), 2004 (Vincent Kompany), 2006 en 2010 (Mbark Boussoufa), 2011 (Matías Suárez), 2012 (Dieumerci Mbokani)
Ebbenhouten Schoen (8)
1996 (Celestine Babayaro), 2003 (Aruna Dindane), 2004 en 2005 (Vincent Kompany), 2007 (Mohammed Tchité), 2009 en 2010 (Mbark Boussoufa), 2011 (Romelu Lukaku), 2012 (Dieumerci Mbokani)

Resultaten[bewerken]

In België[bewerken]

Seizoen Klasse Reeks Punten Opmerkingen
  I II III IV      
1912/13     1   Afdeling II Brab. Anderlecht won één van de twee Brabantse reeksen en plaatste zich na provinciale en nationale eindronden en tweede plaats met 4 punten in finale nationale eindronde na TSV Lyra
1913/14   4     Eerste Afdeling 24
1914/15         oorlog
1915/16         oorlog
1916/17         oorlog
1917/18         oorlog
1918/19         oorlog
1919/20   3     Eerste Afdeling 26
1920/21   3     Eerste Afdeling 29 geëindigd met evenveel punten als RFC Liégeois; testwedstrijd voor 3de plaats en promotie eindigde op 1-1, de replay op 1-0 winst
1921/22 12       Ere Afdeling 18
1922/23 13       Ere Afdeling 15
1923/24   1     Eerste Afdeling A 46
1924/25 9       Ere Afdeling 25
1925/26 12       Ere Afdeling 19
1926/27   2     Eerste Afdeling 38
1927/28 14       Ere Afdeling 10
1928/29   2     Eerste Afdeling 38
1929/30 5       Ere Afdeling 28
1930/31 14       Ere Afdeling 15
1931/32   2     Eerste Afdeling A 33
1932/33   5     Eerste Afdeling A 27
1933/34   4     Eerste Afdeling A 32
1934/35   1     Eerste Afdeling B 39
1935/36 8       Ere Afdeling 27
1936/37 11       Ere Afdeling 22
1937/38 8       Ere Afdeling 25
1938/39 5       Ere Afdeling 28
1939/40         Ere Afdeling door de oorlog werd geen volledige competitie afgewerkt. Anderlecht stond in de middenmoot.
1940/41 6       Ere Afdeling B 9 speciale noodcompetitie tijdens de oorlog, met twee provinciale reeksen
1941/42 6       Ere Afdeling 27
1942/43 6       Ere Afdeling 34
1943/44 2       Ere Afdeling 42
1944/45         Ere Afdeling door de oorlog werd geen volledige competitie afgewerkt. Anderlecht stond wel aan de leiding.
1945/46 3       Ere Afdeling 46
1946/47 1       Ere Afdeling 50
1947/48 2       Ere Afdeling 38
1948/49 1       Ere Afdeling 41
1949/50 1       Ere Afdeling 45
1950/51 1       Ere Afdeling 38 geëindigd met evenveel punten als Berchem Sport, maar Berchem had 9 matchen verloren, Anderlecht slechts 5 en werd daarom eerste
1951/52 6       Ere Afdeling 32
1952/53 2       Eerste Klasse 41
1953/54 1       Eerste Klasse 37
1954/55 1       Eerste Klasse 41
1955/56 1       Eerste Klasse 42
1956/57 2       Eerste Klasse 40
1957/58 5       Eerste Klasse 37
1958/59 1       Eerste Klasse 44
1959/60 2       Eerste Klasse 37
1960/61 3       Eerste Klasse 37
1961/62 1       Eerste Klasse 49
1962/63 3       Eerste Klasse 37
1963/64 1       Eerste Klasse 45
1964/65 1       Eerste Klasse 51
1965/66 1       Eerste Klasse 47
1966/67 1       Eerste Klasse 47
1967/68 1       Eerste Klasse 46
1968/69 4       Eerste Klasse 36
1969/70 4       Eerste Klasse 36
1970/71 3       Eerste Klasse 41
1971/72 1       Eerste Klasse 45 geëindigd met evenveel punten als Club Brugge, dat echter een wedstrijd minder had gewonnen
1972/73 6       Eerste Klasse 34
1973/74 1       Eerste Klasse 41
1974/75 3       Eerste Klasse 52
1975/76 2       Eerste Klasse 48
1976/77 2       Eerste Klasse 48
1977/78 2       Eerste Klasse 50
1978/79 2       Eerste Klasse 45
1979/80 5       Eerste Klasse 41
1980/81 1       Eerste Klasse 57
1981/82 2       Eerste Klasse 46
1982/83 2       Eerste Klasse 49
1983/84 2       Eerste Klasse 47
1984/85 1       Eerste Klasse 59
1985/86 1       Eerste Klasse 52 geëindigd met evenveel punten als Club Brugge. Play-offs eindigden op 1-1 in Anderlecht en 2-2 in Brugge.
1986/87 1       Eerste Klasse 57
1987/88 4       Eerste Klasse 45
1988/89 2       Eerste Klasse 53
1989/90 2       Eerste Klasse 53
1990/91 1       Eerste Klasse 53
1991/92 2       Eerste Klasse 49
1992/93 1       Eerste Klasse 58
1993/94 1       Eerste Klasse 55
1994/95 1       Eerste Klasse 52
1995/96 2       Eerste Klasse 71
1996/97 4       Eerste Klasse 58
1997/98 4       Eerste Klasse 57
1998/99 3       Eerste Klasse 70
1999/00 1       Eerste Klasse 75
2000/01 1       Eerste Klasse 83
2001/02 3       Eerste Klasse 66
2002/03 2       Eerste Klasse 71
2003/04 1       Eerste Klasse 81
2004/05 2       Eerste Klasse 76
2005/06 1       Eerste Klasse 70
2006/07 1       Eerste Klasse 77
2007/08 2       Eerste Klasse 70
2008/09 2       Eerste Klasse 77 geëindigd met evenveel punten als Standard Luik. Testwedstrijden eindigden op 1-1 in Anderlecht en 1-0-verlies in Luik.
2009/10 1       Eerste Klasse 59 na de reguliere competitie stond Anderlecht op de 1e plaats met 69 punten
2010/11 3       Eerste Klasse 44 na de reguliere competitie stond Anderlecht op de 1e plaats met 65 punten
2011/12 1       Eerste Klasse 52 na de reguliere competitie stond Anderlecht op de 1e plaats met 67 punten
2012/13 1       Eerste Klasse 49 na de reguliere competitie stond Anderlecht op de 1e plaats met 67 punten
2013/14 1       Eerste Klasse 51 na de reguliere competitie stond Anderlecht op de 3e plaats met 57 punten

Grafiek eindstanden in de competitie na WO II[bewerken]

3
1
2
1
1
1
6
2
1
1
1
2
5
1
2
3
1
3
1
1
1
1
1
4
4
3
1
6
1
3
2
2
2
2
5
1
2
2
2
1
1
1
4
2
2
1
2
1
1
1
2
4
4
3
1
1
3
2
1
2
1
1
2
2
1
3
1
1
1
46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 00 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14
Eerste klasse

In Europa[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van Europese wedstrijden van RSC Anderlecht voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

RSC Anderlecht speelt sinds 1955 in diverse Europese competities. Hieronder staan de competities en in welke seizoenen de club deelnam:

1993/94, 1994/95, 1995/96, 2000/01, 2001/02, 2003/04, 2004/05, 2005/06, 2006/07, 2007/08, 2008/09, 2009/10, 2010/11, 2012/13, 2013/14
1955/56, 1956/57, 1959/60, 1962/63, 1964/65, 1965/66, 1966/67, 1967/68, 1968/69, 1972/73, 1974/75, 1981/82, 1985/86, 1986/87, 1987/88, 1991/92
2009/10, 2010/11, 2011/12
1973/74, 1975/76, 1976/77, 1977/78, 1978/79, 1988/89, 1989/90
1971/72, 1979/80, 1980/81, 1982/83, 1983/84, 1984/85, 1990/91, 1992/93, 1996/97, 1997/98, 1998/99, 1999/00, 2002/03, 2007/08
1969/70, 1970/71

Statistieken Europees voetbal[bewerken]

Competitie Wedstrijden Winst Gelijk Verlies
Champions League / Europacup I 180 68 39 73
Europacup II 44 29 3 12
UEFA Cup / Europa League 122 60 30 32
Super Cup 4 2 0 2

Up-to-date: 16/09/2013

1rightarrow blue.svg Zie ook: Deelnemers UEFA-toernooien België

Records[bewerken]

Wedstrijdrecords[bewerken]

Naam Voornaam Nationaliteit Periode(s) bij club Wedstr. 1e klasse Europa
Van Himst Paul Vlag van België België 1959-1975 1 569 1 460 7 56
De Wilde Filip Vlag van België België 1987-1996 1997-2003 2 490 2 370 1 80
Vercauteren Frank Vlag van België België 1975-1987 3 484 3 367 4 69
Broos Hugo Vlag van België België 1970-1983 4 453 6 350 8 52
Heylens Georges Vlag van België België 1960-1973 5 452 4 361 9 47
Hanon Pierre Vlag van België België 1954-1970 6 404 5 353 10 30
Crasson Bertrand Vlag van België België 1989-1996 1998-2003 7 399 10 291 2 78
Deschacht Olivier Vlag van België België 2001-... 8 398 7 297 3 81
De Groote Michel Vlag van België België 1975-1977 1979-1989 9 395 8 294 5 63
Munaron Jacky Vlag van België België 1974-1989 10 391 9 293 6 59
Huidige kern
Naam Voornaam Nationaliteit Periode(s) bij club Wedstr. 1e klasse Europa
Deschacht Olivier Vlag van België België 2001-... 1 398 1 297 1 73

Update 19/12/12.

Doelpuntrecords[bewerken]

Naam Voornaam Nationaliteit Periode(s) bij club Goals 1e klasse Europa
Mermans Jef Vlag van België België 1941-1957 1 345 1 339 9 0
Van Himst Paul Vlag van België België 1959-1975 2 310 2 236 1 33
Adams Ferdinand Vlag van België België 1919-1934 3 232 8 84 9 0
Rensenbrink Robby Vlag van Nederland Nederland 1971-1980 4 197 4 141 2 30
Nilis Luc Vlag van België België 1986-1994 5 171 6 127 3 26
Stockman Jacky Vlag van België België 1957-1966 1972-1973 6 158 3 142 7 7
Van den Bosch Hypoliet Vlag van België België 1943-1948 1952-1958 7 153 4 141 8 3
Mulder Jan Vlag van Nederland Nederland 1965-1972 8 141 7 88 5 17
Van der Elst François Vlag van België België 1971-1980 9 118 10 80 4 19
Vandenbergh Erwin Vlag van België België 1982-1986 10 112 9 87 6 15
Huidige kern
Naam Voornaam Nationaliteit Periode(s) bij club Goals 1e klasse Europa
Suarez Matias Vlag van Argentinië Argentinië 2008-heden 2 46 3 32 1 13

Update 19/12/12.

Transferrecords[bewerken]

Duurste aankopen[bewerken]

Naam Nationaliteit Gekocht van Prijs (€) Eerste seizoen Naam Nationaliteit Gekocht van Prijs (€) Eerste seizoen
1 Steven Defour Vlag van België België Vlag van Portugal FC Porto 6,5 milj. 2014/15 12 Nicolás Frutos Vlag van Argentinië Argentinië Vlag van Argentinië Independiente 2,5 milj. 2005/06
2 Aleksandar Mitrović Vlag van Servië Servië Vlag van Servië Partizan Belgrado 5 milj. 2013/14 13 Marc Degryse Vlag van België België Vlag van België Club Brugge 2,25 milj. 1989/90
3 Mbark Boussoufa Vlag van Marokko Marokko/ Vlag van Nederland Nederland Vlag van België AA Gent 4 milj. 2006/07 14 Clayton Zane Vlag van Australië Australië Vlag van Noorwegen Lillestrøm SK 2,5 milj. 2002/03
4 Jan Polak Vlag van Tsjechië Tsjechië Vlag van Duitsland FC Nürnberg 3,5 milj. 2007/08 15 Guillaume Gillet Vlag van België België Vlag van België AA Gent 2,2 milj. 2007/08
5 Tom De Sutter Vlag van België België Vlag van België Cercle Brugge 3,1 milj. 2008/09 16 Nicolás Pareja Vlag van Argentinië Argentinië Vlag van Argentinië Argentinos Juniors 2 milj. 2006/07
6 Dieumerci Mbokani Vlag van Congo-Kinshasa Congo-Kinshasa Vlag van Frankrijk AS Monaco 3 milj. 2011/12 17 Nenad Jestrović Vlag van Servië Servië Vlag van België Excelsior Moeskroen 2 milj. 2001/02
7 Lucas Biglia Vlag van Argentinië Argentinië Vlag van Argentinië Independiente 3 milj. 2006/07 18 David Pollet Vlag van België België Vlag van België Sporting Charleroi 2 milj. 2013/14
8 Jan Koller Vlag van Tsjechië Tsjechië Vlag van België KSC Lokeren 3 milj. 1999/00 19 Gohi Bi Cyriac Vlag van België België Vlag van België Standard Luik 2 milj. 2012/13
9 Luka Milivojević Vlag van Servië Servië Vlag van Servië Rode Ster Belgrado 3 milj. 2013/14 20 Josip Weber Vlag van Kroatië Kroatië Vlag van België Cercle Brugge 1,875 milj. 1994/95
10 Cyril Théréau Vlag van Frankrijk Frankrijk Vlag van Roemenië Steaua Boekarest 2,9 milj. 2007/08 21 Bram Nuytinck Vlag van Nederland Nederland Vlag van Nederland N.E.C. Nijmegen 1,75 milj. 2012/13
11 Ronald Vargas Vlag van Venezuela Venezuela Vlag van België Club Brugge 2,5 milj. 2011/12

Duurste verkopen[bewerken]

Naam Nationaliteit Verkocht aan Prijs (€) Tijdens seizoen Naam Nationaliteit Verkocht aan Prijs (€) Tijdens seizoen
1 Jan Koller Vlag van Tsjechië Tsjechië Vlag van Duitsland Borussia Dortmund 12,75 milj. 2001/02 12 Nicolás Pareja Vlag van Argentinië Argentinië Vlag van Spanje RCD Espanyol 5 milj. 2008/09
2 Romelu Lukaku Vlag van België België/ Vlag van Congo-Kinshasa Congo-Kinshasa Vlag van Engeland Chelsea FC 12 milj. * 2011/12 13 Jonathan Legear Vlag van België België Vlag van Rusland Terek Grozny 4,5 milj. 2011/12
3 Dieumerci Mbokani Vlag van Congo-Kinshasa Congo-Kinshasa Vlag van Oekraïne FC Dynamo Kiev 11 milj. 2013/14 14 Johan Walem Vlag van België België Vlag van Italië Udinese Calcio 4,5 milj. 1997/98
4 Massimo Bruno Vlag van België België Vlag van Duitsland RB Leipzig 9 milj. 2014/15 15 Anthony Vanden Borre Vlag van België België Vlag van Italië Fiorentina 4,5 milj. 2007/08
5 Vincent Kompany Vlag van België België Vlag van Duitsland Hamburger SV 8 milj. 2006/07 16 Celestine Babayaro Vlag van Nigeria Nigeria Vlag van Engeland Chelsea FC 3,5 milj. 1997/98
6 Mbark Boussoufa Vlag van Marokko Marokko/ Vlag van Nederland Nederland Vlag van Rusland Anzji Machatsjkala 8 milj. 2010/11 17 Roland Lamah Vlag van België België/ Vlag van Ivoorkust Ivoorkust Vlag van Frankrijk Le Mans UC 3,5 milj. 2008/09
7 Cheikhou Kouyaté Vlag van Senegal Senegal Vlag van Engeland West Ham United 8 milj. 2014/15 18 Christian Wilhelmsson Vlag van Zweden Zweden Vlag van Frankrijk FC Nantes 3,3 milj. 2006/07
8 Mohammed Tchité Vlag van België België/ Vlag van Burundi Burundi Vlag van Spanje Racing Santander 7,5 milj. 2007/08 19 Jelle Van Damme Vlag van België België Vlag van Engeland Wolverhampton Wanderers 3,25 milj. 2010/11
9 Lucas Biglia Vlag van Argentinië Argentinië Vlag van Italië SS Lazio 7 milj. 2013/14 20 Kanu Vlag van Brazilië Brazilië Vlag van Rusland Terek Grozny 3 milj. 2012/13
10 Tomasz Radzinski Vlag van Canada Canada Vlag van Engeland Fulham 6,75 milj. 2001/02 21 Ondrej Mazuch Vlag van Tsjechië Tsjechië Vlag van Oekraïne Dnipro Dnipropetrovsk 3 milj. 2011/12
11 Bart Goor Vlag van België België Vlag van Duitsland Hertha BSC 6,25 milj. 2001/02 22 Jan Polak Vlag van Tsjechië Tsjechië Vlag van Duitsland VfL Wolfsburg 3 milj. 2010/11


  • Dit bedrag kan met clausules oplopen tot 20 miljoen euro.

Seizoen 2012/2013[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie RSC Anderlecht in het seizoen 2012/13 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Seizoen 2014/2015[bewerken]

Spelerskern 2014/2015[bewerken]

Nummer Speler Nationaliteit Bij de club sinds Laatste club
Doel
1 Silvio Proto Vlag van België 2005 Vlag van België Germinal Beerschot (verhuurd)
13 Thomas Kaminski Vlag van België 2011 Vlag van België Oud-Heverlee Leuven (verhuurd)
33 Davy Roef Vlag van België 2007 Vlag van België K. Beerschot AC

Verdediging

2 Fabrice N'Sakala Vlag van Frankrijk 2013 Vlag van Frankrijk Troyes
3 Olivier Deschacht Vlag van België 2001 Vlag van België Sporting Lokeren
14 Bram Nuytinck Vlag van Nederland 2012 Vlag van Nederland N.E.C. Nijmegen
22 Chancel Mbemba Mangulu Vlag van Congo-Kinshasa 2013 Vlag van België RSC Anderlecht
39 Anthony Vanden Borre Vlag van België 2013 Vlag van België KRC Genk

Middenveld

8 Luka Milivojević Vlag van Servië 2013 Vlag van Servië Rode Ster Belgrado
10 Dennis Praet Vlag van België 2010 Vlag van België KRC Genk
12 Andy Najar Vlag van Honduras 2013 Vlag van Verenigde Staten D.C. United
16 Steven Defour Vlag van België 2014 Vlag van Portugal FC Porto
19 Sacha Kljestan Vlag van Verenigde Staten 2010 Vlag van Verenigde Staten Chivas USA
29 Fede Vico Vlag van Spanje 2013 Vlag van Spanje Córdoba CF
31 Youri Tielemans Vlag van België 2009 Vlag van België RSC Anderlecht

Aanval

7 Samuel Armenteros Vlag van Zweden 2013 Vlag van Nederland Heracles Almelo
9 Matías Suárez Vlag van Argentinië 2008 Vlag van Argentinië CA. Belgrano de Córdoba
15 Gohi Bi Zoro Cyriac Vlag van Ivoorkust 2012 Vlag van België Standard Luik
18 Frank Acheampong Vlag van Ghana 2013 Vlag van Thailand Buriram United
36 Oswal Álvarez Vlag van Colombia 2013 Vlag van Colombia Academia FC
45 Aleksandar Mitrović Vlag van Servië 2013 Vlag van Servië FK Partizan

Transfers seizoen 2013-2014[bewerken]

Naam Nationaliteit Van/naar Type
Inkomend
Frank Acheampong Vlag van Ghana Ghana Buriram United Gekocht
Liam Bossin Vlag van België België WS Woluwe
Demy de Zeeuw Vlag van Nederland Nederland Spartak Moskou Huurbasis
Fede Vico Vlag van Spanje Spanje Córdoba CF Gekocht
Luka Milivojević Vlag van Servië Servië Rode Ster Belgrado Gekocht
Aleksandar Mitrovic Vlag van Servië Servië Partizan Belgrado Gekocht
David Pollet Vlag van België België Sporting Charleroi Gekocht
Uitgaand
Bruno Godeau Vlag van België België SV Zulte Waregem Aankoopoptie gelicht
Bryan Verboom Vlag van België België SV Zulte Waregem Aankoopoptie gelicht
Dennis Odoi Vlag van België België KSC Lokeren Verkocht
Mohamed Daf Vlag van Senegal Senegal R. Charleroi S.C. Verkocht
Oleksandr Jakovenko Vlag van Oekraïne Oekraïne Fiorentina Transfervrij
Behrang Safari Vlag van Zweden Zweden FC Basel Verkocht
Seydina Diarra Vlag van België België N.E.C. Verkocht
Jordan Garcia-Calvete Vlag van België België BV De Graafschap Huurbasis
Roland Juhász Vlag van Hongarije Hongarije Videoton FC Ontbinding contract
Marcin Wasilewski Vlag van Polen Polen Leicester City Einde contract
Milan Jovanović Vlag van Servië Servië Einde contract
Lucas Biglia Vlag van Argentinië Argentinië SS Lazio Verkocht
Dieumerci Mbokani Vlag van Congo-Kinshasa Congo-Kinshasa Dinamo Kiev Verkocht
Samuel Armenteros Vlag van Zweden Zweden/ Vlag van Cuba Cuba Feyenoord Huurbasis
Fernando Canesin Vlag van Brazilië Brazilië KV Oostende Huurbasis
Jordan Lukaku Vlag van België België KV Oostende Huurbasis

Technische staf[bewerken]

naam land functie
Roger Vanden Stock Vlag van België België Voorzitter
Herman Van Holsbeeck Vlag van België België Manager
Besnik Hasi Vlag van Albanië Albanië Hoofdtrainer
Geert Emmerechts Vlag van België België Assistent-trainer
Max de Jong Vlag van Nederland Nederland Keeperstrainer
Gunther Van Handenhoven Vlag van België België Teammanager
Bart Meert Vlag van België België Analist
Philippe Collin Vlag van België België Secretaris-Generaal
Eric Dehaeseleer Vlag van België België Conditietrainer
Mario Innaurato Vlag van België België Conditietrainer
Kris Vollon Vlag van België België Dokter
Jochen De Coene Vlag van België België Kiné
Christophe Brams Vlag van België België Kiné
Koen Walravens Vlag van België België Kiné
Peter Smeets Vlag van België België Social Advisor
David Steegen Vlag van België België Persverantwoordelijke
Pierre Desmet Vlag van België België Community Manager
René Trullemans Vlag van België België Financieel Directeur
Chris Lioen Vlag van België België Commercieel Directeur
Jean Kindermans Vlag van België België Directeur Jeugdopleiding
Robert De Pot Vlag van België België Internationale Relaties

Recordelftallen[bewerken]


Beste Anderlecht-spelers van 1908 tot 2008.
(Bron: Sport/Voetbalmagazine - Special 100 jaar Anderlecht, 7 mei 2008)


Beste Anderlecht-spelers van 1908 tot 2008.
(Bron: 100 jaar RSC Anderlecht - DVD, De Eeuwige 11)

Bekende (ex-)spelers[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook: Lijst van spelers van RSC Anderlecht

Belgen

Nederlanders

Overige Europeanen

Overige

Trainers[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook: Lijst van trainers van RSC Anderlecht

Kapiteins[bewerken]

  • ¹ Tijdens het seizoen 2003-2004 was Walter Baseggio aanvoerder bij afwezigheid van de geblesseerde De Boeck.
  • ² De Boeck stopte in februari 2005 met voetballen. Zetterberg werd vanaf dan de nieuwe aanvoerder.
  • ³ Begin 2011/12 speelde Deschacht zijn aanvoerdersband enkele weken kwijt aan Lucas Biglia. Toen hij de band terugkreeg, nam een deel van de supporters hem op de korrel, waarna hij besloot om de band vrijwillig af te staan aan Biglia.
  • Eind jaren 90 was Enzo Scifo aanvoerder in afwezigheid van Zetterberg.

Eerste doelman[bewerken]

Topschutters per seizoen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van topschutters van RSC Anderlecht voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Belgische internationals[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van Belgische internationals van RSC Anderlecht voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Voorzitters[bewerken]

Damesploeg[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie RSC Anderlecht (vrouwen) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties