RWE (energie)
| RWE AG | ||||
| Sleutelfiguren | Dr. J. Grossmann (CEO) | |||
| Hoofdkantoor | Essen, Duitsland | |||
| Werknemers | 72.068 (in fte's, eind 2011) waarvan 3.794 in Nederland en België |
|||
| Producten | Elektriciteit en gas | |||
| Sector | Nutssector | |||
| Industrie | Energie | |||
| Omzet | EUR 51,7 miljard (2011) | |||
| Winst | EUR 1,8 miljard (2011) | |||
| Marktkapitalisatie | EUR 16,6 miljard (per ultimo 2011) | |||
| Website | (en) RWE.com | |||
|
||||
RWE (tot 1990 Rheinisch-Westfälisches Elektrizitätswerk) is een van oorsprong Duits energiebedrijf. Op de Duitse thuismarkt neemt het qua grootte op de energiemarkt de tweede positie in; het bedrijf is actief in kernenergie, bruinkool, steenkool, gas, afvalverbranding en infrastructuur voor gas en elektriciteit. Het bedrijf is verder internationaal actief in Engeland, Nederland en diverse Oost-Europese landen. RWE werd wat betreft omvang in 2007 door Forbes gerangschikt als het 73e bedrijf ter wereld en als 3e utilities-bedrijf wereldwijd.
De belangrijkste aandeelhouders van RWE zijn een groot aantal Duitse gemeenten. Deze hebben hun belangen ondergebracht in RW Energie-Beteiligungsgesellschaft; deze heeft een aandelenbelang van 16% in RWE.
Inhoud |
Bedrijfsbeschrijving[bewerken]
In 2010 produceerde RWE in totaal 225 terawattuur (TWh) aan elektricteit. Ongeveer 32% van de elektriciteit was afkomstig uit centrales die bruinkool als brandstof gebruiken, 24% uit steenkool gestookte centrales en 20% uit kernenergiecentrales. Het aandeel van elektriciteit uit schone bronnen, als bijvoorbeeld windenergie, was slechts 5%[1]. De totale capaciteit van het opgestelde vermogen van RWE was ruim 52 gigawatt (GW) per eind 2010. Vanwege het hoge aandeel van bruin- en steenkool in de totale elektricteiteitsproductie behoort RWE tot de grootste uitstoters van koolstofdioxide in Europa. In 2010 was de totale uitstoot bijna 165 miljoen ton CO2. De onderneming erkent het probleem van de hoge CO2 uitstoot en heeft de intentie de uitstoot van koolstofdioxide te verlagen van 0,8 ton per MWh in 2009 naar 0,45 ton in het jaar 2020[2]. Deze bijna halvering van de uitstoot wil RWE bereiken door te investeren in onder andere schone windenergie en in moderne centrales die oude en meer vervuilende centrales gaan vervangen[3]. RWE verkoopt ook veel gas; in 2010 werd voor ruim 395 miljard KWh aan gas verkocht. RWE heeft een eigen olie en gas opsporings- en winbedrijf, genaamd RWE DEA.
In 2011 heeft RWE 74,9% van netbeheerder Amprion verkocht aan investeringsmaatschappij Commerz Real. RWE blijft de overige 25,1% van Amprion aanhouden.[4]
RWE in Nederland[bewerken]
RWE trad toe tot de Nederlandse markt door overname van de energiebedrijven Obragas medio 2002 en Haarlemmermeergas en de oprichting van RWE Energy Nederland (REN).
In juni 2007 werden de twee netbeheerders, Obragas Net en Haarlemmermeer Net afgesplitst en verkocht aan de Eindhovense netwerkbeheerder NRE (Nutsbedrijven Regio Eindhoven). Het overgebleven leveringsbedrijf levert gas en/of elektriciteit aan ongeveer 350.000 particuliere en 30.000 zakelijke klanten.
RWE is bekend van de in aanbouw zijnde kolencentrale, met een capaciteit van 1.560 megawatt (MW) en met mogelijkheden voor CO2-afvang in Eemshaven. De locatie Eemshaven is gunstig vanwege de haven die de aanvoer van steenkool met grote zeeschepen mogelijk, de aanwezigheid van voldoende koelwater waardoor geen koeltorens nodig zijn en de directe aanwezigheid van lege aardagsvelden in het noorden van Nederland voor de - eventuele - opslag van CO2. In de centrale komt ook een installatie die stroom uit biomassa kan produceren; deze krijgt een vermogen van 160 MW. Het rendement van de kolencentrale zal ongeveer 46% gaan bedragen, wat ongeveer 10%-punten beter is dan het Europese gemiddelde van bestaande kolencentrales. Als alles volgens planning verloopt, zal de centrale in 2013 in gebruik worden genomen en een investering vergen van ruim 2 miljard euro[5].
De bouw heeft tot bezwaren geleid van milieuorganisaties. Op 24 augustus 2011 heeft de Raad van State twee vergunningen vernietigd die essentieel zijn voor de bouw en ingebruikname van de centrale. De vergunningen met betrekking tot de natuur waren in 2008 verleend, maar de Raad van State oordeelde dat de milieugevolgen van de centrale niet voldoende onderzocht waren. Verder werd de verruiming van de vaargeul in de Eemshaven, om de aanvoer van steenkool naar de centrale in grote zeeschepen mogelijk te maken, tegengehouden[6]. Naar aanleiding van dit besluit is de vergunning opnieuw bestudeerd. Op 19 juni 2012 heeft RWE, wederom, een Natuurbeschermingswetvergunning gekregen van de provincies Groningen, Fryslân en Drenthe en het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Het energiebedrijf heeft de effecten op de natuur beter inzichtelijk gemaakt en extra natuurmaatregelen genomen. Daarmee voldoet RWE aan de voorwaarden voor deze laatste vergunning voor de energiecentrale in de Eemshaven[7].
Overname van Essent[bewerken]
In januari 2009 doet RWE een bod van 9,3 miljard euro op Essent.[8] Op 20 februari 2009 werd het verkoopvoorstel getekend nadat de centrale ondernemingsraad haar goedkeuring had gegeven aan de voorgenomen fusie[9]. De Provinciale Staten van Noord-Brabant waren eerst tegen de overname van Essent omdat zij twijfelden over de duurzaamheidplannen van RWE[10]. De verkoop betreft enkel de aandelen in het productie- en leveringsbedrijf. De aandelen in het netwerkbedrijf van Essent, Enexis, en het milieubedrijf, Essent Milieu, blijven in handen van de gemeentelijke en provinciale aandeelhouders.
Over de verkoop van het 50% belang van Essent in EPZ, waaronder de kernenergiecentrale Borssele, is een rechtszaak gevoerd. Begin maart 2010 heeft de rechter uitspraak gedaan; RWE mag dit belang niet overnemen. De gemeentelijke en provinciale aandeelhouders van Essent blijven daarmee - voorlopig - eigenaar van deze kernenergiecentrale. De overnamesom voor Essent wordt, met deze uitspraak, met 950 miljoen euro verlaagd. Er loopt nog een bodemprocedure bij de rechter met betrekking tot het belang in EPZ en pas als deze uitspraak bekend is, wordt alles definitief. Medio mei 2011 maakten DELTA, de oud-aandeelhouders en RWE bekend tot overeenstemming te zijn gekomen. DELTA zal 20% extra aandelen krijgen en RWE krijgt een belang van 30%. Met een belang van 70% kan DELTA het publieke belang zekerstellen. De definitieve overeenkomst is later in 2011 bereikt en de bodemprocedure is gestaakt[11].
Essent, Vopak en Gasunie doen een onderzoek naar de haalbaarheid van een LNG-terminal in de Groningse Eemshaven. RWE heeft, na de overname van Essent, een belang van 50% in de terminal en de twee partners elk 25%. Volgens de huidige plannen zal de terminal twee LNG opslagtanks krijgen van elk 180.000 kubieke meter waarmee jaarlijks 10 tot 12 miljard kubieke meter aardgas kan worden geproduceerd. Het bouwbesluit zal eind 2011 worden genomen waardoor de terminal in de loop van 2015 operationeel kan zijn[12]. In 2010 werd echter duidelijk dat dit project financieel niet haalbaar was en de plannen zijn geschrapt.
Per 30 september 2009 maakt Essent onderdeel uit van RWE. Na de aansluiting bij RWE blijft Essent als zelfstandige organisatie, en onder de naam Essent, opereren. Essent is binnen RWE verantwoordelijk voor de exploitatie van energie-activiteiten in Nederland en België. Met de overname neemt de productie capaciteit van RWE met 3,6 gigawatt (GW) toe. Per ultimo 2009 had RWE 2,15 miljoen klanten in Nederland en 172.000 in België voor electricteit en bijna 2 miljoen gasklanten.
Recente bedrijfsresultaten voor België en Nederland[bewerken]
In Nederland en België produceerde RWE in totaal 11,5 terawattuur (TWh) aan elektriciteit in 2011 (2010: 14,3 TWh). Hiervan was 45% afkomstig uit gasgestookte centrales, 45% uit kolencentrales en de rest uit schone energiebronnen. Het opgestelde productievermogen was per ultimo 2011 zo'n 3,1 GW, ofwel 6% van het totale vermogen van RWE. RWE leverde verder voor 88 TWh aardgas aan industriële klanten en aan consumenten in Nederland en België. Na Duitsland is dit de belangrijkste gasmarkt voor het concern. Over het gehele jaar behaalde RWE een omzet van 5,8 miljard euro, waarvan een derde uit de verkoop van elektriciteit en twee derde uit gasverkopen. RWE realiseerde een bedrijfswinst van 245 miljoen euro. Per ultimo 2011 nam RWE twee nieuwe gascentrales, de Clauscentrale-C in Maasbracht en de Moerdijk 2, in gebruik. De totale investering in deze twee centrales was 1,5 miljard euro.
| Jaar | Omzet | Bedrijfsresultaat | Werknemers | Geleverde elektriciteit | idem aardgas |
|---|---|---|---|---|---|
| 2011 | EUR 5.818 miljoen | EUR 245 miljoen | 3.794 | 21,0 miljard KWh | 87,7 miljard KWh |
| 2010 | EUR 6.510 miljoen | EUR 391 miljoen | 3.899 | 22,0 miljard KWh | 112,8 miljard KWh |
Zie ook[bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Ondernemingen op de DAX |
|---|
|
Adidas · Allianz · BASF · Bayer · Beiersdorf · BMW · Commerzbank · Continental · Daimler · Deutsche Bank · Deutsche Börse · Deutsche Post · Deutsche Telekom · E.ON · Fresenius · Fresenius Medical Care · HeidelbergCement · Henkel · Infineon · K+S · Lanxess · Linde · Lufthansa · Merck · Münchener Rück · RWE · SAP · Siemens · ThyssenKrupp · Volkswagen |
| Zie de categorie RWE van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |