Raad van Europese Bisschoppenconferenties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Raad van Europese Bisschoppenconferenties, naar de Latijnse naam (Consilium Conferentiarum Episcoporum Europae) ook wel, afgekort, CCEE genoemd, is de Europese vergadering van voorzitters van nationale bisschoppenconferenties. Van de raad zijn 33 voorzitters lid. Luxemburg, Monaco en Moldavië (landen die geen bisschoppenconferentie hebben) zijn middels (aarts)bisschoppen vertegenwoordigd. De CCEE vindt haar oorsprong in het initiatief dat aan het einde van het Tweede Vaticaans Concilie werd genomen door dertien Europese bisschoppen. Zij meenden dat - nu het concilie (met de constitutie Lumen Gentium) de bijzondere collegialiteit van de paus met de bisschoppen en van de bisschoppen onderling had bekrachtigd - het nuttig zou zijn om een Europees platform te hebben waarop de verschillende bisschoppenconferenties zaken konden afstemmen. Een eerste vergadering vond vervolgens in 1967 plaats in Noordwijkerhout. In 1969 organiseerde de CCEE een symposium in Chur, waar onder meer werd gesproken over een Nederlands voorstel om het priesterschap en het celibaat te ontkoppelen.[1] In 1970 had de formele oprichting van de CCEE plaats. Namens de Nederlandse bisschoppenconferentie heeft mgr. Ad van Luyn zitting in de CCEE. Namens de Belgische bisschoppenconferentie is mrg. André Léonard afgevaardigde. President van de CCEE is de Hongaarse kardinaal Péter Erdő. Vice-presidenten zijn de Kroaat Josip Bozanić en de Franse kardinaal Jean-Pierre Ricard. De CCEE dient niet verward te worden met de Commissie van Bisschoppen van de Europese Gemeenschap, die zich primair richt op het contact tussen de Kerk en de Europese Unie

Presidenten[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Noten

  1. Zie over deze kwestie, Walter Goddijn, Rode oktober. Honderd dagen Alfrink. Een bijdrage tot de empirische ecclesiologie 1968-1970 (1983)