Rabsake

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Rabsake is de titel van een persoon uit de Hebreeuwse Bijbel.[1]

Betekenis[bewerken]

De titel Rabsake (Akkadisch: Rabshaqe; Hebreeuws: רַבְשָׁקֵה, Rav-sja-qeh' [2]) wordt door sommige bijbelvertalingen weergegeven als 'opperbevelhebber'[3] of 'commandant'.[4]

Archeologie werpt enig licht op de functies van de Rabsake. Zo komt de naam voor op een inscriptie die de Assyrische koning Tiglath-Pileser III op een gebouw liet aanbrengen:

„Ik zond een van mijn beambten, de rabsaq, naar Tyrus.” [5]

In het British Museum is een tablet te zien van Assurbanipal met de inscriptie:

„Ik gaf de opdracht de rabsaq-beambte aan mijn vorige (strijd)krachten (in Egypte) toe te voegen.” [6]

Klaarblijkelijk was de Rabsake inderdaad een militaire functie.

Bijbelverslag[bewerken]

Het verslag van de belegering en bevrijding van Jeruzalem staat in 2 Koningen 18 en 19, Jesaja 36 en 37 en beknopt in 2 Kronieken 32:1-23.

Reliëf van Sanherib (British Museum): Judeeërs worden door de Assyriërs weggevoerd uit Lachis.[7]

Belegering van Jeruzalem[bewerken]

Tijdens de regering van koning Hizkia wordt Juda aangevallen door Sanherib, de koning van Assyrië. Sanherib zelf belegerd Lachis en stuurt manschappen naar Jeruzalem, onder leiding van de Tartan, oftewel de opperbevelhebber, en twee functionarissen, de Rabsaris en de Rabsake.[1]

Bij de aankomst te Jeruzalem posteerden de Tartan, de Rabsaris en de Rabsake zich bij de waterleiding van de bovenvijver en vroegen Hizkia te spreken. De Rabsake was de voornaamste woordvoerder, hij sprak vloeiend Hebreeuws, de moedertaal van de Judeeërs, en Aramees. In plaats van Hizkia verschenen Eljakim, het hoofd van de hofhouding, Sebna, de schrijver, en Joah, de kanselier. De Rabsake sprak hen in het Hebreeuws aan, zodat heel het volk mee kon luisteren. Hij vroeg hen om tegen Hizkia te zeggen dat vertrouwen op Egypte zinloos was, evenals vertrouwen op hun god, Jahweh.[8] De Rabsake beweerde dat Jahweh zelf Sanherib had opgedragen om Juda in te nemen:

"Nu dan, ben ik buiten de wil van de HEERE tegen deze plaats opgetrokken om die te gronde te richten? De HEERE heeft tegen mij gezegd: Trek op tegen dit land en richt het te gronde!"[9]

Na het verzoek van Eljakim en zijn metgezellen om in het Aramees te onderhandelen, sprak de Rabsake:

..."Heeft mijn heer mij alleen naar uw héér en naar ú gestuurd om deze woorden te spreken? Is het ook niet naar de mannen die daar op de muur zitten...?"[10]

De Rabsake richtte zich nu tegen het volk en sprak nog luider:

31..."Luister niet naar Hizkia, want dit zegt de koning van Assyrië: Geef u aan mij over, kom de stad uit, naar mij toe. Dan mag ieder eten van zijn eigen wijnstok en ieder van zijn eigen vijgenboom, en ieder water drinken uit zijn eigen put,
32 totdat ik kom en u meevoer naar een land als uw eigen land, een land van koren en nieuwe wijn, een land van brood en wijngaarden, een land van olijven, van olie en van honing. Dan zult u leven en niet sterven. Luister niet naar Hizkia, want hij misleidt u door te zeggen: De HEERE zal ons redden.[11]

In zijn redevoering verklaarde de Rabsake dat Sanherib nooit enige tegenstand had ondervonden van welke god maar ook. Maar ondanks al deze propaganda, bleef het volk zwijgen, naar het gebod van Hizkia.[12]

Peter Paul Rubens, De nederlaag van Sanherib

De Rabsake trekt zich terug[bewerken]

Wanneer Hizkia deze woorden te horen kreeg, vroeg hij God om hulp en zond mannen naar de profeet Jesaja, om te horen wat God hem zal antwoorden. Deze vertelde Hizkia dat hij niet bevreesd hoefde te zijn:[13]

..."Zie, Ik geef een geest in hem, dat hij een gerucht zal horen en zal terugkeren naar zijn land. Dan zal Ik hem in zijn land door het zwaard neervellen."[14]

Kort daarop kreeg de Rabsake te horen dat Sanherib tegen Libna streed en verliet Jeruzalem om hem te hulp te komen. Sanherib zelf stuurde vanuit Libna brieven naar Hizkia om hem tot overgave te bewegen. Hizkia legde deze brieven in de tempel voor het altaar neer en vroeg God voor de tweede keer om hulp.[15] Jesaja bracht Hizkia het antwoord over, namelijk dat de stad niet zal worden ingenomen.[16]

Bevrijding van Assyrië[bewerken]

De verslagen in 2 Koningen, 2 Kronieken en Jesaja verhalen hoe een engel 185.000 Assyriërs in hun legerkamp ombrachten.[17] Flavius Josephus schrijft in zijn boek Oude geschiedenis van de Joden over een ziekte die het leger, geleid door de Rabsake, had getroffen. Ook hij noemt het aantal van 185.000 soldaten.[18] Na dit verlies brak Sanherib het beleg op en keerde terug naar zijn hoofdstad, Nineve. Kort hierop werd hij vermoord door twee van zijn zonen. Hij werd opgevolgd door Esarhaddon.[19]

Bronnen, noten en referenties

  1. a b 2 Koningen 18:17, De Nieuwe Bijbelvertaling: De koning van Assyrië stuurde vanuit Lachis drie hoogwaardigheidsbekleders, de tartan, de rabsaris en de rabsake, met een geweldig leger naar koning Hizkia in Jeruzalem.
  2. De betekenis van de naam is onbekend, mogelijk 'Opperschenker', 'Hoofd van de officieren' of 'Hoofd van de prinsen'. Rav staat voor 'voornaamste'.
  3. 2 Koningen 18:17, Groot Nieuws Bijbel: Maar de koning van Assur stuurde vanuit Lakis een geweldig leger op koning Hizkia in Jeruzalem af; het stond onder leiding van de onderkoning, de hofmaarschalk en de opperbevelhebber.
  4. 2 Koningen 18:17, Herziene Statenvertaling: Maar de koning van Assyrië stuurde de opperbevelhebber, de bevelhebber van de hofhouding en de commandant van Lachis naar Jeruzalem, naar koning Hizkia, met een sterke legermacht.
  5. J. B. Pritchard - Ancient Near Eastern Texts (1974), p. 282
  6. J. B. Pritchard - Ancient Near Eastern Texts (1974), p. 296
  7. (en) Discoveries Among the Ruins of Nineveh and Babylon, p128
  8. 2 Koningen 18:19-24
  9. 2 Koningen 18:25, Herziene Statenvertaling
  10. 2 Koningen 18:27, Herziene Statenvertaling
  11. 2 Koningen 18:31, 32, Herziene Statenvertaling
  12. 2 Koningen 18:36
  13. 2 Koningen 18:37-19:6
  14. 2 Koningen 19:7, Herziene Statenvertaling
  15. 2 Koningen 19:8-19
  16. 2 Koningen 19:32-33
  17. 2 Koningen 19:35, 2 Kronieken 32:21, Jesaja 37:36
  18. Flavius Josephus - Oude geschiedenis van de Joden, boek 10, vers 21
  19. 2 Koningen 19:36, 37

Verslagen in de bijbel