Radix (taalkunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Met de radix of wortel wordt de kleinste betekenisvolle eenheid in een taal bedoeld. Lexicale eenheden bestaan altijd uit minstens één wortel. De wortel wordt onderscheiden van de stam, doordat het bij wortels zowel om vrije als gebonden morfemen kan gaan. De stam van een woord is altijd een vrij morfeem. Bij talen met weinig verbuiging zoals het Engels en Nederlands is een woord doorgaans gelijk aan de stam/wortel.

Semitische talen[bewerken]

Het onderscheid tussen de begrippen "woord" en "wortel" speelt met name een zeer belangrijke rol in Semitische talen, omdat de wortels hier allerlei verschillende vormen kunnen aannemen in bepaalde woorden. De wortel van een woord bestaat uit drie medeklinkers. Met behulp van klinkermutaties, voorvoegsels en achtervoegsels worden ze verbogen.

Bijvoorbeeld, in het Hebreeuws:

gdl betekent "groot" geen woordklasse of woord, enkel een stam
gadol betekent "groot" en is een mannelijk bijvoeglijk naamwoord
gdola betekent "groot" (vrouwelijk bijvoeglijk naamwoord)
giddel betekent "hij groeide" (overgankelijk werkwoord)
gadal betekent "hij groeide" (onovergankelijk werkwoord)
higdil betekent "hij vergrootte" (overgankelijk werkwoord)
magdelet betekent "vergroter" (lens)
spr is de stam voor "tellen" of "vertellen"
sefer betekent "boek" (bevat verhalen die verteld worden) (' f ' en ' p ' worden in het Hebreeuws door dezelfde letter weergegeven)
sofer betekent "schrijver" (Masoretische schrijvers vertelden verzen) of "hij telt"
mispar betekent "getal".

Vele stammen worden gedeeld door meer dan een Semitische taal. Bijvoorbeeld, de stam ktb, een stam die "schrijven" betekent, bestaat zowel in het Hebreeuws als in het Arabisch ("hij schreef" wordt katav in het Hebreeuws en kataba in Klassiek Arabisch) (ook hier: ' v ' en ' b ' worden door dezelfde letter weergegeven in het Hebreeuws. Vgl. mazel tov en mazzal tob).

De volgende lijst laat een aantal equivalente woorden zien in Semitische talen.

Akkadisch Aramees Arabisch Hebreeuws Nederlandse vertaling
zikaru dikrā ḏakar zåḵår mannelijk
maliku malkā malik mĕlĕḵ koning
imêru ḥamarā ḥimār ḥămōr ezel
erṣetu ʔarʿā ʔarḍ ʔĕrĕṣ land, aarde

Andere Afro-Aziatische talen laten vergelijkbare patronen zien, maar meestal met stammen bestaande uit slechts twee medeklinkers. In bijvoorbeeld het Kabylisch betekent afeg "vlieg!", terwijl affug "vlucht" betekent, en yufeg "hij vloog".

Zie ook[bewerken]