Radjah-eend
| Radjah-eend IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2009) |
|||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||
|
|||||||||||
| Soort | |||||||||||
| Tadorna radjah (Lesson, 1828) |
|||||||||||
| Afbeeldingen Radjah-eend op |
|||||||||||
|
|||||||||||
De radjah-eend (Tadorna radjah) komt voor in Australië, Nieuw-Guinea en op de Molukken, en wordt ook wel Molukse radjah-eend genoemd.
Inhoud |
Beschrijving [bewerken]
De radjah-eend wordt tot 52 centimeter lang. De geslachten zijn op uiterlijke kenmerken niet van elkaar te onderscheiden. De kop, hals, borst en buik zijn overwegend wit, met - net als de Europese bergeend- een kastanjebruine band over de borst. Deze band is overigens smaller en donkerder. De rug en de vleugels zijn donkerbruin.
Voorkomen en leefgebied [bewerken]
De radjah-eend komt voor in noordelijke delen van West-Australië, Noordelijk Territorium (Nationaal park Kakadu) en Queensland, verder in Nieuw-Guinea, vooral de zuidkust van Papoea-Nieuw-Guinea, maar er zijn ook waarnemingen uit West-Papoea en van de eilanden Japen, Goodenough, Fergusson, Aroe-eilanden en de Molukken.
Het leefgebied is vooral ondiep zout-, brak- en zoetwater, dus in getijdegebieden, riviermondingen, lagunes en langs de kust gelegen moerasgebieden. Deze eenden leven alleen of in paren. In het droge seizoen vormen zich concentraties in onder andere zoutwaterlagunes.
Voortplanting [bewerken]
In de broedtijd wordt er in een holle boom nabij water genesteld. Op wat dons na wordt er vrijwel geen nestmateriaal gebruikt. Er worden ongeveer 6 tot 12 eieren gelegd, die uitsluitend door het vrouwtje bebroed worden. Na ongeveer 30 dagen komen de eieren uit. Radjah-eenden voeden zich met allerhande kleine diertjes, zoals weekdieren. Een klein deel van hun menu bestaat uit plantaardige kost.
Bescherming [bewerken]
De radjah-eend staat als niet bedreigd op de rode lijst,[1] maar heeft in Australië de status van beschermde vogel.
Bronnen, noten en/of referenties
|