Rafflesia arnoldii

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rafflesia arnoldii
Rafflesia sumatra.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Malpighiales [Post APG II]
Familie: Rafflesiaceae
Geslacht: Rafflesia
Soort
Rafflesia arnoldii
R.Br. (1821)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Rafflesia arnoldii is een plant uit het geslacht Rafflesia. De plant staat bekend om zijn bloem, die de grootste solitaire bloem op aarde is.[1][2] Er zijn planten met grotere bloeiwijzen zoals Amorphophallus titanum en de parasolwaaierpalm (Corypha umbracullifera), maar bij deze planten gaat het om een cluster van bloemen. Rafflesia arnoldii komt alleen voor in de regenwouden van Borneo, Sumatra, de Filipijnen en Maleisië.

Verschillende Rafflesia-soorten groeien in de jungles van Zuidoost-Azië. Veel soorten zijn bedreigd. Rafflesia arnoldii is de grootste soort. Zijn bloem bereikt een diameter van bijna één meter en een gewicht tot 11 kg. Niet alleen heeft deze plant de grootste bloem op aarde, het is ook één van de meest bizarre en onbegrepen organismen op de wereld.

De plant leeft als een parasiet op lianen van het geslacht Tetrastigma, die alleen in primaire ongestoorde bossen groeien. De meeste parasitaire planten lijken op gewone planten, maar Rafflesia arnoldii heeft geen observeerbare bladeren, wortels of zelfs stengels. Vergelijkbaar met schimmels groeit Rafflesia arnoldii met draadachtige strengen van weefsel volledig omgeven door en in nauw contact met gastheercellen, waarvan water en nutriënten worden betrokken. Misschien wel het enige gedeelte waaraan Rafflesia arnoldii als plant is te herkennen is de bloem, hoewel zelfs deze bizar zijn vanwege de grote omvang, het roodbruine en witgespikkelde kleurenpatroon en de geur van rottend vlees. De bloem wordt bestoven door aasvliegen, die door zijn geur worden aangetrokken.

Rafflesia arnoldii is zeldzaam en is moeilijk te vinden. Vooral bloeiende planten zijn zelden te aanschouwen. De bloemknop doet er maanden over om zich te ontwikkelen, terwijl de bloem maar een paar dagen goed blijft. Hoeveel van deze planten er nog zijn is onduidelijk, want de primaire wouden op Borneo en Sumatra verdwijnen in hoog tempo.

Bestuiving is een zeldzame gebeurtenis door verschillende oorzaken. De bloemen zijn eenslachtig en de planten op een bepaalde plek produceren meestal alleen mannelijke of vrouwelijke bloemen. Voor effectieve bestuiving moeten mannelijke bloemen zich dus in de nabije omgeving van vrouwelijke bloemen bevinden. Tevens moeten de bloemen tegelijkertijd open zijn zodat de vliegen voor de bestuiving kunnen zorgen.

Van de bloemknoppen sterft 80-90% af, zodat zelfs wanneer mannelijke en vrouwelijke bloemen zich in elkaars omgeving bevinden, de kans op bestuiving afneemt. Tevens blijft de bloem maar vijf tot zeven dagen goed. Ook worden de verschillende populaties van elkaar afgescheiden door vernietiging van de habitat. Hierdoor hangt succesvolle voortplanting van de onwaarschijnlijke gebeurtenis af dat een mannelijke en een vrouwelijke bloem tegelijkertijd bloeien en dat de bestuivers het stuifmeel tussen vaak ver van elkaar verwijderde populaties verplaatsen.

Hoewel Rafflesia arnoldii tot het plantenrijk behoort, ontbreekt een kenmerkende eigenschap: hij heeft geen chlorofyl en mist daardoor de mogelijkheid tot fotosynthese (zoals de hele familie Rafflesiaceae).

Rafflesia arnoldii is een van de drie nationale bloemen van Indonesië, naast de Arabische jasmijn (Jasminusm sambac) en de maanorchidee (Phalaenopsis amabilis).

In januari 2007 werd bekend dat wetenschappers van Harvard University via moleculair onderzoek hebben afgeleid dat het begin van de ontstaansgeschiedenis van het geslacht Raffesia ligt in de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae). Dit zal gaan leiden tot een debat of deze planten in die familie ingevoegd moeten gaan worden.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Heywood, V.H. (1979) p. 177-178.
  2. Lanjouw, J. e.a. (1968) p. 210
  • Heywood, V.H. (1979) Bloeiende planten van de wereld. Elsevier. Amsterdam/Brussel
  • Lanjouw, J. e.a. (1968) Compendium van de Pteridophyta en Spermatophyta (Voortzetting van Pulle's compendium) Academische Paperback. A. Oosthoek's uitgeversmaatschappij N.V., Utrecht
    Pulle, A.A. (1938). Compendium van de terminologie, nomenclatuur en systematiek der zaadplanten. Utrecht.

Externe links