Rainbow Warrior (schip, 1955)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Rainbow Warrior (1955))
Ga naar: navigatie, zoeken
Nederlandse vlag
Rainbow Warrior (schip, 1955)
De Rainbow Warrior
De Rainbow Warrior
Geschiedenis
In de vaart genomen 1955
Status gezonken
Vlag Nederlands
Lengte 40 meter
Type Trawler
Portaal  Portaalicoon   Maritiem
Het gedenkteken voor de Rainbow Warrior, net buiten de haven van Auckland

De Rainbow Warrior was het Nederlandse vlaggenschip van de milieu-organisatie Greenpeace, dat in de haven van Auckland door de Franse geheime dienst tot zinken werd gebracht.

Geschiedenis[bewerken]

Het schip werd in 1955 te water gelaten en gedoopt onder de naam Sir William Hardy. Het werd tot 1977 gebruikt door het Britse ministerie van landbouw, visserij en voedsel.

In 1977 werd het schip gekocht door Greenpeace. Deze organisatie zette het in om te protesteren tegen walvisvaart, zeehondenjacht en kernproeven in de Grote Oceaan. In 1981 werd de motor vervangen en in 1985 werden zeilen aangebracht.

In 1985 hield de Franse regering kernproeven op Moruroa, een atol in Frans Polynesië. De Rainbow Warrior lag op 10 juli 1985 in de haven van Auckland om een protestvloot te leiden die richting Moruroa zou gaan varen. Twee bommen sloegen een groot gat in de romp, waardoor de Rainbow Warrior snel zonk. Op één na konden de opvarenden veilig aan land komen. Fernando Pereira, een Nederlandse fotograaf van Portugese afkomst verdronk toen hij trachtte zijn fotomateriaal te redden uit zijn hut.

Operatie Satanique[bewerken]

De aanslag, door de Fransen Operation Satanique genoemd, werd uitgevoerd door medewerkers van de inlichtingendienst (DGSE). Deze waren verdeeld in drie teams. Het eerste team bestond uit Dominique Prieur en Alain Mafart, die zich voordeden als het Zwitsers echtpaar 'Turenge'. Zij waren verantwoordelijk voor de verkenning en de logistiek. Het tweede team bestond uit de bemanning van het jacht Ouvea en was verantwoordelijk voor het binnenbrengen van de mijnen die gebruikt werden. Het derde team bestond uit de duikers die de mijnen bevestigden.

Ook de bemanning van Ouvea werd door de Nieuw-Zeelandse politie van betrokkenheid verdacht en daarvoor verhoord, maar alleen Prieur en Mafart werden gearresteerd en tot 10 jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens dood door schuld en brandstichting. Hoewel zowel de verantwoordelijk Minister van Defensie als het hoofd van de DGSE in september 1985 aftraden na de affaire, bleef de Franse regering elke betrokkenheid ontkennen. Pas in juli 2005 werd bekend dat de toenmalige Franse president François Mitterrand destijds zelf toestemming had gegeven voor de aanval, die hij in het openbaar sterk had veroordeeld.

Nieuw-Zeeland weigerde in eerste instantie de beide Fransen uit te leveren. Na politieke druk vanuit Frankrijk, die onder andere bestond uit het dreigen met een veto op de invoer van Nieuw-Zeelandse producten in de EEG, mochten ze in juli 1986 Nieuw-Zeeland verlaten om hun straf in eigen land uit te zitten. Frankrijk haalde hen in als helden, gaf hen de hoogste militaire onderscheiding, het Legion d'Honneur, en liet hen na een kort en licht huisarrest vrij.

Na de aanslag[bewerken]

Rainbow Warrior Memorial (1988/90) van Chris Booth

De Rainbow Warrior zelf werd op 21 augustus 1985 weggesleept naar een haven voor forensisch onderzoek. Het schip was niet meer te redden en Greenpeace besloot het schip, nadat het naar eigen zeggen was ontdaan van giftige materialen, te laten zinken in de Matauribaai op de Cavalli-eilanden van Nieuw-Zeeland op 2 december 1987, om daar te fungeren als duikwrak en schuilplaats voor vissen. Het schip is nu bedekt met zeeanemonen.

In 1990 werd in de Matauri Bay het Rainbow Warrior Memorial onthuld van de Nieuw-Zeelandse beeldhouwer Chris Booth.

Sinds 1987 beschikt Greenpeace over een nieuw vlaggenschip met dezelfde naam. Het schip wordt officieus ook wel de Rainbow Warrior II genoemd. Intussen is de Rainbow Warrior III in gebruik genomen.

In januari 2012 onthulde de Belgische krant De Morgen dat een van de leidende figuren achter de aanslag, Louis-Pierre Dillais, sinds 2005 directeur is van een Amerikaanse vestiging van FN Herstal, een wapenfabrikant die volledig in handen is van de Waalse overheid. Een woordvoerder van Greenpeace reageerde geschokt op dit nieuws.[1]

Over de aanslag is een aantal films gemaakt.

Bronnen, noten en/of referenties