Rampenplan
Een rampenplan is een door overheid of organisatie beschreven methodiek die gehanteerd moet gaan worden na het optreden van een ramp.
Een rampenbestrijdingsplan is een plan op detailniveau dat zich richt op een specifieke ramp, zoals een rampenbestrijdingsplan Hoogwater of rampenbestrijdingsplan LPG-stations. Een crisisbeheersingsplan en een crisisbestrijdingsplan zijn varianten op het rampenplan en het rampenbestrijdingsplan maar richten zich nadrukkelijker ook op dreigingen (van terroristische aanslagen), verstoring van de openbare orde (blokkades, demonstraties etc.) en de rechtsorde (gijzelingen, kapingen, bommelding et cetera), terwijl een rampenplan en rampenbestrijdingsplan zich vooral beperken tot fysieke veiligheidsrisico's (zoals brand).
Inhoud |
België [bewerken]
De rampenbestrijding is in België op een uniforme manier georganiseerd. Sedert het Koninklijk Besluit van 16 februari 2006 betreffende de nood- en interventieplannen zijn er slechts drie fasen in plaats van de vroegere vier. Men spreekt over de Gemeentelijke, de Provinciale en de Federale fase.
Gemeentelijke fase [bewerken]
Wordt afgekondigd door de burgemeester wanneer de noodsituatie of dreiging tot de gemeente beperkt blijft. Het Gemeentelijk Nood- en Interventieplan treedt in werking. De burgemeester heeft de algemene leiding.
Provinciale fase [bewerken]
Wordt uitgeroepen door de gouverneur wanneer de noodsituatie of de dreiging meer dan 1 gemeente treft. Het Provinciaal Nood- en Interventieplan treedt in werking. De gouverneur van de betreffende provincie coördineert alle acties.
Federale fase [bewerken]
De crisis- en noodsituaties die een federale coördinatie vereisen, overschrijden de provinciegrenzen. Maar ook andere situaties kunnen een federale coördinatie vereisen: terroristische aanslagen of een natuurramp in een regio waar veel Belgen verblijven. (zie hiervoor het Koninklijk Besluit van 31 januari 2003)
Oude opdeling [bewerken]
Vóór de aanpassingen in 2006 waren er vier verschillende fasen. De realiteit wees uit dat het verschil tussen Alarmfase I en II niet zinvol was.
Alarmfase I [bewerken]
Wordt uitgeroepen door de burgemeester wanneer de omvang en de gevolgen van de ramp beperkt blijven tot het grondgebied van de gemeente. De burgemeester of de brandweer heeft de algemene leiding en zet de gemeentelijke middelen in. Het gemeentelijk rampenplan treedt in werking.
Alarmfase II [bewerken]
Wordt uitgeroepen door de burgemeester wanneer hij versterking nodig heeft, bijvoorbeeld van brandweerkorpsen van naburige gemeenten of van de civiele bescherming. De burgemeester heeft de algemene leiding en kondigt eveneens het gemeentelijk rampenplan af.
Alarmfase III [bewerken]
Wordt uitgeroepen door de gouverneur wanneer de omvang of de gevolgen van de ramp de gemeentegrenzen overschrijden. De gouverneur neemt de leiding op zich en kan de hulp inroepen van het leger, de civiele bescherming en de politie. Het provinciaal rampenplan treedt in werking.
Alarmfase IV [bewerken]
Bij grootschalige rampen die de provinciegrenzen overschrijden. Wordt uitgeroepen door de minister van Binnenlandse Zaken. Alle mogelijke middelen worden ingezet, de diverse provinciale rampenplannen treden in werking.
Nederland [bewerken]
In Nederland wordt een Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP) toegepast Dit is een standaard patroon van opschaling en inschakeling van diensten, organisaties en personen.
GRIP 1 [bewerken]
Wordt uitgeroepen voor incidenten met effecten die beperkt blijven tot de directe omgeving
GRIP 2 [bewerken]
Wordt uitgeroepen bij calamiteiten waar de effecten zich verder uitstrekken dan de nabije omgeving
GRIP 3 [bewerken]
Wordt uitgeroepen bij rampen of zware ongevallen waar de effecten wel binnen de gemeentegrens blijven
GRIP 4 [bewerken]
Wordt uitgeroepen bij rampen of zware ongevallen waar de effecten de gemeentegrens overstijgen