Rascha Peper

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jenneke Strijland
Schilderij (acrylverf op doek) van Rascha Peper door Jaap Versteegh, gemaakt in 2008 in opdracht van de schrijfster, thans in de collectie van het Letterkundigmuseum te Den Haag.
Schilderij (acrylverf op doek) van Rascha Peper door Jaap Versteegh, gemaakt in 2008 in opdracht van de schrijfster, thans in de collectie van het Letterkundigmuseum te Den Haag.
Algemene informatie
Pseudoniemen Rascha Peper
Geboren 1 januari 1949, Driebergen
Overleden 16 maart 2013, Amsterdam[1][2]
Land Vlag van Nederland Nederland
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Rascha Peper (Driebergen-Rijsenburg, 1 januari 1949Amsterdam, 16 maart 2013) was een Nederlands schrijfster. Haar werkelijke naam was Jenneke Strijland.

Biografie[bewerken]

Strijland studeerde Nederlandse taal- en letterkunde in Amsterdam. Na haar studie werkte ze enige tijd als lerares. Ze verhuisde in 1983 vanwege het werk van haar partner naar Wenen. Daar begon ze met schrijven. In 1990 debuteerde ze met de verhalenbundel De waterdame. Haar eerste roman, Oesters, verscheen in 1991. De roman Rico's vleugels werd in 1994 genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. In 1996 won ze de Multatuliprijs voor Russisch blauw. In het najaar van 1999 verhuisde ze naar New York. Haar roman Vingers van marsepein (2008) gaat over Frederik Ruysch (1638-1731). Ze schreef regelmatig columns in het NRC Handelsblad. In 2010 stapte ze over van uitgeverij Nieuw Amsterdam naar Querido.

Enkele van haar boeken zijn in het Duits vertaald. De vertaling van Russisch blauw verscheen in 1997 onder de titel Russisch Blau. Van Oesters verscheen in 2002 een vertaling onder de titel Das Mädchen, das vom Himmel fiel; van Wie scheep gaat verscheen in 2006 een vertaling onder de titel Visions of Hanna.

Strijland verzon haar pseudoniem toen ze een manuscript wilde opsturen naar een uitgeverij waarvan haar buurman de directeur was. Als het manuscript afgekeurd werd, zou het minder gênant zijn om hem tegen te komen.[3]

In oktober 2012 zei ze in een interview in NRC Handelsblad aan een ongeneeslijke vorm van alvleesklierkanker te lijden.[4] Ze gaf aan te overwegen haar nog onvoltooide roman te laten afronden door een andere schrijver.[5] Ze is er toch in geslaagd het boek op haar ziekbed af te maken. Handel in Veren verscheen in juni 2013.[6]

Bibliografie[bewerken]

  • De waterdame (verhalen, 1990)
  • Oesters (1991)
  • Oefeningen in manhaftigheid (verhalen, 1992)
  • Rico's vleugels (1993)
  • Russisch blauw (1995)
  • Alle verhalen (verhalen, 1997 bundeling van De waterdame en Oefeningen in manhaftigheid en een aantal niet eerder gepubliceerde verhalen)
  • Een Spaans hondje (1998)
  • Dooi (1999)
  • Wie Scheep Gaat (2003)
  • Verfhuid (2005)
  • Stadse affaires (2006, bundeling NRC columns)
  • Vingers van marsepein (2008)
  • Zwartwaterkoorts (2009)
  • bijdrage aan Stampvol verhalen voor het goede doel voor de stichting Room to Read (2009)
  • Vossenblond (2011)
  • Fantoompoezen (2012, bundeling van NRC columns)
  • Handel in Veren (2013)

Audioboek[bewerken]

  • Verfhuid (2007)

Citaten[bewerken]

"De essentie van schrijven is schrijven tegen de dood. Je schrijft om te blijven bestaan. Kennelijk gaat daar voor mij een therapeutische werking van uit, want sinds ik schrijf ben ik een stuk vrolijker."
Marie Claire, november 1996

Externe link[bewerken]

Referenties[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties