Raymond Goethals

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Raymond Goethals
Raymond Goethals 1977.jpg
Persoonlijke informatie
Volledige naam Raymond Goethals
Bijnaam De Tovenaar (den Tuveneir)
Raymond la science
Raimundo
Geboortedatum 7 oktober 1921
Geboorteplaats Vorst (Brussel), België
Overlijdensdatum 6 december 2004
Clubinformatie
Positie Doelman
Jeugd
1933-1939 Daring Brussel
Senioren
Seizoen Club w 0(g)
1939-1949
1949-1952
1952-1954
1956-1957
Daring Brussel
Racing Brussel
ASSA Ronse
RFC Hannutois
Getrainde clubs
1956-1957
1957-1959
1959-1966
1960-1968
1968-1976
1976-1979
1980
1980-1981
1981-1984
1984-1985
1985-1987
1988-1989
1989-1990
1991-1993
1995
RFC Hannutois (speler-trainer)
Stade Waremmien
STVV
België (assistent)
België
RSC Anderlecht
FC Girondins de Bordeaux
São Paulo FC
Standard Luik
Vitória SC
Racing Jet Brussel
RSC Anderlecht
FC Girondins de Bordeaux
Olympique de Marseille
RSC Anderlecht
Portaal  Portaalicoon   Voetbal

Raymond Goethals (Vorst, 7 oktober 1921 – aldaar, 6 december 2004) was een Belgisch voetballer en voetbalcoach. Hij was doelman en op latere leeftijd coach en bondscoach.

Goethals was een doelman die bij verscheidene Brusselse clubs heeft gespeeld. Als trainer brak hij door bij STVV. Later werd hij onder meer bondscoach van België en trainer van topclubs als RSC Anderlecht, Standard Luik en Olympique Marseille. Tijdens zijn carrière kende hij grote successen, maar was ook enkele malen bij een omkoopschandaal betrokken. Zijn zoon is gewezen scheidsrechter Guy Goethals.

Carrière als speler[bewerken]

Raymond Goethals groeide op in Sint-Jans-Molenbeek als de zoon van Jean en Nelly Goethals. Hij was een echte Brusselaar die zich via de jeugd van Daring Brussel opwerkte naar het eerste elftal. Goethals was een doelman. In 1949 ruilde hij het bescheiden Daring in voor eersteklasser Racing Brussel. Nadien keepte hij nog enkele jaren voor vierdeklasser ASSA Ronse.

Carrière als trainer[bewerken]

Debuut[bewerken]

In 1956 ging Goethals als speler-trainer aan de slag bij RFC Hannutois, een club uit de provinciale reeksen. Na een jaar stapte hij over naar vierdeklasser Stade Waremmien. Met die club werd hij meteen kampioen. Waremme promoveerde naar derde klasse en kon zich er goed handhaven, in 1959 werd het team van Goethals vierde in het eindklassement. In de begindagen van zijn loopbaan als voetbalcoach combineerde hij het voetbal met een baan als bode bij het ministerie.

STVV[bewerken]

Goethals' opvallend debuut als coach ontging ook Sint-Truidense VV niet. De Limburgers namen hem in 1959 over van Waremme. Onder Goethals' leiding werd STVV voor veel clubs een te duchten tegenstander. Hij stond bekend als een verdedigende coach, maar wist desondanks veel teams te verrassen. Zo voerde hij als eerste coach de buitenspelval toe. Met spelers als Odilon Polleunis, Roger Nilis, Roger Maes, Lucien Boffin en Lucien N’Dala kende Staaien in de jaren 60 hoogdagen. In het seizoen 1965/66 speelde Sint-Truiden op de vierde speeldag een historische wedstrijd tegen Anderlecht. De Kanaries wonnen met 2-0 en werden dat jaar vicekampioen, tot op heden het beste resultaat dat de club ooit behaalde. Voor het duel tegen Anderlecht kwamen zo'n 22.000 supporters opdagen, eveneens een clubrecord.

Bondscoach[bewerken]

WK 1970[bewerken]

In 1966 stapte Goethals definitief over naar de Koninklijke Belgische Voetbalbond. Hij was toen al zes jaar actief bij de voetbalbond als beloftencoach en assistent van bondscoach Arthur Ceuleers. Hij werd onder selectieheer Constant Vanden Stock aangenomen als veldtrainer, twee jaar later werd hij volwaardig hoofdcoach. In 1970 loodste hij de nationale ploeg, die onder zijn hoede de Witte Duivels heette, naar het WK 1970 in Mexico. Het toernooi werd een flop. Spelers als Paul Van Himst kregen heimwee en wilden naar huis. België won zijn eerste duel met 3-0 van El Salvador, maar verloor dan van respectievelijk de Sovjet-Unie en gastland Mexico. De Witte Duivels mochten al na de eerste ronde naar huis.

EK 1972[bewerken]

Twee jaar later kwalificeerde België zich voor het EK in eigen land. Het was de eerste keer dat België het EK haalde. In de kwalificatieronde schakelden de Belgen onder meer het Portugal van stervoetballer Eusébio uit. Om de boomlange en makkelijk scorende spits José Torres af te stoppen, riep Goethals toen André Stassart op. Stassart, toen speler van Racing White, stond niet bekend als een goede voetballer en was volgens de pers dan ook een verrassing in de selectie van Goethals. Maar Goethals wist dat hij een onverzettelijke verdediger was, Stassart hield Torres in Portugal 90 minuten uit de wedstrijd, waardoor België uiteindelijk groepswinnaar werd. In de kwartfinale namen de Duivels het op tegen Italië. In de heenwedstrijd koos hij voor een defensieve aanpak, het werd 0-0. In de potige terugwedstrijd won België met 2-1. Goethals zag sterkhouder Wilfried Van Moer wel uitvallen met een beenbreuk na een gemene overtreding van Mario Bertini.

De nationale ploeg mocht samen met West-Duitsland, Hongarije en de Sovjet-Unie deelnemen aan het eindtoernooi. In de halve finale verloor België met 1-2 van latere winnaar West-Duitsland. In de troostfinale werd Hongarije met 1-2 verslagen.

WK 1974[bewerken]

De kwalificatieronde van het WK 1974 wist België niet te overleven. De Duivels incasseerden nochtans geen enkel doelpunt en verloren bovendien ook geen enkele wedstrijd. België werd gedeeld groepswinnaar met Nederland, dat wegens een beter doelsaldo naar het WK mocht. Het had ook heel anders kunnen lopen als België op de laatste speeldag van de kwalificatieronde van Nederland had gewonnen. In het duel, dat uiteindelijk op 0-0 eindigde, scoorde Jan Verheyen een doelpunt dat onterecht wegens buitenspel werd afgekeurd. Nederland mocht ten koste van België naar het WK en bereikte er de finale.

EK 1976[bewerken]

België deed het in de kwalificatie voor het EK 1976 in Joegoslavië goed. De Duivels van Goethals werden groepswinnaar in de groep van Frankrijk, Oost-Duitsland en IJsland. Maar in de kwartfinale, die toen nog niet tot het eindtoernooi gerekend werd en nog uit een heen- en terugwedstrijd bestond, botste België opnieuw op Oranje. België verloor de heenwedstrijd in De Kuip met 5-0. De historische nederlaag zorgde ervoor dat Goethals zwaar onder vuur kwam te liggen. Zo had hij de niet fitte doelman Christian Piot verkozen boven opkomend talent Jean-Marie Pfaff.

Aanhalingsteken openen

Liever een halve Piot, dan een hele Pfaff.

Aanhalingsteken sluiten

Voor de terugwedstrijd, die een maat voor niets was, riep hij als tegenreactie een zo goed als nieuwe selectie op. Hij selecteerde met Jan Verheyen zelfs iemand die op dat ogenblik in derde klasse speelde. België verloor met 1-2.

RSC Anderlecht[bewerken]

Na de mislukte EK-kwalificatie verhuisde Goethals voor het eerst naar RSC Anderlecht. Voorzitter Constant Vanden Stock, die hij nog kende van bij de nationale ploeg, haalde de gewezen bondscoach terug naar eerste klasse. Hij kreeg een team onder zijn hoede dat net de Europacup II had veroverd. Met spelers als Rob Rensenbrink, Arie Haan, Gilbert Van Binst, Ludo Coeck, Frank Vercauteren en Hugo Broos beschikte hij over een sterke selectie. Zijn eerste officiële wedstrijd was de heenwedstrijd van de UEFA Super Cup. Anderlecht verloor het duel met 2-1 van Bayern München, maar zette de nederlaag in de terugwedstrijd recht. Rensenbrink dribbelde verdediger Hans-Georg Schwarzenbeck een hele wedstrijd dol en loodste Anderlecht met twee goals naar een klinkende 4-1 zege. Dat de Nederlander vooral uitblonk in galawedstrijden omschreef Goethals als volgt:

Aanhalingsteken openen

Voor galawedstrijden trok Robbie zijn smoking aan.

Aanhalingsteken sluiten

Later dat seizoen greep Anderlecht telkens naast de hoofdprijs. De Brusselaars werden vicekampioen, verloren de bekerfinale en de finale van de Europacup II. In de eerste Europese finale onder Goethals' leiding nam Anderlecht het op tegen HSV. De Duitsers wonnen met 2-0 na twee late doelpunten. In het seizoen 1977/78 kende Goethals meer succes. Anderlecht werd weliswaar opnieuw vicekampioen, in Europa pakte paars-wit dat jaar wel een beker. In een derde opeenvolgende Europacup II-finale blikte Anderlecht het Oostenrijkse Austria Wien in met 4-0. Van Binst en Rensenbrink scoorden elk twee keer. Wat later versloeg Anderlecht in de UEFA Super Cup het Engelse Liverpool FC.

Goethals was een geliefde coach. De jonge Frank Vercauteren, die onder Goethals volledig doorbrak, kreeg bijvoorbeeld de bijnaam zoon van Goethals. Hoewel hij niet vaak van zijn basiself afweek, waren er weinig spelers die hem niet aanvaardden. Maar er waren ook uitzonderingen. Doelman Jan Ruiter verliet het Astridpark nadat hij in Voetbal International commentaar had gegeven op Goethals. Na het seizoen 1978/79, waarin Anderlecht geen enkele prijs won, vertrok Goethals naar het buitenland.

Bordeaux en São Paulo[bewerken]

Goethals verhuisde in de loop van het seizoen 1979/80 naar Frankrijk. De ambitieuze voorzitter van Girondins de Bordeaux, Claude Bez, had wilde plannen met zijn club en nam met Luis Carniglia de gewezen succescoach van Real Madrid aan. De Argentijn belandde echter meteen in de degradatiezone, waarna de voorzitter Goethals als trainer aanstelde. De Brusselaar kreeg bij Bordeaux toppers als Bernard Lacombe, Gérard Soler en Alain Giresse onder zijn hoede. Hij loodste het team van de gevarenzone naar de zesde plaats. Nadien nam Aimé Jacquet het roer over en vertrok Goethals naar het Braziliaanse São Paulo FC. Hij was er begin jaren 80 technisch directeur.

Standard Luik[bewerken]

Bij Standard Luik ging de Brusselse trainer op zoek naar zijn eerste landstitel. Hij nam Arie Haan over van Anderlecht en ging met de Rouches resoluut op zoek naar de titel. Standard blonk met spelers als Michel Preud'homme, Eric Gerets, Jos Daerden, Guy Vandersmissen en Simon Tahamata een heel seizoen uit. Goethals werd op de laatste speeldag kampioen na een zege tegen Waterschei. Enkele dagen later verloor hij met Standard de finale van de Europacup II. In Camp Nou verloren de Rouches nipt van FC Barcelona.

Standard zette zijn uitstekende prestaties verder en veroverde ook in 1983 de titel. Maar tijdens het seizoen 1983/84 stootte onderzoeksrechter Guy Bellemans op een omkoopschandaal. Tijdens een onderzoek naar zwart geld in het Belgisch voetbal ontdekte hij dat de spelers van Standard in 1982 hun wedstrijdpremies aan de spelers van Waterschei hadden afgestaan. Goethals werd door Bellemans ondervraagd, ontkende lange tijd alles, maar gaf dan toch toe dat de spelers van Waterschei waren omgekocht. Het omkoopschandaal Standard-Waterschei leverde bijna alle spelers een schorsing op. Goethals' assistent Léon Semmeling werd aangeduid als hoofdtrainer, terwijl Goethals zelf naar het buitenland vluchtte.

Vitória SC en Racing Jet[bewerken]

Om zijn schorsing te ontkomen, trok Goethals in 1984 naar Portugal. Hij werd er coach van Vitória SC en loodste de club naar een negende plaats. Nadien keerde hij terug naar België. Hij kreeg bij promovendus Racing Jet de Bruxelles een functie als technisch directeur, Daniel Renders was er trainer. In die periode voetbalde ook de Roemeen László Bölöni voor Racing Jet.

RSC Anderlecht (II)[bewerken]

Tijdens het seizoen 1987/88 raakte Racing Jet niet weg uit de degradatiezone. Ondertussen deed ook Goethals' ex-club Anderlecht het niet goed. In februari 1988 zette Anderlecht trainer Georges Leekens buiten. Goethals werd teruggehaald, officieel als technisch directeur en met Martin Lippens als trainer. Met Anderlecht won hij dat seizoen de beker, hetgeen hij een jaar later nog eens overdeed. Nadien haalde het bestuur succescoach Aad de Mos naar het Astridpark.

Bordeaux (II) en Marseille[bewerken]

In Bordeaux waren ze zijn prestatie van in 1980 nog niet vergeten. De club haalde Goethals samen met Lippens terug naar Frankrijk. Het team werd dat seizoen vicekampioen in Division 1, net achter Olympique Marseille.

In januari 1991 zette de voorzitter van l'OM, de ambitieuze Bernard Tapie, trainer Franz Beckenbauer buiten. Goethals werd binnengehaald als zijn opvolger. Hij veroverde met Marseille de landstitel en bereikte de finale van de Europacup I. In de finale verloor Marseille na strafschoppen van Rode Ster Belgrado. Nadien kreeg Goethals de functie van technisch directeur en nam de Joegoslavische succescoach Tomislav Ivić de leiding over. Maar Ivić werd al in oktober 1991 aan de deur gezet. Goethals werd opnieuw hoofdcoach en werd voor de tweede keer op rij kampioen. Vervolgens werd zijn assistent Jean Fernandez benoemd tot trainer. Maar reeds in november 1992 keerde Goethals terug op de bank. Hij bereikte met Marseille de finale van de allereerste Champions League. De club beschikte in die dagen over getalenteerde spelers als Didier Deschamps, Marcel Desailly, Fabien Barthez, Alen Bokšić, Abédi Pelé en Rudi Völler. In de finale won Marseille met 1-0 van AC Milan na een goal van centrale verdediger Basile Boli. Marseille werd dat jaar ook opnieuw kampioen.

Op uitzondering van de eigenzinnige aanvaller Éric Cantona was Goethals bij zowat de hele club geliefd. Toen Cantona hem er ooit op attent maakte dat je hem gezien zijn kwaliteiten niet op de bank kon zetten, stelde Goethals voor op hem er naast te zetten. Hij kreeg in Marseille de bijnaam "Raymond la science", wat zoveel betekent als "Raymond de wetenschapper". Toch dook er achteraf weer een omkoopschandaal op. Na de gewonnen Champions Leaguefinale nam Goethals afscheid van Marseille, maar niet veel later raakte bekend dat Tapie de spelers van Valenciennes FC had omgekocht. Hierdoor kon de club belangrijke spelers laten rusten voor Europese wedstrijden. De landstitel van 1993 werd afgepakt en Marseille werd verwezen naar Division 2. Het was het begin van een sombere periode in de geschiedenis van de Zuid-Franse club.

RSC Anderlecht (III)[bewerken]

In 1995 werd Anderlecht voor de derde keer op rij kampioen. Toch hield trainer Johan Boskamp het voor bekeken. Hij nam afscheid van de club en het bestuur nam de Duitser Herbert Neumann aan. Maar de nieuwe coach maakte geen goede indruk. Hij weigerde Ferencvárosi, de Hongaarse tegenstander van paars-wit in de voorronde van de Champions League, te scouten en verloor vervolgens met 0-1. Het bestuur ontsloeg Neumann op 12 augustus 1995.

In de hoop de terugwedstrijd nog te winnen, nam voorzitter Vanden Stock in allerijl Goethals aan als coach. Hij moest de spelersgroep begeleiden in afwachting van een nieuwe coach. De net geen 74-jarige Goethals leidde samen met Jean Dockx de trainingen, maar ook het duo raakte niet voorbij Ferencvárosi. Nadien haalde de club Boskamp terug.

Palmares[bewerken]

Competitie Aantal Jaren
Nationaal
Belgisch kampioen 2x 1982, 1983
Beker van België 2x 1988, 1989
Belgische Supercup 2x 1981, 1983
Frans kampioen 2x 1991, 1992, 1993
Trofee Jules Pappaert 1x 1977
Nationale trofee voor sportverdienste 1x 1978
Internationaal
UEFA Champions League 1x 1993
Europacup II 1x 1978
UEFA Super Cup 2x 1976, 1978
Vriendschappelijk
Brugse Metten 1x 1988
Individueel
Albo Panchina d'Oro 1x 1991
Albo Panchina d'Argento 1x 1992
Trainer van het Jaar (Onze d'Or) 2x 1991, 1993

Overlijden[bewerken]

Raymond Goethals was op het einde van zijn leven ernstig ziek. Volgens zijn naaste vrienden was hij sterk vermagerd. Op 6 december 2004 overleed hij. Goethals werd 83 jaar. Verscheidene media meldden dat hij overleed aan kanker, maar zijn zoon Guy Goethals ontkende dit. De dokters hebben nooit officieel kanker vastgesteld.

Persoonlijkheid[bewerken]

Goethals was bij het grote publiek bekend en geliefd omwille van zijn sappig Brussels accent en verrassend grappige uitspraken en anekdotes. Bekend is ook dat hij tijdens wedstrijdbesprekingen vaak namen van tegenstanders verkeerd uitsprak. Bekende voorbeelden zijn Van Batsen, Zwolf en Gullik. Komiek Armand Schreurs imiteerde Goethals regelmatig op televisie en radio.

De voetbaltrainer was ook om zijn kettingroken bekend en werd regelmatig afgebeeld met een filtersigaret aan zijn lippen. Goethals zelf zei ooit in een interview met Carl Huybrechts dat hij echter nooit inhaleert en vooral rookt van de zenuwen. Goethals stond bekend als een zenuwachtige coach, die tijdens wedstrijden vaak opsprong en tierde. Alcoholische dranken nuttigde Goethals echter nooit.

Kenmerkend was ook zijn verstrooidheid: hij verloor geregeld de weg, vergiste zich eens van appartement en belandde ooit tijdens een wedstrijd op de spelersbank van de tegenstander. In 2005 werd Goethals genomineerd in de Vlaamse versie van De Grootste Belg. Hij eindigde op plaats 38. In de Waalse versie eindigde hij op nummer 24.

Trivia[bewerken]

  • Goethals komt voor in het Suske en Wiske-album De stervende ster. Hij is te zien in een café waar hij klaagt over de kwaliteit van het voetbal.
  • Ook in De Pfaffs-strip "Waar is ons Lyndsey?" krijgt hij een glansrol.
  • In 2005 kwam er een boek uit over het trainersleven van Raymond Goethals geschreven door Alain Ronsse, getiteld "Nie Zievere... Speile!"
  • Hij is geen familie van de bekende voetbalcoach Robert Goethals.
  • Sinds 2011 is er een voetbaltrofee aan zijn naam verbonden: de Trofee Raymond Goethals.
Voorganger:
Hans Croon
Trainer van RSC Anderlecht
1976-1979
Opvolger:
Urbain Braems
Voorganger:
Georges Leekens
Trainer van RSC Anderlecht
feb.1988-1989
Opvolger:
Aad de Mos
Voorganger:
Herbert Neumann
Trainer van RSC Anderlecht
aug.1995-aug.1995
Opvolger:
Johan Boskamp
Voorganger:
Ernst Happel
Trainer van Standard Luik
1981-feb.1984
Opvolger:
Léon Semmeling