Razzia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Razzia in Bydgoszcz (Bromberg), op 8 september 1939

Een razzia is een door de overheid (politie, leger) georganiseerde, groots opgezette, opsporing en jacht op een groep mensen. Het woord zou uit het Arabisch stammen (غزوة spreek uit: ghazwa) en zoveel betekenen als invasie, bestorming of militaire expeditie. In het Nederlands taalgebied is het woord tijdens de Duitse bezetting algemeen verbreid geworden.

Men kan onderscheiden een razzia waarbij men uit de mensen die op een bepaalde plaats of in een bepaald gebied aanwezig zijn selecteert wie men arresteert, en een razzia in de zin van massale gerichte arrestaties (specifieke personen op specifieke adressen), binnen een beperkt gebied.

Duitsland[bewerken]

In nazi-Duitsland waren razzia's als uitvoering van de NSDAP-ideologie al vóór de Tweede Wereldoorlog gemeengoed. Tegenstanders van het regime werden groepsgewijs aangepakt. Zo zou men de Kristallnacht van 1938 kunnen aanduiden als een grootschalige razzia tegen de Joodse bevolking, maar ook de Nacht van de Lange Messen van 1934 kan als razzia betiteld worden. Deze was vooral gericht op het uitschakelen van (potentiële) tegenstanders in Hitlers eigen gelederen.

Februaristaking[bewerken]

De aanleiding van de Februaristaking waren twee razzia's onder de Joodse bevolking op het Jonas Daniël Meijerplein te Amsterdam, op 22 en 23 februari 1941. Gedurende de gehele bezetting zouden steeds gecoördineerde drijfjachten plaatsvinden om mensen op te brengen. Vaak waren evenementen als voetbalwedstrijden ideaal voor de autoriteiten om een massale controle van persoonsbewijzen te houden, om op die manier onderduikers, ook niet-Joodse, uit de massa te 'zeven'.

Zigeuners[bewerken]

Hoewel volgens de nationaalsocialistische rassenleer de 'zigeuners' ook tot de Arische stam gerekend moesten worden, was het nazibeleid er toch op gericht om dezen uit het maatschappelijk verkeer te halen, op grond van de gedachte dat zij asociaal waren. Ook overheerste de mening dat het zuivere bloed van deze nomaden al sinds eeuwen 'verontreinigd' was door hun contacten met andere volkeren, zoals Slaven en Joden. Op 16 mei 1944 vond een landelijke razzia plaats die expliciet tegen de Roma gericht was. Tweehonderdvijfenveertig van hen werden drie dagen later al op transport gesteld van Westerbork naar Auschwitz-Birkenau. Onder hen bevonden zich 147 kinderen. Honderdnegentig van de Roma die bij de razzia waren opgepakt hebben uiteindelijk de oorlog niet overleefd.

Putten[bewerken]

Op 2 oktober 1944 werd het dorp Putten omsingeld door Duitse troepen en werd het merendeel van de mannelijke bevolking, 661 mannen en jongens, weggevoerd (zie: Razzia van Putten). Eindstation voor hen was het concentratiekamp Neuengamme of een van de Außenlager.

Zuid-Holland[bewerken]

Op 16 mei 1944 vonden in de dorpen Sliedrecht, Hardinxveld, Giessendam, Werkendam (N-Br.) en Sleeuwijk (N-Br.) grote razzia's plaats, waarbij in totaal circa 900 jonge mannen tussen de 18 en 26 jaar werden opgepakt. De razzia was een vergelding voor het doodschieten van enkele landwachters bij een hinderlaag in de Biesbosch. De Merwedegijzelaars, zoals de groep mannen wordt aangeduid, worden rechtstreeks naar Kamp Amersfoort getransporteerd. Binnen een aantal weken is een aantal van hen weer vrij (veelal mannen die bij scheepswerven werkten). Het grootste deel van de groep wordt op 7 juli 1944 verder op transport gesteld naar diverse strafkampen in Duitsland. Meer dan twintig mannen overleven deze kampen niet.

Op 10 en 11 november 1944 werd in Rotterdam een grote razzia (de razzia van Rotterdam) uitgevoerd waarbij circa 50.000 mannen tussen 17 en 40 werden weggevoerd. Van de opgepakte Rotterdamse en Schiedamse mannen vertrokken er circa 20.000 te voet richting Utrecht, 20.000 werden per Rijnaken vervoerd en 10.000 per trein. Van hen werden circa 10.000 man tewerkgesteld in het oosten van Nederland, de rest ging naar Arbeitslager (werkkampen) in Duitsland. Ook uit Den Haag werden na een razzia onvrijwillige arbeidskrachten naar het Derde Rijk gestuurd. Onder hen bevonden zich zelfs leden van brandweer en politie. Een berucht kamp, waar naar schatting 3.000 jongens en mannen uit Den Haag, Rotterdam, Delft, Apeldoorn en Haarlem uiteindelijk terechtkwamen, was Arbeitslager Groin, in Rees, vlak over de Nederlandse grens.

Kerkrazzia's[bewerken]

Op hetzelfde moment waren al ongeveer 3000 jongens en mannen uit Noord-Limburg in Duitsland tewerkgesteld die bij de zogeheten kerkrazzia's van september en oktober 1944 waren meegevoerd. Duitse gewapende eenheden wachtten op zondagen bij het uitgaan van de H.Mis de kerkgangers op en hielden per keer tientallen aan die in hun ogen geschikt waren voor werk in Duitsland. Veel Limburgers zijn de laatste oorlogsmaanden tewerkgesteld geweest bij de Hermann Göring-Werke in Salzgitter. Het was de opzet van de bezetter alsnog zo veel mogelijk arbeidskrachten te ronselen voor de oorlogsindustrie, alsook om preventief sabotage- en verzetsacties van de bevolking de kop in te drukken die zeker zouden oplaaien nu de geallieerde troepen in opmars waren. Naar verluidt hebben 129 van de Limburgse dwangarbeiders de tewerkstelling niet overleefd.

Fietsen en paarden[bewerken]

Ook fietsen werden massaal door de Duitse bezetter in beslag genomen, enerzijds om de eigen Wehrmacht meer vervoermiddelen te verschaffen, anderzijds om de Nederlandse bevolking minder mobiel te maken. De actie werd al gauw bekend als fietsrazzia. Hetzelfde gold voor paarden die in het Duitse leger ondanks alle motorisatie nog steeds hard nodig waren. Men sprak dan van een paardenrazzia.

Bronnen, noten en/of referenties
  • B.A. Sijes De Razzia van Rotterdam: 10-11 november 1944 ('s-Gravenhage, 1951)
  • L. de Jong Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog - dl. 7 ('s-Gravenhage 1976)