Reactiewarmte
De reactiewarmte is de energie (in de vorm van warmte) die vrijkomt bij een chemische reactie.
Bij het laten verbranden van aardgas bijvoorbeeld komt een aanzienlijke reactiewarmte vrij, die gebruikt wordt om gebouwen te verwarmen. Ook bij de verbranding van explosieve stoffen komt veel energie vrij, in de vorm van een drukgolf en temperatuurstijging.
Inhoud |
[bewerken] Berekening
[bewerken] Reactiewarmte
De reactiewarmte kan eenvoudig berekend worden uit de bindingsenergieën van de bindingen die gemaakt worden, en van die die gebroken worden :
- voorbeeld: H+H → H2
Bij deze reactie wordt geen binding verbroken (energie gebruikt), er wordt wel één binding (H-H) gevormd. Aldus komt per 2 mol H, en één mol H2 de bindingsenergie vrij (voor het maken van één mol bindingen).
[bewerken] Reactie-energie
Ook de reactie-energie kan eenvoudig berekend worden met als principe ΔE = Eeind - Ebegin en om de energie te berekenen Q = c · m · ΔT.
Bijvoorbeeld: Je lost 10 gram natriumhydroxide op in 100 mL water. Als al het natriumhydroxide is verdwenen, is de temperatuur van 20 °C naar 35 °C gestegen.[1]
Gevraagd: de reactie-energie in kJ per mol.
c = cwater = 4,18 J g-1 K-1
m = mwater + mNaOH = 100 + 10 = 110 g (100 mL = 100 g bij water)
ΔT = Teind - Tbegin = 35 - 20 = 15 °C
Q = c · m · ΔT = 4,18 · 110 · 15 = 6,93 kJ
10 g NaOH komt overeen met (10 : 40,0 =) 0,25 mol NaOH
| aantal kJ | 6,93 | ... |
| aantal mol | 0,25 | 1,0 |
Met het kruisproduct bereken je 27,7 kJ mol-1.
Omdat de reactie exotherm is, noteer je het antwoord als -28 kJ mol-1
[bewerken] Referenties
- ↑ Pulsar-Chemie vwo scheikunde 2, Wolters-Noordhoff bv, Groningen/Houten, 2005, p. 17