Reactor Instituut Delft

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Reactor Instituut Delft
Reactorkern van een vergelijkbare bassinreactor met de kenmerkende blauwe Tsjerenkovstraling

Het Reactor Instituut Delft (RID) is een onderdeel van de Technische Universiteit Delft waar onderzoek wordt gedaan en onderwijs wordt gegeven met betrekking tot straling. Het is het enige instituut binnen het hoger onderwijs in Nederland dat beschikt over een kernreactor. Deze zogenaamde Hoger Onderwijs Reactor heeft een thermisch vermogen van 2 MW en is van het type bassinreactor. De splijtstofelementen van dit type reactor zijn ondergedompeld in een waterbad. Op grond van de kernenergiewet heeft de TU Delft een vergunning om de reactor te gebruiken voor onderzoek en onderwijs. De reactor is niet bedoeld voor elektriciteitsproductie, maar dient als neutronenbron en positronenbron voor materiaalonderzoek. Ook kunnen er radio-isotopen worden geproduceerd die voor medische doeleinden gebruikt worden.

Geschiedenis[bewerken]

Vlak na de Tweede Wereldoorlog besluit de Nederlandse regering om (wetenschappelijk) onderzoek te gaan verrichten naar kernenergie. Vervolgens adviseert de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM) de regering eind jaren 50 om een eigen onderzoeksreactor van 100 kW aan te schaffen. In november 1958 werd begonnen met de bouw van de Hoger Onderwijs Reactor op het terrein van de toenmalige Technische Hogeschool Delft. De bouwkosten werden begroot op 8,7 miljoen gulden en de bouwduur geschat op 3 jaar. De organisatie belast met het bedienen en beheren van de reactor en het verzorgen van onderzoek en onderwijs, zal verleend diensten aan alle universiteiten in Nederland moeten en wordt het Interfacultair Reactor Instituut (IRI) gedoopt.

Hierna wordt de Hoger Onderwijs Reactor meermalen aangepast. Het thermisch vermogen stijgt in de jaren 60 in stappen van 100 kW naar 2 MW. In 1969 wordt een vergunning gegeven voor een vermogen van 3MW, maar dat vermogen wordt niet bereikt.

In de periode 1995 tot 2005 schakelt de Hoger Onderwijs Reactor over van hoogverrijkt naar laagverrijkt uranium. De reden hiervoor is de weigering van de Verenigde Staten om hoogverrijkt uranium, dat eenvoudig voor kernwapens te gebruiken is, te leveren en het afval ervan terug te nemen.

Huidige situatie[bewerken]

In 2005 wordt het IRI gereorganiseerd teneinde de hoge kosten van de faciliteit voor de universiteit te verminderen. Het wordt onderdeel van de faculteit Technische Natuurwetenschappen en opgedeeld in een wetenschappelijke afdeling met de naam Radiation, Radionuclides & Reactors (R3) en een instituut om de reactor te beheren en commercieel te exploiteren voor onderzoek door derden. Hiermee wordt de naam Interfacultair Reactor Instituut vervangen door Reactor Instituut Delft (RID).

Een verdere gewenste upgrade van de reactorfaciliteiten, inclusief de in 1969 al aangekondigde vergroting van het vermogen van 2 naar 3 MW, wordt eind 2010 onder de naam OYSTER (Optimized Yield for Science, Technology & Education, of Radiation) gepresenteerd.

Externe links[bewerken]