Recht van opstal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het recht van opstal (ook wel opstalrecht genoemd) is een (zakelijk) recht om in, op of boven een onroerende zaak van een andere persoon gebouwen, werken of beplantingen in eigendom te hebben. Doorgaans wordt een opstalrecht gevestigd wanneer de huurder van grond daarop een gebouw plaatst. Zonder recht van opstal zou door natrekking de opstal eigendom worden van de eigenaar van de grond. Indien het opstalrecht eindigt door beëindiging van de huur- of pachtovereenkomst, dan spreekt men van een huurafhankelijk recht van opstal (HARVO) of pachtafhankelijk recht van opstal (PARVO).

Een recht van opstal wordt door middel van een notariële akte ingeschreven in het kadaster. Degene die het recht van opstal heeft, heet de opstaller. De eigenaar van de grond waarop een opstalrecht is gevestigd wordt blote eigenaar genoemd.

In België wordt het recht van opstal geregeld door een wet van 10 januari 1824, een van de weinige wetten uit de tijd van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden die nog altijd onveranderd geldig zijn. In Nederland wordt het geregeld in Titel 8 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek.

Pachtafhankelijk recht van opstal (afkorting: PARVO) is een recht van opstal voor de duur van een pachtovereenkomst. De blote eigenaar heeft dit recht gevestigd, wat via het kadaster is vastgelegd, om de pachter het recht te geven een opstal op het betreffende perceel te plaatsen.

Zie ook[bewerken]